ECLI:NL:TAHVD:2025:255 Hof van Discipline 's Gravenhage 250329
| ECLI: | ECLI:NL:TAHVD:2025:255 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 08-12-2025 |
| Datum publicatie: | 08-12-2025 |
| Zaaknummer(s): | 250329 |
| Onderwerp: | Aanwijzing, subonderwerp: Artikel 13 Advocatenwet: aanwijzing van een advocaat |
| Beslissingen: | Beklag |
| Inhoudsindicatie: | Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Doordat klager weigert om de deken informatie te verstrekken, kan de deken niet beoordelen of de door klager gewenste procedure voldoende kans van slagen heeft en evenmin of hij daarbij de bijstand van een advocaat nodig heeft. Dat levert een gegronde reden op om toewijzing van een advocaat te weigeren. |
Beslissing van 8 december 2025
in de zaak 250329
naar aanleiding van het beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet van:
klager
tegen:
Deken van de Orde van Advocaten
in het arrondissement Den Haag
de deken
1 DE PROCEDURE
Bij de deken
1.1 Klager heeft bij de deken een verzoek ingediend tot aanwijzing van een advocaat
als bedoeld in artikel 13 lid 1 Advocatenwet.
1.2 De deken heeft dit verzoek afgewezen met de beslissing van 29 september 2025. De deken heeft aan de afwijzende beslissing ten grondslag gelegd dat klager zijn verzoek onvoldoende heeft onderbouwd. Daardoor heeft de deken niet kunnen vaststellen dat klager bijstand nodig heeft die uitsluitend door een advocaat kan worden verleend.
Bij het hof
1.3 Klager heeft op 29 september 2025 een beklag tegen de beslissing van de deken
ingediend bij het Hof van Discipline (hierna: het hof). Verder bevat het dossier het
verweer van de deken. Klager is in de gelegenheid gesteld te repliceren, maar heeft
daarvan geen gebruik gemaakt.
1.4 Het hof heeft het verzoek in raadkamer behandeld op basis van de stukken
uit het dossier.
2 BEKLAG EN VERWEER
Gronden van het beklag
2.1 Klager stelt dat de deken het verzoek ten onrechte heeft afgewezen. Klager
wil een civiele (schade)vordering instellen tegen de Nederlandse Staat vanwege “stelselmatig
en onrechtmatig gebruik van strafrechtelijke middelen door politie en Openbaar Ministerie”.
De deken heeft het verzoek geweigerd, omdat klager niet voldeed aan haar vraag om
het volledige dossier aan haar ter beschikking te stellen. Klager wenst inderdaad
geen gevoelige stukken met de deken te delen en is van mening dat dit ook niet nodig
is.
2.2 Klager voert daartoe het volgende aan:
- er is geen wettelijke verplichting tot het verstrekken van het dossier aan
de deken. Artikel 13 Advocatenwet bepaalt dat de deken aanwijzing alleen kan weigeren
bij gegronde redenen;
- de geheimhoudingsverplichting van de deken kan niet worden aangevoerd als reden
om een rechtzoekende te dwingen vertrouwelijke stukken te overhandigen;
- de weigering van de deken om een advocaat aan te wijzen, leidt tot een onevenredige
beperking van klagers toegang tot de rechter;
- de deken heeft nagelaten adequaat te onderzoeken of zij op een minder ingrijpende
wijze aan de benodigde informatie kon komen (bijvoorbeeld via klagers voorgaande advocaat
of via het OM);
- het verplicht stellen van dossieroverdracht zonder wettelijke basis creëert
ongewenste mogelijkheden tot verspreiding van gevoelige informatie en kan bij rechtzoekenden
het gerechtvaardigde vermoeden van dubbele agenda of belangenverstrengeling wekken.
Verweer
2.3 De deken heeft aangevoerd dat klager niet de informatie heeft verstrekt waarom
is verzocht, zodat zij niet heeft kunnen vaststellen of aan de voorwaarden van artikel
13 Advocatenwet is voldaan. De deken is van mening dat het niet aan haar is om informatie
bij elkaar te zoeken, waaruit zij zou moeten opmaken dat klager inderdaad de Nederlandse
Staat aansprakelijk kan stellen wegens een onrechtmatige daad. Het is aan klager om
de informatie aan te leveren die nodig is om het verzoek tot aanwijzing van een advocaat
te kunnen beoordelen. Door de verzochte informatie niet aan te leveren kan de haalbaarheid
van een eventuele procedure niet worden beoordeeld. Ook kan niet worden beoordeeld
voor het voeren van de gewenste procedure bijstand door een advocaat noodzakelijk
is.
3 BEOORDELING
Toetsingskader
3.1 Op grond van artikel 13 Advocatenwet kan een rechtzoekende die niet (tijdig)
een advocaat bereid vindt hem bij te staan in een zaak waarin vertegenwoordiging door
een advocaat is voorgeschreven of bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden,
zich wenden tot de deken met het verzoek een advocaat aan te wijzen. De deken kan
een verzoek op grond van dit artikel alleen wegens gegronde redenen afwijzen. Een
dergelijke reden kan onder meer bestaan indien de door klager gewenste procedure geen
verplichte procesvertegenwoordiging kent, of indien de procedure geen redelijke kans
van slagen heeft.
Overwegingen van het hof
3.2 De deken kan alleen overgaan tot aanwijzing van een advocaat als de verzoeker
de deken voldoende informatie geeft om te kunnen beoordelen wat voor procedure gevoerd
moet worden en of zo’n procedure voldoende kans van slagen heeft. Dat betekent dat
het op de weg van klager ligt om concreet, aan de hand van feiten aan te geven wat
er wanneer is gebeurd, wat daarbij volgens klager op welk moment en waarom fout is
gegaan en wat de schade is, die klager daardoor meent te hebben geleden. Ook dient
klager aan de hand van onderliggende documenten voldoende aanknopingspunten aan de
deken aan te leveren om de haalbaarheid van een procedure te kunnen inschatten.
3.3 Doordat klager weigert om de deken informatie te verstrekken, kan de deken niet beoordelen of de door klager gewenste procedure voldoende kans van slagen heeft en evenmin of hij daarbij de bijstand van een advocaat nodig heeft. Dat levert een gegronde reden op om toewijzing van een advocaat te weigeren. Klager dient de deken de informatie te verstrekken die zij nodig heeft om het verzoek te kunnen beoordelen. Van de deken kan niet worden verlangd dat zij zelfstandig op onderzoek uitgaat bij voormalig advocaten van klager en/of derden om de benodigde informatie te verzamelen. Als klager meent dat zijn voormalig advocaat de informatie heeft die de deken nodig heeft voor beoordeling van het aanwijzingsverzoek, kan klager deze informatie daar zelf opvragen en aan de deken verstrekken.
3.4 Uit niets blijkt overigens dat de deken overdracht van of inzage in volledige dossiers heeft gevraagd. Klager heeft gesteld dat hij meerdere malen strafrechtelijk is vervolgd en dat er vele malen vrijspraak is gevolgd. De deken heeft klager alleen om de uitspraken/vonnissen gevraagd, waaruit zou blijken dat hij steeds ten onrechte is vervolgd. Daarnaast heeft de deken geconstateerd dat er een samenhang lijkt te zijn met een zaak waarvoor een andere advocaat is aangewezen. In dat kader heeft de deken klager gevraagd welk advies die advocaat heeft uitgebracht. De door de deken opgevraagde informatie is proportioneel en relevant voor de beoordeling van de vraag of aan de vereisten van artikel 13 Advocatenwet is voldaan.
3.5 Wat klager heeft aangevoerd over de geheimhoudingsverplichting van advocaten en in het bijzonder de deken maakt het voorgaande niet anders. De geheimhoudingsverplichting van de deken is geen middel om klager te dwingen informatie te geven, maar waarborgt juist dat door klager wel verstrekte informatie niet terecht komt bij (niet aan dezelfde geheimhoudingsverplichting gebonden) derden. De door klager genoemde uitspraak van het hof (17 februari 2023, ECLI:NL:TAHVD:2023:17) gaat over schending van het beroepsgeheim door een advocaat en benadrukt slechts dat de advocaat niet zonder toestemming van zijn cliënt (of een vervangende toestemming van de deken) iets mag zeggen over een zaak die hij behartigt of heeft behartigd. Dat betekent niet dat de cliënt zelf niets over zijn zaak mag zeggen.
3.6 Het staat klager uiteraard vrij om te bepalen of en zo ja, welke informatie hij aan de deken wenst te verstrekken. Hij moet er alleen wel rekening mee houden dat de deken zijn aanwijzingsverzoek zonder relevante informatie niet kan beoordelen. Dat geldt zowel voor de vraag of voor de door klager gewenste procedure een advocaat nodig is als voor de vraag of de gewenste procedure voldoende kans van slagen heeft. Het ontbreken van dergelijke concrete informatie levert een gegronde reden op tot afwijzing van het aanwijzingsverzoek. Voor zover daarmee de toegang van klager tot de rechter al zou zijn beperkt, is dat aan klager zelf te wijten.
3.7 Het beklag is op grond van het voorgaande ongegrond.
4 BESLISSING
Het Hof van Discipline:
- verklaart het beklag van klager tegen de beslissing van 16 september 2025 van de Deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag ongegrond.
Deze beslissing is genomen door mr. drs. P. Fortuin, voorzitter, mrs. M.S.A. van Dam en J.M. Frons, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.A.M. Sinjorgo, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2025.
griffier voorzitter
De beslissing is verzonden op 8 december 2025.