Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2018:185
Datum uitspraak:
05-06-2018
Datum publicatie:
04-02-2019
Zaaknummer(s):
634123
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Klager heeft voldoende eigen belang bij de klacht, als erfgenaam.klacht ongegrond, betekening exploten waren aan het juiste adres.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 5 juni 2018 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beschikking van 15 augustus 2017 met zaaknummer C/13/619622 DW RK 16/1286 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/634123 / DW RK 17/834  ingesteld door:

 

,

wonende te

klaagster,

gemachtigde: ,

 

tegen:

 

,

gerechtsdeurwaarder te Wateringen,

beklaagde.

 

1. Ontstaan en verloop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 1 december 2016, heeft klaagster een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder.Bij verweerschrift, ingekomen op 7 december 2016, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 15 augustus 2017 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Klaagster is een afschrift van de beslissing van de voorzitter toegezonden bij brief van 15 augustus 2017. Bij faxbericht, ingekomen op 16 augustus 2017, heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Op 15 september 2017 zijn de gronden van het verzet ingediend. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 13 april 2018 alwaar de gemachtigde van klaagster en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. Van de behandeling ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. De uitspraak is bepaald op 5 juni 2018.

 

2. De ontvankelijkheid van het verzet

Klaagster heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat zij in het verzet kan worden ontvangen.

 

3. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-          de heer had een BV genaamd ., welke BV een feestcafé exploiteerde in ;

-          de onderneming is in 2014 verkocht aan ;

-          is per 1 maart 2014 in de plaats gesteld van  als huurder van het feestcafé;

-          is enig aandeelhouder van .

 

4. De oorspronkelijke klacht

Klaagster beklaagt zich er -kort samengevat- over dat door de gerechtsdeurwaarder stukken zijn betekend aan medewerkers die niet in dienst waren van  B.V. Gezien het feit dat de stukken zijn betekend aan medewerkers van een andere B.V. en wijlen geen directeur was van die B.V. zijn de stukken foutief betekend. De stukken hebben wijlen  nooit bereikt. Deze betekening moet opnieuw plaatsvinden waardoor de verzettermijn tegen het verstekvonnis opnieuw kan aanvangen. 

Klaagster eist vernietiging van het dossier in verband met gemaakte fouten, opheffing van het beslag op de rekening van  B.V. en terugbetaling van reeds geïncasseerde bedragen en de kosten van het beslag.

 

5. De beslissing van de voorzitter

5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:

4.1 De klacht is ingediend tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor, hetgeen op grond van de wet niet mogelijk is. Een gerechtsdeurwaarderskantoor kan niet als beklaagde worden aangemerkt. Gelet op de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 12 augustus 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:3696) wordt de aan het kantoor van  verbonden gerechtsdeurwaarder die heeft aangevoerd verantwoordelijk te zijn voor het dossier van klager als beklaagde aangemerkt. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

 

4.2 In de Gerechtsdeurwaarderswet is niet bepaald wie als klager kan optreden. Op grond van rechtspraak van het gerechtshof Amsterdam moet een klager voldoende eigen belangen hebben, om als belanghebbende te worden aangemerkt en als klager te kunnen worden ontvangen in de tuchtprocedure (ECLI:NL:GHAMS:2008:BC7801). Met betrekking tot de onderhavige klacht blijkt  niet welk eigen belang klaagster heeft bij de klacht. Het enkel zijn van erfgenaam van een voormalig bestuurder is daartoe niet voldoende. Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt bovendien dat de enig aandeelhouder van B.V.  is. Ook uit de overgelegde in de plaats stelling blijkt niet welk belang klaagster heeft nu het slechts om een wijziging van huurders gaat.

 

4.3 Zelfs al zou klaagster haar belang bij de klacht kunnen aantonen dan zou deze vooralsnog ongegrond dienen te worden verklaard nu de exploten - naar de gerechtsdeurwaarder stelt – zijn betekend op het adres waar de besloten vennootschap volgens het Handelsregister staat ingeschreven.

 

4.4 Nog los van deze uitkomst is voor de door klaagster genoemde vorderingen in het tuchtrecht geen plaats.

 

5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen.

 

6. De gronden van het verzet

In verzet heeft klaagster aangevoerd dat pas na het overlijden van de heer  duidelijk werd dat er nog een vordering liep op diens BV . Na zijn overlijden is beslag gelegd op de zakelijke rekening van , waarna de vordering bij zijn enige erfgenaam, klaagster, bekend werd. Om deze reden heeft klaagster belang bij de klacht en het tegen de beslissing van de voorzitter ingediende verzet.

De gerechtsdeurwaarder heeft betekend aan personeel van een andere BV met een andere eigenaar. Dat de BV waaronder is betekend nagenoeg dezelfde naam had, kan klaagster niet worden verweten.

 

7. De beoordeling van de gronden van het verzet

7.1 De Kamer overweegt dat de gemachtigde van klaagster ter zitting voldoende heeft toegelicht dat klaagster een (financieel) belang had bij het indienen van de klacht.

 

7.2 Toch kan het verzet naar het oordeel van de Kamer niet slagen. Het onderzoek in verzet heeft naar het oordeel van de Kamer niet geleid tot vaststelling van andere feiten dan wel tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de voorzitter waarmee de Kamer zich verenigt. De voorzitter heeft een juiste beoordeling gemaakt, met zijn vaststelling dat de exploten juist zijn betekend, namelijk aan het uit het handelsregister blijkende adres van de vennootschap. De conclusie is dus dezelfde, namelijk dat de klacht ongegrond is. De Kamer acht de beslissing van de voorzitter juist en de door klager aangevoerde gronden geven geen aanleiding de motivering van de beslissing verder aan te passen.

 

7.3 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

BESLISSING:

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-      verklaart het verzet ongegrond.

 

 

Aldus gegeven door mr. W.M. de Vries, plaatsvervangend-voorzitter, mr. E. Diepraam en mr. J.N. Reijn, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

5 juni 2018, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens