Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TADRAMS:2019:11
Datum uitspraak:
11-01-2019
Datum publicatie:
21-01-2019
Zaaknummer(s):
18-519/A/A
Onderwerp:
Zorg voor de cliëntKwaliteit van de dienstverlening
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Verzet ongegrond.

Amsterdam

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam

van 11 januari 2019

in de zaak 18-519/A/A

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 20 augustus 2018 op de klacht van:

klager

tegen:

verweerder

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Bij brief van 13 november 2017 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland een klacht ingediend over verweerder. Omdat verweerder zich hangende het onderzoek naar de klacht als advocaat heeft gevestigd in het arrondissement Amsterdam, heeft de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement (hierna: de deken) het onderzoek naar de klacht overgenomen van de deken in het arrondissement Midden-Nederland.

1.2 Bij brief aan de raad van 5 juli 2018 met kenmerk 2018-582667, door de raad ontvangen op 6 juli 2018, heeft de deken de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.3 Bij beslissing van 20 augustus 2018 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard, welke beslissing op diezelfde dag is verzonden aan klager.

1.4 Bij brief van 2 september 2018, door de raad ontvangen op 4 september 2018, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.5 Het verzet is behandeld ter zitting van de raad van 16 november 2018 in aanwezigheid van verweerder. Klager was met kennisgeving vooraf niet aanwezig.

De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waarvan verzet en van de stukken waarop de beslissing blijkens de tekst daarvan is gegeven, alsmede van het verzetschrift van klager van 2 september 2018 en een e-mail met bijlage van klager van 5 september 2018.

2 FEITEN EN KLACHT

2.1  Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. Tegen die weergave komt klager in verzet niet op.

3 VERZET

3.1 De gronden van het verzet komen neer op een herhaling van de klacht met een verzoek om herbeoordeling.

4 BEOORDELING

4.1 Alvorens tot een eventuele verdere inhoudelijke beoordeling van de klacht van klager te kunnen komen, dient sprake te zijn van een gegrond verzet. Daartoe moet worden nagegaan of in redelijkheid geen twijfel over de juistheid van de beslissing van de voorzitter kan bestaan. Mogelijke contra-indicaties zijn het niet toepassen van een juiste maatstaf door de voorzitter of wanneer van onjuiste feiten is uitgegaan.

4.2 De raad is van oordeel dat de voorzitter bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en voorts acht heeft geslagen op alle relevante omstandigheden van het geval. Naar het oordeel van de raad kunnen de door klager aangevoerde gronden niet slagen en heeft de voorzitter de klacht terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond bevonden.

4.3 Nu het verzet van klager tegen de beslissing van de voorzitter ook overigens geen nieuwe gezichtspunten oplevert is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht en moet het verzet ongegrond worden verklaard.

BESLISSING

De raad van discipline:

 verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. D.H. Steenmetser-Bakker, voorzitter, mrs. G. Kaaij en B. de Regt, bijgestaan door mr. C.C. Horrevorts als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 11 januari 2019.

Griffier Voorzitter

 

Deze beslissing is in afschrift op 11 januari 2019 verzonden.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens