Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TADRAMS:2019:1
Datum uitspraak:
03-01-2019
Datum publicatie:
07-01-2019
Zaaknummer(s):
18-912/A/A
Onderwerp:
Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartijWat nooit geoorloofd is
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Klager heeft, tegenover het gemotiveerde verweer van verweerder, onvoldoende onderbouwd dat verweerder degene is geweest die het gesprek met klager heeft opgenomen.

Amsterdam

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort  Amsterdam

van  3 januari 2019

in de zaak 18-912/A/A

naar aanleiding van de klacht van:

klager

tegen:

  

verweerder

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) van 15 november 2018 met kenmerk 2018-574223, door de raad ontvangen op 16 november 2018, en van de op de daarbij gevoegde inventarislijst vermelde stukken.

1 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht wordt, gelet op de stukken, van de volgende feiten uitgegaan.

1.1 Klager is eigenaar van verschillende onroerende zaken, waaronder een woning in Utrecht. Ten tijde van de aankoop van de woning door klager was mevrouw V daarin als huurster woonachtig. Tussen klager en mevrouw V is een procedure aanhangig (geweest) bij de rechtbank Midden-Nederland. Verweerder en later zijn kantoorgenoot mr. S hebben mevrouw V in het geschil met klager bijgestaan.

1.2 Op 23 mei 2017 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen klager, mevrouw V en verweerder op het kantoor van verweerder.

1.3 Op 22 maart 2018 heeft een zitting plaatsgevonden bij de rechtbank Midden-Nederland. Mr. S heeft mevrouw V ter zitting bijgestaan. Mr. S heeft ter zitting verwezen naar uitlatingen van klager tijdens het gesprek op 23 mei 2017 en verklaard dat er een opname bestond van het gesprek op 23 mei 2017.

1.4 Op 25 maart 2018 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerder.

2 KLACHT

2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat hij het gesprek dat klager op 23 mei 2017 op het kantoor van verweerder heeft gevoerd met verweerder en mevrouw V zonder zijn toestemming heeft opgenomen.

3 VERWEER

3.1 Verweerder voert verweer dat hierna, voor zover van belang, zal worden weergegeven.

4 BEOORDELING

4.1 Voorop staat dat het de advocaat zonder mededeling vooraf aan degene met wie hij spreekt niet is toegestaan de inhoud van een gesprek op een geluidsdrager vast te leggen (zoals ook is neergelegd in regel 36 lid 1 van de Gedragsregels 1992).

4.2 Verweerder voert aan dat mevrouw V hem er achteraf van op de hoogte heeft gesteld dat zij het gesprek van 23 mei 2017 had opgenomen. Verweerder heeft haar toen gezegd dat dit alleen is toegestaan als dat vooraf aan alle deelnemers is aangekondigd en dat hij niets met die opname zou doen. Verweerder heeft er vervolgens ook geen aandacht meer aan besteed. De opname is helaas wel in het digitale dossier van de zaak terechtgekomen. Het zat in een zip-bestand tezamen met aan aantal andere bestanden, dat mevrouw V op 22 augustus 2017 naar het zakelijke e-mailadres van verweerder had gezonden. Verweerder heeft de bestanden in de zakenmap gezet, was zich op dat moment niet bewust van het feit dat daarbij het betreffende geluidsbestand zat, heeft dit niet afgeluisterd en heeft er verder geen aandacht meer aan besteed. Zijn kantoorgenoot mr. S had op dat moment de inhoudelijke behandeling van de zaak van verweerder overgenomen. Verweerder betreurt de gang van zaken; hij had beter moeten opletten bij de ontvangst van het zip-bestand en moeten zorgen dat het geluidsbestand uit het dossier werd verwijderd. Verweerder biedt klager zijn verontschuldigingen aan dat hij dat heeft nagelaten, aldus nog steeds verweerder.

4.3 De voorzitter is van oordeel dat klager, gelet op het gemotiveerde verweer van verweerder, onvoldoende heeft onderbouwd dat verweerder degene is geweest die het gesprek op 23 mei 2017 heeft opgenomen en/of er op dat moment weet van had dat het gesprek werd opgenomen. Hoewel het zeer ongelukkig is dat de opname in het digitale dossier van mevrouw V terecht is gekomen en mr. S daarvan kennis heeft genomen, is dit, gelet op de door verweerder gegeven toelichting die door klager niet althans onvoldoende is weersproken, onvoldoende om verweerder daarvan een tuchtrechtelijk verwijt te maken.

4.4 Op grond van het voorgaande zal de voorzitter de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, dan ook kennelijk ongegrond verklaren.

BESLISSING

De voorzitter verklaart:

de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.

Aldus in het openbaar uitgesproken door mr. D.H. Steenmetser-Bakker, plaatsvervangend voorzitter, met bijstand van mr. S. van Excel als griffier op 3 januari 2019.

Griffier  Voorzitter

Deze beslissing is in afschrift op 3 januari 2019 verzonden.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens