Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2018:126
Datum uitspraak:
05-06-2018
Datum publicatie:
04-01-2019
Zaaknummer(s):
C/13/608750 / DW RK 16/537
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
 Beslissing op verzet.Exploot is achtergelaten op de wijze zoals in de wet bepaald. De financiële situatie van klager staat aan het betekenen van een dagvaarding niet in de weg. Evenmin bestaat voor een schuldeiser een verplichting met een betalingsregeling akkoord te gaan. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 5 juni 2018 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 18 mei 2016 met zaaknummer 579.2015 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/608750 / DW RK 16/537 ingesteld door:

 

[ ],

wonende te [ ],

klager,

 

tegen:

 

[ ],

gerechtsdeurwaarder te [ ],

beklaagde.

 

1. Ontstaan en verloop van de procedure

Bij e-mail, ingekomen op 10 juli 2015, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 21 juli 2015, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van

18 mei 2016 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Klager is een afschrift van de beslissing van de voorzitter toegezonden bij brief van diezelfde datum. Bij brief, ingekomen op 27 mei 2016, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Bij brief, ingekomen op 31 januari 2017, heeft de gerechtsdeurwaarder op het verzet gereageerd. Partijen hebben schriftelijk medegedeeld niet ter zitting te zullen verschijnen. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 24 april 2018. De uitspraak is bepaald op 5 juni 2018.

 

2. De ontvankelijkheid van het verzet

Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.

 

3. De feiten

Een aan de gerechtsdeurwaarder toegevoegde kandidaat-gerechtsdeurwaarder heeft

een exploot aan klager betekend.

 

4. De oorspronkelijke klacht

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij oneigenlijke druk uitoefent door extra kosten te maken terwijl klager hem schriftelijk en telefonisch op de hoogte heeft gebracht van zijn financiële situatie. Er ligt al geruime tijd beslag op de AOW-uitkering van klager en de gerechtsdeurwaarder wil niet akkoord gaan met een door klager aangeboden regeling.

 

 

5. De beslissing van de voorzitter

5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:

 

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet betaamt.

Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

 

4.2 Dat is niet het geval. Uit de stukken valt slechts op te maken dat de gerechtsdeurwaarder een exploot aan klager heeft betekend. Verder valt uit de stukken niets vast te stellen. Omdat klager niet thuis werd aangetroffen is het exploot achtergelaten op de wijze als in de wet bepaald. Dat is niet tuchtrechtelijk laakbaar. De financiële situatie van klager staat aan het betekenen van een dagvaarding niet in de weg. Evenmin bestaat voor een schuldeiser een verplichting met een betalingsregeling akkoord te gaan.

 

5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen.

 

6. De gronden van het verzet

6.1 In verzet heeft klager aangevoerd dat hij wel een betalingsregeling aan de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder heeft aangeboden.

 

6.2 Klager heeft verder aangevoerd dat de opdrachtgever de gerechtsdeurwaarder niet goed heeft geïnformeerd over de contacten die hij heeft gehad.

 

6.3 Tevens heeft klager aangevoerd dat er wel degelijk sprake is van oneigenlijke druk, onzorgvuldig handelen en niet voortvarend handelen van de gerechtsdeurwaarder. Indien de gerechtsdeurwaarder goed had geluisterd naar zijn opdrachtgever was alles duidelijk geworden.

 

7. Het verweer in verzet van de gerechtsdeurwaarder

In verzet heeft de gerechtsdeurwaarder de door klager aangevoerde gronden gemotiveerd betwist. Voor zover nodig wordt hierna op dat verweer ingegaan.

 

8. De beoordeling van de gronden van het verzet

8.1 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht toekomt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

 

8.2 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

 

 

 

BESLISSING:

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart het verzet ongegrond.

 

Aldus gegeven door mr. L. van Berkum, plaatsvervangend-voorzitter, en

mr. M. Nijenhuis en A.M. Maas, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juni 2018, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens