ECLI:NL:TAHVD:2026:44 Hof van Discipline 's Gravenhage 260023

ECLI: ECLI:NL:TAHVD:2026:44
Datum uitspraak: 12-02-2026
Datum publicatie: 12-02-2026
Zaaknummer(s): 260023
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Verwijzing
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Het hof verwijst een klacht tegen de deken niet. De klacht ziet op een administratieve omissie die door de deken, nadat hij daarmee bekend is geworden, terstond is hersteld. Daarmee is naar het oordeel van de voorzitter sprake van een bagatelklacht. Door het handhaven van deze klacht, gebruikt klager het klachtrecht tegen de deken voor een ander doel (ventileren van persoonlijk ongenoegen) dan waarvoor het is bedoeld (waarborging van de kwaliteit van de beroepsgroep). De voorzitter zal de klacht daarom niet verwijzen. 

Beslissing van de voorzitter van
het Hof van Discipline
    
van 12 februari 2026
in de zaak 260023

    
naar aanleiding van de klacht van:
    
     
klager 
    

tegen:

verweerder 

1    HET VERZOEK

1.1    De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van datum 22 januari 2026 van klager. Klager heeft aan de klacht ten grondslag gelegd dat verweerder, die deken van de orde van advocaten in het arrondissement Rotterdam is, een nevenfunctie als lid van de Raad van Advies bij de Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam (“JFR") verzwijgt. Volgens klager is verweerder niet transparant inzake het melden van zijn nevenfuncties en heeft hij daardoor zijn geloofwaardigheid verloren. Verweerder dient volgens klager per direct al zijn openbare functies neer te leggen. Klager verzoekt het hof om zijn klacht in behandeling te nemen en in overleg met hem een fysieke zitting in te plannen.

1.2   In aanvulling op de klacht heeft klager, wiens tuchtklachten tegen de advocaten mrs. T en Van L. bij verweerder in onderzoek zijn, verzocht om verweerder in het onderzoek naar deze tuchtklachten te vervangen. 

1.3   Verweerder heeft in reactie op de klacht te kennen gegeven dat het juist is dat zijn nevenfunctie als lid van de raad van advies van de Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam niet in het register stond vermeld. Hij heeft dit alsnog geregistreerd op www.toezichtadvocatuur.nl/organisatie/samenstelling. 

1.4 Klager heeft aan het hof bericht dat hij na de reactie van verweerder zijn klacht doorzet. Verweerder was niet transparant in het vermelden van zijn nevenfuncties, heeft daardoor zijn geloofwaardigheid verloren en is als deken nooit meer te vertrouwen. 

2    DE BEOORDELING

2.1    Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht tegen een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.

2.2    De klacht tegen verweerder ziet op een administratieve omissie die door verweerder, nadat hij daarmee bekend is geworden, terstond is hersteld. Daarmee is naar het oordeel van de voorzitter sprake van een bagatelklacht. Door het handhaven van deze klacht, gebruikt klager het klachtrecht tegen de deken voor een ander doel (ventileren van persoonlijk ongenoegen) dan waarvoor het is bedoeld (waarborging van de kwaliteit van de beroepsgroep). De voorzitter zal de klacht daarom niet verwijzen. Het houden van een zitting acht de voorzitter onder deze omstandigheden niet opportuun.

3    BESLISSING

De voorzitter van het Hof van Discipline:

- wijst het verzoek tot verwijzing af.

Deze beslissing is gewezen op 12 februari 2026 door mr. J.D. Streefkerk, plaatsvervangend voorzitter.


Plaatsvervangend voorzitter

De beslissing is verzonden op 12 februari 2026.