Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2018:154
Datum uitspraak:
15-05-2018
Datum publicatie:
18-01-2019
Zaaknummer(s):
C/13/615675 / DW RK 16/1037
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
 De gerechtsdeurwaarder heeft op verzoek van een ander gerechtsdeurwaarderskantoor een vonnis aan klager, in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de onder bewind gestelde gedaagde partij, betekend. De gerechtsdeurwaarder is hierbij zonder meer uitgegaan van de door het andere gerechtsdeurwaarderskantoor verstrekte gegevens. Klager was echter niet tot bewindvoerder aangesteld over deze persoon. Ter zitting heeft de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder toegelicht dat er bij het overzetten van de grote hoeveelheid dossiers van het systeem van de eerdere gerechtsdeurwaarder naar het systeem van beklaagde iets mis is gegaan. De kamer overweegt dat dit een omstandigheid is die voor rekening van de gerechtsdeurwaarder dient te komen. Klacht gegrond, geen maatregel, omdat de gerechtsdeurwaarder de kosten van betekening heeft gecrediteerd en zich tot de juiste bewindvoerder heeft gewend.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 15 mei 2018 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/615675 / DW RK 16/1037 ingesteld door:

 

[ ],

h.o.d.n. [ ],

gevestigd te [ ],

klager,

 

tegen:

 

[ ],

toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [ ],

beklaagde,

gemachtigde: [ ].

 

Ontstaan en loop van de procedure

Bij brief met bijlagen, ingekomen op 22 september 2016 heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 31 augustus 2017, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van

3 april 2018 alwaar klager, de gerechtsdeurwaarder en zijn gemachtigde zijn verschenen. Van de behandeling ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. De uitspraak is bepaald op 15 mei 2018.

 

1. De feiten

Op 23 juni 2016 heeft de gerechtsdeurwaarder een vonnis aan klager, in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de onder bewind gestelde gedaagde partij, betekend. Klager was niet tot bewindvoerder aangesteld over deze persoon. 

 

2. De klacht

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat deze erg onzorgvuldig heeft gehandeld. Klager was met de persoon in kwestie niet bekend. Hij heeft onderzoek moeten doen in het curatele- en bewindregister. Uit dat onderzoek bleek dat een collega als bewindvoerder was aangesteld. De privacy van betrokkene heeft schade geleden. Uit niets blijkt bovendien dat de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder, [ ] gerechtigd was om opdracht tot de betekening van het vonnis te geven.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

 

 

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Op grond van artikel 34 lid 1 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders, waarnemend gerechtsdeurwaarders, toegevoegd gerechtsdeurwaarders, kandidaat -gerechtsdeurwaarders en degene die is toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid bedoelde opleiding, onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

 

4.2 De kamer stelt voorop dat een gerechtsdeurwaarder niet verplicht is om het openbare Centraal Curatele- en bewindregister te raadplegen als er geen indicatie is dat van onder bewind- of curatelestelling sprake is. Een gerechtsdeurwaarder die een exploot uitbrengt heeft voor de juistheid van de daarin vermelde gegevens wel een eigen verantwoordelijkheid. Als er onjuistheden in staan of bijvoorbeeld wordt uitgegaan van de door een voorganger of opdrachtgever verrichte adresverificatie die niet juist blijkt te zijn, ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij de uitvoerende gerechtsdeurwaarder. In dit geval heeft een (bevriend ) gerechtsdeurwaarderskantoor het kantoor van de gerechtsdeurwaarder ingeschakeld teneinde de betreffende vordering te executeren. De gerechtsdeurwaarder is hierbij zonder meer uitgegaan van de door het andere gerechtsdeurwaarderskantoor verstrekte gegevens. Pas na de betekening van het vonnis is op 14 juli 2016 medegedeeld dat de verstrekte informatie ten aanzien van de bewindvoering onjuist was. Ter zitting heeft de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder toegelicht dat er bij het overzetten van de grote hoeveelheid dossiers van het systeem van de eerdere gerechtsdeurwaarder naar het systeem van beklaagde iets mis is gegaan. De kamer overweegt dat dit een omstandigheid is doe voor rekening van de gerechtsdeurwaarder dient te komen. Nu klaarblijkelijk het andere gerechtsdeurwaarderskantoor had aangegeven dat de gedaagde partij onder bewind was komen te staan, met benoeming van klager tot bewindvoerder, was het in dit geval aan de gerechtsdeurwaarder om ter controle de beschikking te vragen waarbij de onderbewindstelling was uitgesproken. De klacht is terecht voorgesteld.

 

4.3 Omdat de gerechtsdeurwaarder de kosten van de betekening heeft gecrediteerd en zich tot de juiste bewindvoerder heeft gewend, zijn er geen termen aanwezig om tot het opleggen van een maatregel over te gaan.

 

4.4Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart de klacht gegrond;

-       ziet van het opleggen van een maatregel af.

 

Aldus gegeven door mr. L. Voetelink, plaatsvervangend-voorzitter, mr. D. Bode en mr. J.M. Wisseborn, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 mei 2018, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

 

 

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens