Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TADRARL:2018:286
Datum uitspraak:
24-09-2018
Datum publicatie:
05-02-2019
Zaaknummer(s):
18-744
Onderwerp:
TuchtprocesrechtHerziening
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Herzieningsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk nu een verzoek tot herziening van verzoeker als klagende partij niet in behandeling kan worden genomen.

Midden-Nederland

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden

van 24 september 2018

in de zaak 18-744

naar aanleiding van het verzoek tot herziening van:

 

verzoeker

 

1    HET VERZOEK TOT HERZIENING

1.1    Verzoeker heeft bij brief van 21 augustus 2018 met bijlagen bij de raad een verzoek ingediend tot herziening van de beslissing van de raad van discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 13 augustus 2018, bij de raad bekend onder nummer 17-979, waarbij het verzet van klager, thans verzoeker, tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van 19 februari 2018, bij de raad bekend onder hetzelfde nummer, ongegrond is verklaard.

 

2    DE BEOORDELING

2.1    Uitgangspunt is dat de Advocatenwet niet voorziet in de mogelijkheid tot herziening van een uitspraak van de tuchtrechter. Een verzoek tot herziening kan dan ook niet in behandeling worden genomen en een dergelijk verzoek dient in beginsel dan ook te worden afgewezen. Bij uitzondering kan daarover blijkens vaste jurisprudentie van het Hof van Discipline anders worden geoordeeld, doch uitsluitend indien en voor zover mocht blijken dat bij de behandeling van de zaak geen sprake is geweest van een eerlijk proces doordat een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden, en beperkt tot die gevallen waarin een verweerder aan wie een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd op die schending een beroep kan doen.

2.2    De voorzitter overweegt dat nu een verzoek tot herziening van verzoeker als klagende partij niet in behandeling kan worden genomen, het verzoek tot herziening daarom kennelijk niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

 

BESLISSING

De voorzitter verklaart:

verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot herziening van de beslissing van de raad van discipline van 13 augustus 2018 in klachtzaak 17-979.

 

Aldus beslist door mr. J.R. Veerman, voorzitter, met bijstand van mr. L.M. Roorda als griffier op 24 september 2018.

 

griffier                                                      voorzitter

 

Verzonden d.d. 24 september 2018.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens