Zoekresultaten 46591-46600 van de 46782 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:37 Hof van Discipline 's Gravenhage 240277

    Klager heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van zijn ex-echtgenote met wie hij in een echtscheidings- en verdelingsprocedure is verwikkeld. Volgens klager heeft verweerster in haar processtukken ernstige beschuldigingen over klager geuit die lasterlijk en onnodig grievend zijn. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof is van oordeel dat verweerster in haar processtukken stevig stelling heeft genomen. De uitlatingen zijn echter, bezien in de context waarin die gedaan zijn, niet dermate kwetsend of onnodig grievend dat verweerster daarmee tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. Het hof bekrachtigt daarom de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:4 Accountantskamer Zwolle 25/1345 Wtra AK 25/1346 Wtra AK 25/1347 Wtra AK

    Ongegronde klacht. Twee accountants waren betrokken bij de controle van twee jaarrekeningen van klaagster. Tussen klaagster en de accountantsorganisatie loopt een civielrechtelijk geschil dat primair gaat over daarvoor uitgebrachte declaraties. Klaagster is van mening dat deze declaraties buitensporig hoog zijn in relatie tot de gemaakte afspraken en verlangt de terugbetaling van een bedrag van € 300.000. Klaagster heeft een tuchtklacht ingediend die, naast de hoogte van de declaraties, tevens gaat over volgens klaagster ontijdige communicatie, ontoereikende advisering en onjuiste uitingen rondom een interne herstructurering door de accountants. De Accountantskamer overweegt dat in het kader van de tuchtprocedure niet kan worden geklaagd over een declaratie tenzij sprake is van een situaties waarin de betrokken accountant bij haar cliënt bewust en te kwader trouw onjuiste of misleidende declaraties indient. Daarvan is hier geen sprake. Declaraties zijn gespecificeerd en er is deugdelijk over gecommuniceerd waarbij overschrijdingen zijn besproken en betalingsafspraken zijn gemaakt. De Accountantskamer is ook van oordeel dat betrokkenen voor de controle van de jaarrekening 2022/2023 van de gang van zaken en de communicatie omtrent het waarderingsrapport voor de herstructurering geen verwijt valt te maken. De klacht tegen een derde accountant is op de zitting ingetrokken. De Accountantskamer heeft de behandeling van deze accountant gestaakt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:38 Hof van Discipline 's Gravenhage 250085

    Verweerster heeft klager en de (voormalige) onderneming van klaagster bijgestaan in een strafrechtelijke procedure. Klager verwijt verweerster dat zij zowel voor hem als voor de onderneming heeft opgetreden, terwijl sprake was van een tegengesteld belang. Verder verwijt klager verweerster dat zij zijn zaak niet zorgvuldig heeft behandeld. Het hof is met de raad van oordeel dat in dit geval van een tegenstrijdig belang geen sprake is geweest en dat verweerster niet onzorgvuldig heeft gehandeld. De klachten zijn daarom terecht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:39 Hof van Discipline 's Gravenhage 250063 250064 250065

    Klager heeft klachten ingediend tegen zijn voormalig advocaten, die klager hebben bijgestaan in (onder andere) een procedure tegen de voormalig zakenpartner van klager. De raad heeft de klachten niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 46g, eerste lid en onder a van de Advocatenwet. Het hof onderschrijft dit oordeel van de raad; het tijdsverloop tussen de dag waarop klager redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het volgens hem verwijtbaar handelen van verweerders en het indienen van de klacht bedraagt meer dan drie jaar, waardoor het recht van klager om een klacht in te dienen is komen te vervallen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:41 Hof van Discipline 's Gravenhage 240314

    De zaak betreft een verzoek ex artikel 60ab Advocatenwet. De Raad van Discipline heeft verweerder met onmiddellijke ingang geschorst omdat een ernstig vermoeden bestaat van een handelen of nalaten door verweerder waardoor enig door artikel 46 Advocatenwet beschermd belang ernstig geschaad is of dreigt te worden geschaad en wel zodanig dat het doorlopen van een reguliere tuchtrechtprocedure niet kan worden afgewacht. Verweerder heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de raad. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:39 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-346/AL/GLD

    Naar het oordeel van de raad is sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding en heeft klager tijdig geklaagd over het optreden van verweerder. Verweerder heeft door zijn handelen de kernwaarden deskundigheid, vertrouwelijkheid en (financiële) integriteit geschonden. De raad acht de handelwijze van verweerder ernstig laakbaar. Verweerder heeft meerdere keren nagelaten om in alle openheid te vertellen dat hij een beroepsfout heeft gemaakt. Hij had dat in 2019 moeten doen, waartoe hij door de cassatieadvocaat ook geadviseerd was en ook op het moment dat klager bij hem op de lijn kwam omdat hij niet bekend was met het arrest van het hof dat volgde op zijn beroepsfout. Hij heeft niet alleen nagelaten zijn client deugdelijk te adviseren maar heeft zijn fout actief toegedekt door daarover verhullend te communiceren. Van verweerder mag bovendien bij de afhandeling van zijn aansprakelijkstelling door zijn verzekeraar de nodige regie worden verwacht. Ook daarin neemt verweerder een afwachtende houding aan. Alhoewel zijn gemachtigde tijdens de zitting excuses voor de gang van zaken heeft aangeboden, heeft verweerder zelf geen oprecht inzicht in het verwijtbare van zijn handelen getoond. Dat is zorgelijk. Daarnaast heeft verweerder zich niet gehouden aan de bepalingen van de AVG en de relatie met klager financieel niet netjes afgewikkeld. De raad legt aan verweerder een deels voorwaardelijke (2 weken) en deels onvoorwaardelijke (2 weken) schorsing in de praktijkuitoefening op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:42 Hof van Discipline 's Gravenhage 250123

    Dekenbezwaar over het handelen van verweerder. De deken verwijt verweerder dat hij in een poging om te bemiddelen voor een verdachte, die werd bijgestaan door een andere advocaat, contact heeft opgenomen met de advocaat van het slachtoffer (tevens getuige) zonder de behandelend advocaat van de verdachte in te lichten en dat hij ongeoorloofde druk op het slachtoffer heeft uitgeoefend om de verklaring die zij als getuige heeft afgelegd in te trekken. De raad heeft geoordeeld dat verweerder geen contact heeft opgenomen met de behandelend advocaat van de verdachte voordat hij gehoor gaf aan het verzoek van de verdachte om contact op te nemen met de advocaat van het slachtoffer en daarmee niet heeft gehandeld zoal het een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De raad heeft het overige dekenbezwaar ongegrond verklaard. Aan verweerder is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het betreft een hoger beroep van de deken tegen het ongegrond verklaarde klachtonderdeel. In hoger beroep oordeelt het hof dat verweerder in een lopende zedenzaak gehoor heeft gegeven aan het verzoek van de verdachte om contact op te nemen met de advocaat van een van de getuigen, die tevens slachtoffer was. Verweerder heeft met het telefoongesprek willen bereiken dat de getuige, tevens slachtoffer, in een zedenzaak haar belastende verklaring in zou trekken onder de mededeling dat de verdachte een sterke zaak zou hebben en dat er door de verdachte nare dingen over de getuige/slachtoffer op de strafzitting in de openbaarheid zouden worden gebracht als haar verklaring niet zou worden ingetrokken. Verweerder heeft op verzoek van de verdachte op intimiderende wijze de druk op getuige/slachtoffer opgevoerd en de uitkomst van de strafzaak van de verdachte willen beïnvloeden. Het betrof bovendien een zedenzaak, waarin zowel de verdachte als de getuige/slachtoffer bekende Nederlanders zijn en die veel media aandacht trok. Het lag dan ook voor de hand dat de negatieve verklaringen van de verdachte zouden zien op intieme zaken waarvan brede openbaring extra pijnlijk zou zijn. Het benaderen van een getuige in een zedenzaak zoals verweerder heeft gedaan om deze onder druk te zetten en zo te ontmoedigen te verklaren is voor een advocaat volstrekt ontoelaatbaar. Met in achtneming van het door de raad gegrond verklaarde bezwaar van de deken en het in hoger beroep alsnog gegrond verklaarde bezwaar acht het hof een maatregel van een schorsing van 4 (vier) weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:40 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-839/AL/GLD

    De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk (wegens misbruik van klachtrecht) en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:41 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-868/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerster voor klager als advocaat is opgetreden. Een advocaat-stagiaire heeft alle contacten met klager gehad en werkzaamheden verricht onder het patronaat van verweerster. Dat op de toevoegingsaanvraag de naam van verweerster stond was omdat de advocaat-stagiaire daartoe toen nog niet bevoegd was. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:5 Accountantskamer Zwolle 24/3458 Wtra AK

    Vanwege een relatiebreuk heeft klaagster zich voor advies tot (de dochter van) betrokkene gewend. Klaagster verwijt betrokkene onder meer dat hij (zonder opdracht) zich als advocaat heeft voorgedaan, terwijl hij van het tableau is geschrapt, dat hij mondelinge afspraken niet is nagekomen en dat hij een contante betaling van € 20.000 heeft aangenomen waarvoor hij geen kwitantie wilde verstrekken. De klacht wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond.