Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar zoekresultaten

ECLI:
ECLI:NL:TADRARL:2019:14
Datum uitspraak:
14-01-2019
Datum publicatie:
29-01-2019
Zaaknummer(s):
18-162
Onderwerp:
Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartijVrijheid van handelen Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartijRechtsmaatregelen binnen de sommatietermijn
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Verzetbeslissing; verzet ongegrond.

Noord-Nederland

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden

van 14 januari 2019

in de zaak 18-162

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van4 juni 2018 op de klacht van:

 

klager

tegen:

verweerder

 

1.    VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1    Bij brief van 19 oktober 2017 heeft klager zich bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Nederland beklaagd over verweerder.

1.2    Bij brief aan de raad van 20 februari 2018 met kenmerk 2017 KNN166, door de raad ontvangen op 21 februari 2018, heeft de deken de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.3    Bij beslissing van 4 juni 2018 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard, welke beslissing op 4 juni 2018 is verzonden aan klager.

1.4    Bij e-mailbericht van 25 juni 2018 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.5    Het verzet is behandeld ter zitting van de raad van 16 november 2018 in aanwezigheid van klager en verweerder.

1.6    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waarvan verzet en van de stukken waarop de beslissing blijkens de tekst daarvan is gegeven, alsmede van het verzetschrift van klager van 25 juni 2018.

 

2.    FEITEN EN KLACHT

2.1    Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. Tegen die weergave komt klager in verzet niet op.

 

3.    VERZET EN VERWEER

3.1    De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:

a)    Er is geen zitting geweest. Er is een zitting nodig om de klacht en het verweer inhoudelijk te behandelen alsmede de waarheidsvinding een dienst te bewijzen.

b)    De beweringen van verweerder worden ten onrechte als waar aangenomen terwijl er geen bewijzen zijn. Verweerder heeft zelf erkend dat hij een getuige heeft benaderd en dat is in strijd met regel 16 van de Gedragsregels.

3.2    Het gemotiveerde verweer van verweerder ter zitting komt hierna, voor zover relevant, bij de beoordeling aan de orde.

 

4.    BEOORDELING

4.1    De raad is van oordeel dat de voorzitter bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en voorts acht heeft geslagen op alle relevante omstandigheden van het geval. Naar het oordeel van de raad kunnen de door klager aangevoerde gronden niet slagen en heeft de voorzitter de klacht terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond bevonden.

4.2    Nu het verzet van klager tegen de beslissing van de voorzitter ook overigens geen nieuwe gezichtspunten oplevert is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht en moet het verzet ongegrond worden verklaard.

 

BESLISSING

De raad van discipline:

verklaart het verzet ongegrond.

 

Aldus gewezen door mr. F.P. Dresselhuys-Doeleman, voorzitter, mrs. G.E.J. Kornet, F. Klemann, N.H.M. Poort, E.H.de Vries, leden, bijgestaan door mr. J.M.G. Kuin-van den  Akker als griffier en uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2019.

 

Griffier                                                                      Voorzitter

 

Verzonden d.d. 14 januari 2019.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens