ECLI:NL:TGZRSGR:2018:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-079b
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSGR:2018:174 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 13-11-2018 |
| Datum publicatie: | 13-11-2018 |
| Zaaknummer(s): | 2018-079b |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Gedurende de behandelperiode van klager zijn deugdelijke anamneses afgenomen en onderzoek verricht. Ten tijde van de behandelperiode bestond geen verplichting om de vitamine D-waarde te laten bepalen. De psychiater mocht ook vanwege het ontbreken van aanwijzingen voor het tegendeel ervan uitgaan dat er bij klager geen sprake was van een vitamine D-tekort. Klacht afgewezen. |
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:
A,
wonende te B,
klager,
tegen:
C, psychiater,
werkzaam te B,
verweerder.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 11 april 2018,
- het verweerschrift met bijlagen
- een gedeelte van het behandeldossier ontvangen van verweerders,
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek op 28 augustus 2018.
1.2 Het College heeft de klacht op 2 oktober 2018 in raadkamer behandeld.
2.
De feiten
2.1 Klager, geboren in 1983, is van 15 april 2008 tot en met 3 juni 2008 vanwege een mogelijke schizofrene ontwikkeling dan wel een cluster A persoonlijkheidsstoornis opgenomen op de afdeling D en later de open afdeling van E. De opname geschiedde middels rechterlijke machtiging.
2.2 Verweerder is werkzaam als psychiater bij E. Klager werd op 15 april 2008 gezien door collega-psychiater F (verweerder in 2018-079a, hierna F waarbij F psychiatrisch en lichamelijk onderzoek heeft verricht en aanvullend bloedonderzoek heeft laten verrichten. F was deze periode de behandelend psychiater van klager. Verweerder heeft klager verscheidene keren gezien en heeft vervolgens de afsluitbrief d.d. 12 juni 2008 mede-ondertekend.
2.3 Na het ontslag uit de opname heeft klager op een andere afdeling poliklinisch nazorg ontvangen. Verweerder is niet betrokken geweest bij de behandeling van klager na het ontslag van de gesloten afdeling.
3.
De klacht
Klager verwijt verweerder – zakelijk weergegeven – dat hij:
1) niet heeft vastgesteld dat er een ernstig vitamine D-tekort was
2) geen onderzoek heeft gedaan naar het vitamine D-tekort
3) klager niet heeft geïnformeerd over het vitamine D-tekort, ondanks de wettelijke informatieplicht
4) bewust heeft verzwegen dat er een mogelijk vitamine D-tekort was, met alle gevolgen van dien.
4. Het standpunt van verweerder
Verweerder heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.
5. De beoordeling
5.1 Verweerder stelt dat er ten tijde van de opname van klager geen verplichting bestond om aanvullend bloedonderzoek te doen naar de vitamine D-waarde. Er bestond ook geen aanleiding een causaal verband aan te nemen tussen een tekort aan vitamine D en de psychotische toestand van klager. Derhalve heeft geen onderzoek plaatsgevonden naar een eventueel vitamine D-tekort. Klachtonderdeel 2 en de daaruit voortvloeiende klachtonderdelen 1, 3 en 4 zijn daarmee volgens verweerder ongegrond.
5.2 De klachtonderdelen lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
Tijdens de behandelperiode van klager heeft de hoofdbehandelaar van klager deugdelijke anamneses afgenomen en voldoende (laboratorium)onderzoek verricht dan wel deugdelijk onderzoek laten verrichten. Het College volgt het beleid van verweerder en stelt vast dat er ten tijde van de behandelperiode van klager geen verplichting bestond om de vitamine D-waarde te laten bepalen. Verweerder mocht ook vanwege het ontbreken van aanwijzingen voor het tegendeel ervan uitgaan dat er bij klager geen sprake was van een vitamine D-tekort. Bovendien heeft klager het vitamine D-tekort in 2011 ontdekt. Hij was toen niet meer in behandeling bij E.
5.3 Het College is ten aanzien van de klacht van oordeel dat al hetgeen klager voor het overige heeft aangevoerd niet kan afdoen aan de hierboven weergegeven overweging en het daarin besloten liggende oordeel. Om bovenstaande redenen zal de klacht zonder nader onderzoek als kennelijk ongegrond worden afgewezen.
6. De beslissing
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag beslist als volgt:
wijst de klacht af.
Deze beslissing is gegeven op 13 november 2018 door W.N.L. Donker, voorzitter, E.M. Deen, lid-jurist, H.N. Koetsier, B. van Ek, R.P. van Straaten, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door T.C. Brand, secretaris.
voorzitter secretaris
Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:
a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;
b. degene over wie is geklaagd;
c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur Gezondheidszorg en Jeugd, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hem toevertrouwde belangen aangaat.
Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te
Den Haag, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.