Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2018:177
Datum uitspraak:
30-10-2018
Datum publicatie:
18-01-2019
Zaaknummer(s):
C/13/638679 / DW RK 17/1136
Onderwerp:
Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
 Beslissing op verzet. De klacht is gericht tegen twee met naam genoemde gerechtsdeurwaarders. Op grond van het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 augustus 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:3696) dienen klachten die zijn gericht tegen met naam genoemde gerechtsdeurwaarders te worden afgehandeld als zijnde tegen hen gericht. De voorzitter heeft hier in zijn beslissing van 30 oktober 2018 ten onrechte geen rekening mee gehouden. De kamer overweegt dat uit de overgelegde producties niet gebleken is van enig tuchtrechtelijk laakbaar handelen van gerechtsdeurwaarder [ ], zodat de klacht op dit onderdeel alsnog ongegrond wordt verklaard. Verzet gedeeltelijk gegrond, gedeeltelijke vernietiging van de beslissing van de voorzitter, klacht ongegrond.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 30 oktober 2018 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 31 oktober 2017 met zaaknummer C/13/624448 DW RK 17/202 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/638679 / DW RK 17/1136 LV/WdJ ingesteld door:

 

[ ],

wonende te [ ],

klager,

 

tegen:

 

[ ],

toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [ ],

beklaagde.

 

Ontstaan en verloop van de procedure

Bij e-mail met bijlagen, ingekomen op 19 februari 2017, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 20 maart 2017, heeft de gerechtsdeurwaarder gereageerd. Klager heeft zijn klacht aangevuld bij e-mail met bijlagen, ingekomen op 25 april 2017. Bij beslissing van 31 oktober 2017 heeft de voorzitter de klacht gedeeltelijk als kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk als kennelijk ongegrond afgewezen. Klager is een afschrift van de beslissing van de voorzitter toegezonden bij brief van diezelfde datum. Bij e-mail, ingekomen op 13 november 2017, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Bij brief, ingekomen op 28 november 2017, heeft klager zijn verzet aangevuld. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 2 oktober 2018 alwaar klager is verschenen. De gerechtsdeurwaarder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. Van de behandeling ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. De uitspraak is bepaald op 30 oktober 2018.

 

1. De ontvankelijkheid van het verzet

Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.

 

2. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

-           Bij exploot van 15 februari 2016 is op verzoek van de [ ] een grosse van een notariële akte van 9 februari 2009 aan klager betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen.

 

 

3. De oorspronkelijke klacht

Klager beklaagt zich er samengevat over dat:

a: de gerechtsdeurwaarder heeft meegewerkt aan het creëren en opeisen van nepleningen en op de hoogte is van fouten in de veilingexploten van 1 en 2 juli 2015;

b: de beslagopdracht van [ ] niet aangenomen had mogen worden. De gerechtsdeurwaarder sjoemelt mee en heeft beslag gelegd op basis van een akte van schuldbekentenis die niet bestaat.

 

4. De beslissing van de voorzitter

4.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:

 

4.1 Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht (onderdeel a) ten aanzien van het creëren en opeisen van nepleningen en de betekening van het exploot op 15 februari 2016, nu hij deze klacht eerder heeft ingediend bij e-mail berichten van 16, 17 en 18 februari 2016 en deze klacht op 21 juni 2016 ongegrond is verklaard (161.2016).

 

4.2 Ten aanzien van de overige onderdelen van de klacht wordt als volgt overwogen.

 

4.3 Op grond van artikel 34 lid 1 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders, waarnemend gerechtsdeurwaarders, toegevoegd gerechtsdeurwaarders, kandidaat -gerechtsdeurwaarders en degene die is toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid bedoelde opleiding, onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

 

4.3 Klager heeft zijn klacht mede gericht tegen gerechtsdeurwaarder [ ]. Gerechtsdeurwaarder [ ] heeft echter in het verweerschrift aangegeven dat gerechtsdeurwaarder [ ] niets met de zaak te maken heeft en/of daarnaast geen ambtshandelingen heeft verricht in deze zaak, zodat de klacht geacht moet worden te zijn gericht uitsluitend tegen hem.

 

4.4 Bij een geschil met betrekking tot de (verdere) tenuitvoerlegging van een executoriale titel geeft artikel 438 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering een algemene regeling. Krachtens deze bepaling dienen geschillen met betrekking tot de executie voorgelegd te worden aan de bevoegde (executie)rechter. Dit betekent dat de tuchtrechter hierover geen oordeel kan geven.

 

4.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk niet-ontvankelijk en ongegrond afgewezen.

 

5. De gronden van het verzet

5.1 In verzet heeft klager aangevoerd dat de klacht ook gericht is aan gerechtsdeurwaarder [ ], omdat hij zo’n beetje parallel met gerechtsdeurwaarder [ ] alle handelingen heeft verricht.

 

5.2 Klager heeft verder aangevoerd dat er sprake is van een truc, omdat hij schuldenaar wordt genoemd in de akte, maar dat daarmee ook hypotheekgever kan worden bedoeld.

 

5.3 Tevens heeft klager aangevoerd dat de grosse nep is, omdat de stempels van de beroepsorganisatie van Notarissen ontbreekt. Klager stelt dat het een grosse van de betreffende notariële akte van 9 februari 2009 moet zijn.

 

6. De beoordeling van de gronden van het verzet

6.1 Met betrekking tot het onder 5.2 en 5.3 in verzet aangevoerde overweegt de kamer dat met hetgeen naar voren is gebracht geen nieuw licht is geworpen op deze klachtonderdelen waarop de voorzitter heeft beslist. De kamer ziet geen aanleiding de motivering van de beslissing onder 4.1en 4.4 van de voorzitter aan te passen.

 

6.2 Ten aanzien van het onder 5.1 in verzet aangevoerde overweegt de kamer als volgt.De klacht is gericht tegen twee met naam genoemde gerechtsdeurwaarders. Op grond van het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 augustus 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:3696) dienen klachten die zijn gericht tegen met naam genoemde gerechtsdeurwaarders te worden afgehandeld als zijnde tegen hen gericht. De voorzitter heeft hier in zijn beslissing van 30 oktober 2018 ten onrechte geen rekening mee gehouden. De kamer overweegt dat uit de overgelegde producties niet gebleken is van enig tuchtrechtelijk laakbaar handelen van gerechtsdeurwaarder [ ], zodat de klacht op dit onderdeel alsnog ongegrond wordt verklaard.

 

6.3 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

 

 

BESLISSING:

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart onderdeel 5.1 van het verzet gegrond en verklaart het verzet voor het overige ongegrond;

-       vernietigt de beslissing van de voorzitter voor wat betreft zijn beslissing onder 4.3;

-       verklaart de klacht tegen gerechtsdeurwaarder [ ] ongegrond.

 

Aldus gegeven door mr. L. Voetelink, plaatsvervangend-voorzitter, en

mr. C.W. Inden en M.J.C. van Leeuwen, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 oktober 2018, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

Tegen het deel waarbij het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ongegrond is verklaard, staat geen rechtsmiddel open.

 

Tegen het deel waarbij de beslissing van de voorzitter is vernietigd en alsnog op de klacht is beslist, kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens