ECLI:NL:TGZCTG:2018:317 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.248

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2018:317
Datum uitspraak: 29-11-2018
Datum publicatie: 29-11-2018
Zaaknummer(s): c2018.248
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:   Klacht tegen een longarts. Klager verwijt de longarts dat hij klager de gevraagde behandeling heeft geweigerd op 16 februari 2015. Daarnaast voelt klager zich onheus bejegend door de longarts wegens de door de longarts gemaakte opmerking in zijn brief van 16 februari 2015 dat de klachten zijn terug te voeren op een psychosomatische oorzaak. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de klacht als kennelijk ongegrond dient te worden afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege komt op grond van de stukken en hetgeen ter terechtzitting in beroep nog naar voren is gebracht tot dezelfde bevindingen als het Regionaal Tuchtcollege en neemt hetgeen het Regionaal Tuchtcollege onder ‘5. Beoordeling van de klacht’ heeft overwogen hier over. Daarmee onderschrijft het Centraal Tuchtcollege het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht ongegrond is en dient te worden afgewezen. Het beroep wordt verworpen.

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E

voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2018.248 van:

A., wonende te B., appellant, klager in eerste aanleg,

tegen

C., longarts, werkzaam te D., verweerder in beide instanties,

gemachtigde: mr. M. Kremer, advocaat te Groningen.

1.         Verloop van de procedure

A. – hierna klager – heeft bij klaagschrift van 15 januari 2018, ingekomen op 18 januari 2018 bij het Regionaal Tuchtcollege te Groningen, tegen C.- hierna de longarts - een klacht ingediend. Bij beslissing van 22 mei 2018, onder nummer G2018/07, heeft dat College de klacht afgewezen.

Klager is van die beslissing tijdig in beroep gekomen.

De longarts heeft een verweerschrift in beroep ingediend.

De zaak is in beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 1 november 2018, waar zijn verschenen klager en de longarts, bijgestaan door mr. Kremer.

Partijen hebben hun standpunten toegelicht. Mr. Kremer aan de hand van een pleitnota die hij aan het Centraal Tuchtcollege heeft overhandigd.

2.         Beslissing in eerste aanleg

Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing de volgende overwegingen ten grondslag gelegd.

            “2. Vaststaande feiten

            Voor de beoordeling van de klacht gaat het college uit van de volgende feiten.

2.1

In de medische voorgeschiedenis van klager worden klachten vermeld in het urogenitaal stelsel (de organen van het urine- en voortplantingsstelsel) sinds 2011.

Er zijn toen geen schimmels gekweekt.

2.2

Klager is in 2013 in E. geopereerd. Hij heeft daar een mini-thoracotomie ondergaan (ingreep waarbij de borstkas geopend wordt om de organen in de borstkas te kunnen bereiken), waarbij de bovenkwab van de linkerlong is verwijderd. Bij directe microscopie werd een niet kwaadaardige infectieuze aandoening vastgesteld. Bij kweek werd Mycobacterium kansasii (een beruchte bacterie die infecties verwekt van de long of andere organen) geïsoleerd. Er werden geen schimmels of ander micro-organismen gekweekt. Klager heeft het advies gekregen om voor de Mycobacterium kansasii-infectie een medicamenteuze behandeling te ondergaan. Dit advies heeft klager niet opgevolgd. Tevens heeft klager het advies om het gebruik van antimycotica te staken evenmin opgevolgd.

2.3

Klager heeft diverse medisch specialisten geconsulteerd, maar geen enkele arts heeft bij hem een schimmelinfectie geconstateerd. Desondanks heeft klager wel diverse middelen gebruikt die zijn bedoeld om een schimmelinfectie tegen te gaan: miconazol-crème lokaal en fluconazol, itraconazol en posaconazol oraal.

3. De klacht

Klager is van mening dat hij hoogstwaarschijnlijk lijdt aan Mucormycose (een zeldzame maar ernstige schimmelaandoening waarbij de bloedvatwanden van vooral de sinussen, hersenen en longen zijn aangetast) en hij wenst hiervoor een behandeling te krijgen met liposomaal amphotericine B via dagelijkse infusie. Verweerder heeft klager die behandeling geweigerd op 16 februari 2015 en dat verwijt klager hem. Daarnaast voelt hij zich onheus bejegend door verweerder wegens de door verweerder gemaakte opmerking in zijn brief van 16 februari 2015 dat de klachten zijn terug te voeren op een psychosomatische oorzaak,

            4. Het verweer

Verweerder vindt geen aanwijzingen die erop duiden dat klager mogelijk lijdt aan Mucormycose. Hij ziet daarom geen aanleiding een behandeling in stand te houden, laat staan om op te schalen naar een intensievere behandeling. Verweerder kan de sombere ideeën van klager over zijn lichamelijke toestand niet met feiten staven, vandaar dat hij spreekt van een fixatie op lichamelijk lijden. Dit lijkt hem een bondige maar adequate duiding van zijn bevindingen.

            5. Beoordeling van de klacht

5.1

Het college wijst er allereerst op dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

5.2

Het college is van oordeel dat verweerder tijdens het consult op 16 februari 2015 voldoende zorgvuldigheid heeft betracht jegens klager. Verweerder heeft - net als andere door klager geraadpleegde specialisten - bij klager geen aanwijzingen gevonden voor de diagnose Mucormycose of een andere schimmelinfectie. Daarnaast heeft klager geen verzwakt immuumysteem of een medische aandoening die vaak gepaard gaan met Mucormycose. Klager gaf tijdens het consult van 16 februari 2015 zelfs te kennen dat hij zich de laatste weken beter voelde dan daarvoor. Er bestond daarom voor verweerder geen enkele medische noodzaak om een behandeling te starten met liposomaal amphotericine B via dagelijke infusie. Een dergelijke behandeling was gezien de risico's die deze met zich brengt zelfs onverantwoord en verwijtbaar geweest, omdat deze mogelijk schade had kunnen opleveren aan de gezondheid van klager.

Het college maakt uit de stukken op dat verweerder alles behalve onwelwillend of onzorgvuldig is geweest. Verweerder heeft klager voorgesteld aanvullende beeldvorming te doen, met name ook om een thoracale lokalisatie van eventuele pathologie te kunnen uitsluiten, gezien de eerder operatie daar. Dit voorstel heeft klager afgewezen. 

Aangezien verweerder en andere specialisten geen enkele aanwijzingen hebben gevonden voor de diagnose Mucormycose en klager niet ingaat op verweerders aanbod tot het laten uitvoeren van aanvullend beeldonderzoek, acht het college het geenszins onredelijk dat verweerder spreekt van een somatische fixatie. Dit is een zakelijke conclusie op basis van waarnemingen, zonder een negatief waardeoordeel te vellen over klagers persoon. Het college is daarom van oordeel dat verweerder klager door het uiten van deze bevinding niet onheus heef bejegend. Dat klager dit wel zo ervaart, is niettemin spijtig.

6. Slotsom

De conclusie van het voorgaande is dat de klacht kennelijk ongegrond is. Verweerder kan met betrekking tot de klacht geen verwijt als bedoeld in artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg worden gemaakt.”

3.         Vaststaande feiten en omstandigheden

Voor de beoordeling van het beroep gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de beslissing in eerste aanleg, welke weergave in beroep niet is bestreden.

4.         Beoordeling van het beroep

4.1       In beroep heeft klager zijn klacht herhaald en nader toegelicht. De longarts heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

4.2       Een klager kan in beroep alleen die klachten ter beoordeling aan het Centraal Tuchtcollege voorleggen die in het oorspronkelijke klaagschrift aan het Regionaal Tuchtcollege ter beoordeling zijn voorgelegd (en dan alleen voor zover hij in die klachten niet-ontvankelijk is verklaard of die klachten zijn afgewezen). Nieuwe klachten vallen buiten het bereik van het beroep. Voor zover het beroepschrift nieuwe klachten bevat kan klager daarin dus niet worden ontvangen.

4.3       In zijn beroepschrift heeft klager bezwaar gemaakt tegen de in eerste aanleg door het Regionaal Tuchtcollege gevolgde procedure. Voor zover er in eerste aanleg sprake zou zijn geweest van een verzuim, is dit hersteld door de behandeling van de zaak in beroep. Klager heeft in beroep opnieuw de gelegenheid gekregen zijn standpunten naar voren te brengen en het volgens klager onjuiste oordeel van het Regionaal Tuchtcollege over de door hem ingediende klacht ter beoordeling aan het Centraal Tuchtcollege kunnen voorleggen. Het bezwaar treft derhalve geen doel.

4.4       Het Centraal Tuchtcollege heeft kennis genomen van de inhoud van de in eerste aanleg door klager geformuleerde klacht en het verhandelde ter terechtzitting in eerste aanleg op 1 juni 2018. Het door het Regionaal Tuchtcollege gevormde zaaksdossier is aan het Centraal Tuchtcollege gestuurd.

4.5       Het Centraal Tuchtcollege komt op grond van de stukken en hetgeen ter terechtzitting in beroep nog naar voren is gebracht tot dezelfde bevindingen als het Regionaal Tuchtcollege en neemt hetgeen het Regionaal Tuchtcollege onder ‘5. Beoordeling van de klacht’ heeft overwogen hier over. Daarmee onderschrijft het Centraal Tuchtcollege het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht ongegrond is en dient te worden afgewezen. Dit betekent dat het beroep moet worden verworpen.

5.         Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep.

            Deze beslissing is gegeven door: C.H.M. van Altena, voorzitter; H. de Hek en

A. Smeeïng-van Hees, leden-juristen en F.J.J. van den Elshout en J.W.J. Lammers,

leden-beroepsgenoten en R. Blokker, secretaris.

Uitgesproken ter openbare zitting van 29 november 2018.

Voorzitter w.g.           Secretaris  w.g.