ECLI:NL:TDIVTC:2025:43 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/54
| ECLI: | ECLI:NL:TDIVTC:2025:43 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 27-11-2025 |
| Datum publicatie: | 04-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | 2024/54 |
| Onderwerp: | Overige diersoorten |
| Beslissingen: | Gegrond met waarschuwing |
| Inhoudsindicatie: | Kip. Dierenarts handelt niet lege artis bij de euthanasie van een kip. [Volgt waarschuwing]. |
HET VETERINAIR TUCHTCOLLEGE
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Uitspraak in de zaak van
mw. [naam] klaagster, klaagster,
tegen
dierenarts dhr. drs. [naam] beklaagde, beklaagde.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1. DE PROCEDURE
Het college heeft kennisgenomen van het klaagschrift, het verweer, de repliek en de dupliek. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 juli 2025. Klaagster is zonder voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Beklaagde was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde, mr. E. J. Brouwer-Van Vliet. Na de zitting is uitspraak bepaald.
2. DE KLACHT
Beklaagde wordt verweten dat hij tekort is geschoten met betrekking tot de euthanasie van de kip van klaagster, die niet direct heeft geleid tot de dood van de kip.
3. DE VOORGESCHIEDENIS
3.1. Het gaat in deze zaak om de kip van klaagster met de naam [naam] (hierna de kip), anderhalf jaar oud ten tijde van de gebeurtenissen die tot deze klacht hebben geleid.
3.2. Op 27 februari 2023 is klaagster met de kip op het spreekuur geweest vanwege regelmatige kropverstoppingen.
3.3. Op donderdag 22 juni 2023 is klaagster met de kip naar het spreekuur gekomen met het verzoek euthanasie toe te passen vanwege aanhoudende kropproblemen. Beklaagde was daarmee akkoord vanwege het feit dat kropverlamming de kwaliteit van leven onvoldoende maakte. Beklaagde heeft ter sedatie premedicatie toegediend, een combinatie van Ketamine, Dexmedetomidine, Midazolam en Butorphanol. Na de inwerking ervan zou een letale injectie Pentobarbital toegediend worden. Beklaagde is even uit de behandelruimte geweest en constateerde bij terugkomst geen ademhaling bij de kip en hoorde bij auscultatie geen ademhaling en geen harttoon. Beklaagde heeft klaagster aangeboden alsnog Euthasol (werkzame stof Pentobarbital) toe te dienen, maar dit is afgewezen door klaagster. Klaagster heeft de kip mee naar huis genomen, in de veronderstelling dat deze was overleden.
3.4. De volgende dag merkte klaagster dat de kip niet overleden was en heeft zij de kliniek gebeld. Er is direct een nieuwe afspraak ingepland, waarbij de euthanasiebehandeling kosteloos is herhaald en een injectie Euthasol in de foramen magnum is toegediend, waarna de dood is ingetreden.
3.5. Enige tijd hierna is klaagster de onderhavige tuchtprocedure gestart.
4. HET VERWEER
Beklaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op dit verweer zal hierna, voor zover nodig, worden ingegaan.
5. DE BEOORDELING
5.1. In het geding is de vraag of beklaagde is tekortgeschoten in de zorg die hij als dierenarts had behoren te betrachten ten opzichte van de kip van klaagster, met betrekking tot welk dier zijn hulp was ingeroepen, een en ander als bedoeld in artikel 8.15 juncto artikel 4.2 van de Wet dieren.
5.2. Beklaagde heeft in verweer aangevoerd dat klaagster niet eerst gebruik heeft gemaakt van de interne klachtregeling van de kliniek, noch op andere wijze eerder haar onvrede aan hem of collega’s heeft geuit. Eerst vanaf het moment dat de tuchtklacht bij het college werd ingediend, is hem die ontevredenheid bekend geworden. De klacht is volgens beklaagde ingediend ogenschijnlijk om een andere tuchtklacht tegen hem die betrekking had op haar kat, meer gewicht te geven. Beklaagde stelt dat de klacht niet ontvankelijk moet worden verklaard. Het college herhaalt wat tijdens de zitting al is medegedeeld dat het eerst doorlopen van een interne klachtenregeling geen voorwaarde is om klaagster in haar klacht te kunnen ontvangen. Hoewel het tijdig uiten en bespreken van een klacht met de dierenarts zelf wenselijk is, betreft dit geen verplichting. De klacht komt dus voor inhoudelijke beoordeling in aanmerking.
5.3. Naar het oordeel van het college heeft beklaagde onvoldoende nauwkeurig en met onvoldoende zekerheid gecontroleerd of de kip na het toedienen van de premedicatie daadwerkelijk was overleden. Buiten dat heeft beklaagde vervolgens de beslissing om geen Pentobarbital meer toe te dienen overgelaten aan klaagster. Het had echter op zijn weg gelegen daarin zelf de verantwoordelijkheid te nemen. Beklaagde heeft geen Pentobarbital toegediend, terwijl hij dit naar het oordeel van het college zekerheidshalve wel had moeten doen. De euthanasie is daardoor niet lege artis verlopen. Het gevolg hiervan is dat de kip mogelijk onnodig heeft geleden. De klacht wordt gegrond verklaard. Na te melden maatregel wordt door het college passend en geboden geacht.
6. DE BESLISSING
Het college:
verklaart de klacht gegrond;
geeft beklaagde daarvoor een waarschuwing, als bedoeld in artikel 8.31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet dieren;
Aldus vastgesteld te ’s-Gravenhage door mr. A.J. Kromhout, voorzitter, en door de leden drs. M. Lockhorst, drs. B.J.A. Langhorst Mak, drs. A.C.M. van Heuven-van Kats en dr. Y. Elte en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025.