Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TNORARL:2019:1
Datum uitspraak:
03-01-2019
Datum publicatie:
09-01-2019
Zaaknummer(s):
C/05/340435 / KL RK 18-101
Onderwerp:
Overig
Beslissingen:
Klacht gegrond met waarschuwing
Inhoudsindicatie:
Gelet op het feit dat de kandidaat-notaris, ondanks waarschuwingen van het BFT, voor de derde keer veel te weinig opleidingspunten heeft gehaald, acht de kamer het opleggen van de maatregel van waarschuwing passend en geboden.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN

 



 

 

Kenmerk:        C/05/340435 / KL RK 18-101

 

beslissing van de kamer voor het notariaat

 

op de klacht van

 

Bureau Financieel Toezicht (BFT),

gevestigd te Utrecht,

vertegenwoordigd door mr. A. van den Brink en mr. R. Wisse,

klager,

 

tegen

 

mr. [A],

kandidaat-notaris te […].

 

Partijen worden hierna respectievelijk klager en de kandidaat-notaris genoemd.

 

 

1. Het verloop van de procedure

 

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit

-          de klacht, met bijlagen, van 16 juli 2018;

-          het verweer van de kandidaat-notaris van 10 september 2018.

 

1.2 De klachtzaak is ter zitting van 7 december 2018 behandeld, waarbij zijn verschenen de vertegenwoordiger van klager mr. Van den Brink enerzijds en de kandidaat-notaris anderzijds.

 

 

2. De feiten

 

2.1 De kandidaat-notaris heeft in de tijdvakken 2012-2013, 2014-2015 en 2016-2017 niet voldaan aan zijn verplichting om voldoende opleidingspunten te behalen.

In het tijdvak 2016-2017 heeft hij 30 van de inmiddels verplichte 49 opleidingspunten behaald.

 

 

3. De klacht en het verweer

 

3.1 Klager verwijt de kandidaat-notaris dat hij voor de derde keer niet heeft voldaan aan de verplichting om voldoende opleidingspunten te behalen, ondanks de door klager geboden herstelmogelijkheden. Hiermee heeft de kandidaat-notaris in strijd met artikel 2 Verordening bevordering vakbekwaamheid juncto artikel 5 Reglement bevordering vakbekwaamheid gehandeld.

 

3.2 De kandidaat-notaris heeft erkend dat hij onvoldoende opleidingspunten heeft behaald. De redenen hiervoor zijn dat hij onvoldoende nauwkeurig het aantal te behalen punten heeft bijgehouden en dat hij de verplichting te lichtvaardig heeft opgevat. Hij heeft zich naar aanleiding van de klacht voorgenomen om het behalen van de punten serieuzer en gestructureerder aan te pakken.

Tijdens de zitting heeft de kandidaat-notaris verklaard dat hij in november al een aantal cursussen heeft gevolgd en dat hij in de maand december ook een paar cursussen heeft gepland.

 

 

4. De beoordeling

 

4.1 Ingevolge artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt. De kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de kandidaat-notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

 

4.2 Mr. [A] is kandidaat-notaris als bedoeld in artikel 1 lid 1 aanhef en onder c Wna. Ingevolge artikel 60 Wna betekent dit dat hij lid is van de KNB. De artikelen 1 en 2 Verordening bevordering vakbekwaamheid juncto artikel 5 Reglement bevordering vakbekwaamheid verplichten de leden van de KNB tot het behalen van 40 opleidingspunten per tijdvak van twee jaar.

 

4.3 Zoals door de kandidaat-notaris is erkend, heeft hij de afgelopen drie tijdvakken onvoldoende opleidingspunten gehaald.

De klacht dient dan ook gegrond te worden verklaard.

Gelet op het feit dat de kandidaat-notaris, ondanks waarschuwingen van het BFT, voor de derde keer veel te weinig opleidingspunten heeft gehaald, acht de kamer het opleggen van de maatregel van waarschuwing passend en geboden.

 

4.4 De kamer ziet aanleiding om de kandidaat-notaris, gelet op artikel 103b lid 1 sub b Wna en de tijdelijke richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat, te veroordelen in de kosten die in verband met de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Deze kosten worden vastgesteld op € 3.500,-. De kamer bepaalt dat deze kosten binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing moeten worden betaald aan de kamer. De kandidaat-notaris ontvangt hiervoor een nota van het LDCR te Utrecht.

 

 

5. De beslissing

 

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden

 

- verklaart de klacht gegrond;

- legt de kandidaat-notaris op de maatregel van waarschuwing;

- veroordeelt de kandidaat-notaris tot betaling van de kosten in verband met de behandeling van de zaak, vastgesteld op € 3.500,-, op de wijze en binnen de termijn als hiervóór onder alinea 4.4 bepaald.

 

Deze beslissing is gegeven door mr. A.M.S. Kuipers, voorzitter, mr. M.J. Slootweg en

mr. J.G.T.M. Castrop, leden, en in tegenwoordigheid van mr. W.E. Markus-Burger, secretaris, door M.J.C. van Leeuwen, voorzitter, in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2019.

 

 

De secretaris

 

De voorzitter

Meer informatie

Acties

Meta gegevens