Zoekresultaten 46421-46430 van de 48100 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:43 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/334716 KL RK 18-33

    Klager verwijt de notaris dat hij door onvoldoende te rechercheren, het nalaten van gebruik van gelegaliseerde handtekeningen, partijen onvoldoende te informeren over de (rechts-)gevolgen van hun handelen en zijn geheimhoudingsplicht te schenden, bij de boedelafwikkeling en het passeren van de (levens) testamenten niet gehandeld met de ‘grootst mogelijke zorgvuldigheid’, zoals artikel 17 Wna voorschrijft. Daarnaast verwijt klager de notaris dat hij door onvoldoende te rechercheren en onderzoek te doen naar de transacties, het niet opschorten van zijn dienstverlening en het niet melden van ongebruikelijke transacties (dan wel de redenen om niet tot melding over te gaan vast te leggen), bij het verzorgen van de aandelentransacties en de oprichting van een BV niet gehandeld met de ‘grootst mogelijke zorgvuldigheid’, zoals artikel 17 Wna voorschrijft. De naleving van deze verplichtingen zijn relevant voor de rechtszekerheid en moeten juist voorkomen dat een notaris optreedt als facilitator bij mogelijk witwassen en het financieren van terrorisme, mede gezien zijn rol als poortwachter. De notaris heeft de klachten grotendeels erkend. De klachten worden door de kamer grotendeels gegrond verklaard. Ten aanzien van de op te leggen maatregel overweegt de kamer dat door de notaris structurele en ernstige normschendingen zijn begaan. Ten onrechte heeft de notaris zich volkomen lijdelijk opgesteld. Dit terwijl de rol van de notaris al geruime tijd veranderd is. De notaris heeft echter blijk gegeven de klachtwaardigheid van zijn handelen in te zien en heeft meerdere maatregelen genomen om fouten in de toekomst te voorkomen. Voorts heeft de kamer rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de notaris die speelden in de periode waarop de klacht betrekking heeft. Gezien de feiten en omstandigheden acht de kamer de maatregel van berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:44 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/338738 KL RK 18-81

    Ter beoordeling ligt de vraag voor of de oud-notaris voldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflaatster kort voorafgaand aan en ten tijde van het passeren van het testament. De kamer overweegt dat het in eerste instantie aan de oud-notaris was om vast te stellen of erflaatster voldoende bekwaam was om de inhoud van de akte te begrijpen. Slechts als daarover bij haar gerede twijfel zou bestaan, diende zij de verdere stappen, zoals genoemd in het Stappenplan, in overweging te nemen. Van die twijfel was bij de oud-notaris geen sprake. Dat de oud-notaris tot een andere conclusie had moeten komen, is niet of onvoldoende gebleken. Naar het oordeel van de kamer kon en mocht de oud-notaris concluderen dat erflaatster wilsbekwaam was om haar testament op te maken. De kamer heeft daarom de klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/336725 KL RK 18-61

    Klagers stellen dat de notaris niet onafhankelijk, onpartijdig en integer heeft gehandeld. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen niet-ontvankelijk dan wel ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:46 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/340422 / KL RK 18-100

    De kamer stelt vast dat geen punt van geschil tussen klager en mr. [A] is dat mr. [A] ook feitelijk de werkzaamheden van een notarieel medewerker en niet die van een kandidaat-notaris verricht en dienovereenkomstig wordt betaald. Uit het verweer van mr. [A] blijkt dat hij direct na het afronden van zijn studie notarieel recht in de functie van notarieel medewerker op een notariskantoor is aangenomen. Hij is niet de beroepsopleiding gaan volgen en hij heeft zich ook al die tijd niet als kandidaat-notaris geafficheerd. Het is een bewuste keuze van mr. [A] om af te zien van de mogelijkheid om als kandidaat-notaris werkzaam te zijn. Hij vindt een functie als kandidaat-notaris met de bijbehorende verplichting tot permanente educatie vanwege door hem geschetste omstandigheden bovendien te belastend. Als hij onverkort zou worden gehouden aan de verplichting tot permanente educatie, zou dit betekenen dat hij een baan buiten het notariaat zou moeten zoeken om aan deze verplichting te ontkomen. Gelet op deze omstandigheden acht de kamer het in dit geval niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat mr. [A] de opleidingspunten niet heeft gehaald.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:47 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/336730 / KL RK 18-62

    Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris zorgvuldig gehandeld. Uit het op dit punt onweersproken verweer van de notaris blijkt dat zij klagers na overlijden van erflaatster een korte tijd nog de gelegenheid heeft gegeven om de bankrekeningen in te zien en afdrukken te maken van de voor de verantwoording benodigde gegevens. Zoals de notaris terecht heeft opgemerkt, zou het onzorgvuldig geweest zijn als zij te lang had gewacht met het laten blokkeren van de bankrekeningen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:48 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/335083 KL RK 18-41

    De Wna biedt geen mogelijkheid voor voeging en/of tussenkomst, zoals door [X] verzocht. De bepalingen in de Awb maken dit niet anders.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:49 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/336560 KL RK 18-60

    D e kamer vindt dus dat de notaris beter had moeten laten vastleggen en zelf had moeten vastleggen welke stappen zijn ondernomen om de wilsbekwaamheid van testatrice te beoordelen. Dat is onvoldoende gebeurd, hetgeen tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De klacht wordt daarom op deze onderdelen gegrond verklaard. De kamer is van oordeel dat het tuchtrechtelijk verwijt dat de notaris hier gemaakt moet worden niet zodanig ernstig is dat oplegging van een maatregel aangewezen is.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:5 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/327876/KL RK 17-159

    De kamer stelt voorop dat het tot de zorgplicht van de notaris behoort om enig onderzoek te doen naar de juistheid van de mededeling van verkoper dat er sprake is van een schuld waarmee (een deel van) de koopsom wordt verrekend, zeker gezien de bekendheid van de notaris met de destijds op handen zijnde echtscheiding tussen klaagster en verkoper. Indien de schuld waarmee de koopsom is verrekend niet zou bestaan, zou klaagster immers worden benadeeld doordat de omvang van de huwelijksgoederengemeenschap zou verminderen. Uit hetgeen de notaris als verweer heeft aangevoerd valt niet af te leiden dat hij voorafgaand aan het passeren van de akte enig onderzoek heeft ingesteld naar het bestaan van de schulden.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:50 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/337502 / KL RK 18-67

    De in de verklaring opgenomen conclusie van de notaris dat door de executeur in diens rekening en verantwoording een aantal keuzes is gemaakt, die door hem als niet onredelijk worden beschouwd, geeft naar het oordeel van de kamer geen blijk van partijdigheid. De notaris heeft met deze conclusie voldoende afstand gehouden van de door de executeur opgestelde rekening en verantwoording.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:51 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/339919 / KL RK 18-93 en C/05/339921 / KL RK 18-94

    De kamer constateert dat de statutenwijziging en de uitgifte van de preferente aandelen waarbij de nominale waarde van die aandelen is verhoogd, heeft plaatsgevonden in 2012. De in artikel 99 lid 21 Wna bedoelde termijn van drie jaren vangt aan vanaf dat moment, tenzij de gevolgen van de verhoging van de nominale waarde van de preferente aandelen pas later redelijkerwijs bekend zijn geworden. Dat is naar het oordeel van de kamer niet het geval. Het staat vast dat de accountant van [Y] betrokken is geweest bij de statutenwijziging en uitgifte van preferente aandelen waarbij is besloten om de nominale waarde van deze aandelen te verhogen. De kamer is van oordeel dat een accountant van een vennootschap bij uitstek moet worden geacht op de hoogte te zijn van de fiscale gevolgen van de keuze om de nominale waarde van preferente aandelen te verhogen. In 2012 had de accountant dus al moeten weten dat de verhoging van de nominale waarde negatieve fiscale gevolgen voor klagers zou kunnen hebben. Deze kennis van de accountant dient aan klagers te worden toegerekend.