Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA1137
Datum uitspraak:
29-11-2010
Datum publicatie:
04-12-2010
Zaaknummer(s):
B 203 - 2010
Onderwerp:
Artikel 60 b e.v.Artikel 60 b Advocatenwet Zorg voor de cliëntKwaliteit van de dienstverlening
Beslissingen:
Onvoorwaardelijke schorsing
Inhoudsindicatie:
 Een advocaat behoort zijn cliënt te informeren over zijn slagingskans van een aanvraag totverlening van een verblijfsvergunning, en in overleg met zijn cliënt te bepalen of het indienen en vervolgen van de aanvraag zinvol is, gelet op de belangen en prioriteiten van zijn cliënt.Ook in zaken met een geringe kans op succes dient een advocaat zich maximaal in te spannen en de belangen van zijn cliënt veilig te stellen. Geen blijk gegeven haar praktijk behoorlijk te kunnen uitoefenen.Artikel 60b verzoek toegewezen; schorsing voor onbepaalde tijd

Breda

 

B 203 - 2010

 

 

 

Raad van Discipline,

in het ressort ’s-Hertogenbosch

 

 

Beslissing

 

inzake

 

 

het verzoek ex artikel 60b Advocatenwet van

 

 

de deken van de orde van advocaten

verder te noemen: de deken,

 

tegen

advocaat,

verder te noemen: verweerster.

 

 

 

1. Verloop van de procedure

 

1.1       Bij brief van 13 oktober 2010, door de raad ontvangen op 14 oktober 2010, heeft de deken de raad van discipline verzocht verweerster op de voet van artikel 60b Advocatenwet voor onbepaalde tijd in de uitoefening van haar praktijk te schorsen. Bij dit verzoek zijn de in de inventarislijst genoemde stukken gevoegd.

 

1.2       De raad heeft voorts kennis genomen van de op 1 november 2010 bij de raad ingediende brief dd. 1 november 2010 van de deken, met bijlagen.

 

1.3       Het verzoek is behandeld ter zitting van de raad van 15 november 2010.

Ter zitting zijn klaagster, de gemachtigde van klaagster, de deken en de stafjurist van de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten te Breda verschenen.

Als toehoorder was de heer X., werkzaam bij het kantoor van verweerster, aanwezig.

Nadat de voorzitter erop had gewezen dat de behandeling van een verzoek ex artikel 60b Advocatenwet ingevolge artikel 60b lid 2 Advocatenwet met gesloten deuren geschiedt, tenzij de betrokken advocaat behandeling in een openbare zitting wenst, antwoordde verweerster desgevraagd geen bezwaar te hebben tegen de aanwezigheid van mw. mr. Y. De heer X. was met verweerster meegekomen naar de zitting.

 

 

2. De feiten

 

2.1              Verweerster voert hoofdzakelijk een vreemdelingenrechtpraktijk. Haar cliënten zijn

vreemdelingen die zonder geldige verblijfsvergunning in Nederland verblijven. Met bijstand van verweerster wordt veelal een verblijfsvergunning voor het ondergaan van een medische behandeling aangevraagd. Verweerster gaat bij de aanvraag met haar cliënten mee naar het loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in Hoofddorp of Rijswijk. Zij brengt hiervoor een bedrag van € 420, - excl. BTW in rekening.

 

2.2.      Verweerster legt haar cliënten een in het Nederlands gestelde verklaring ter ondertekening voor. In deze verklaring wordt uiteengezet wanneer de cliënt in aanmerking kan komen voor gefinancierde rechtshulp en welke bijdragen de cliënt verschuldigd is voor werkzaamheden van verweerster die niet onder gefinancierde rechtshulp vallen, griffierecht en eigen bijdragen in geval van gefinancierde rechtshulp.

De diverse mogelijke procedures worden weergegeven, waarbij wordt medegedeeld welke kosten deze voor de cliënt met zich mee zullen brengen.

Verweerster verklaart in voormelde verklaring de opdracht te hebben aanvaard om de cliënt als gemachtigde bij te staan bij het aanvragen bij de IND van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel “medische behandeling”.

In de verklaring staat over het vervolg onder meer het volgende:

“ Dit houdt in dat ingeval de IND uw aanvraag mocht afwijzen en u mij opdracht verstrekt om daartegen bezwaar te maken en, indien nodig, voor u een voorlopige voorzieningprocedue aanhangig te maken, ik een aanvraag voor gesubsidieerde rechtsbijstand voor de bezwaarprocedure en voor de voorlopige voorzieningprocedure voor u zal indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand.

….

Indien u mij alsdan opdracht verstrekt om beroep voor u in te stellen, zal ik voor de beroepsprocedure ook een aanvraag voor gesubsidieerde rechtsbijstand bij de Raad voor de Rechtsbijstand voor u indienen. ”

 

2.3.      Bij de raad zijn drie klachten aanhangig, bij de raad bekend onder de nummers B 153

2010, B 162-2010 en B 163-2010. Het standpunt van de deken in deze drie zaken is dat de klachten gegrond zijn. Deze drie klachten zijn behandeld ter zitting van de raad dd.15 november 2010.

 

2.4.      De deken heeft mede naar aanleiding van de onder 2.3. vermelde klachten nader onderzoek ingesteld naar de praktijk van verweerster.

Het onderzoek heeft bestaan uit:

-           gesprekken met medewerkers van het Juridisch Loket Amsterdam;

-           gesprekken met diverse advocaten uit Amsterdam en omstreken;

-           gesprekken met diverse voormalige cliënten van verweerster;

-           onderzoek naar de toevoegingpraktijk door twee medewerkers van het bureau van de orde bij de Raad voor Rechtsbijstand;

-           een gesprek van de deken met een medewerker procesdirectie asiel van de IND.

 

 

  

3. Het verzoek van de deken

 

3.1       Het verzoek luidt als volgt:

Primair:

1.         verweerster met onmiddellijke ingang voor onbepaalde tijd te schorsen in de uitoefening van haar praktijk (artikel 60b Advocatenwet);

2.         te bepalen dat een door de raad van discipline aan te wijzen advocaat in het ressort Amsterdam naar bevind van zaken handelend die maatregelen mag nemen waartoe verweerster zelf bevoegd zou zijn, die in het belang van de cliënten van het kantoor van verweerster zijn. Het heeft niet de voorkeur dat herverdeling binnen het kantoor plaatsvindt, omdat daar geen althans onvoldoende kennis bestaat van de vreemdelingenrechtpraktijk en ook die kantoorgenoten al de quota van de Rechtsbijstand overschrijden. De deken stelt als waarnemer voor om de advocaten mw. mr. H., mw. mr. K. en mw. mr. P. van het advocatenkantoor O. aan te wijzen als waarnemers. Deze advocaten hebben zich bereid verklaard de belangen van de cliënten uit de regio Amsterdam en omstreken gedurende de schorsing te behartigen;

3.         te bepalen dat –voor alle overige cliënten niet afkomstig uit het arrondissement Amsterdam en omstreken- een door de raad van discipline aan te wijzen advocaat in het ressort ’s-Hertogenbosch naar bevind van zaken handelend die maatregelen mag nemen waartoe verweerster zelf bevoegd zou zijn, die in het belang van de cliënten van het kantoor van verweerster zijn;

4.         te bepalen dat verweerster de redelijke kosten van de waarneming zal dragen, waarbij de door de raad van discipline aan te wijzen advocaten hun werkzaamheden kunnen declareren op basis van een uurtarief van € 175, - (excl. BTW) per uur;

5.         te bepalen dat verweerster voor ieder over te nemen dossier –bij wege van voorschot- een bedrag in depot stort op de kantoorrekening van de door de raad van discipline aan te wijzen advocaten ter hoogte van € 875, - (excl. BTW) per dossier, hetgeen gelijk staat aan 5 werkuren per over te nemen dossier

Subsidiair:

Om bij afwijzing van het verzoek tot schorsing voor onbepaalde tijd en de hiervoor genoemde

voorzieningen, een onderzoek ex artikel 60c Advocatenwet in te stellen naar de toestand waarin de praktijk zich bevindt en daarbij verweerster in elk geval gedurende dit onderzoek te schorsen. Omdat ook gedurende het onderzoek de belangen van de cliënten moeten worden behartigd de voorzieningen genoemd onder 2 t/m 5 te treffen.

 

3.2.            De deken heeft ter toelichting op zijn verzoek het volgende aangevoerd:

De deken bereikten verontrustende berichten over het functioneren van verweerster. De aard van de klachten, de herkomst ervan en het tuchtrechtelijk verleden van verweerster waren voor de deken reden om uitvoerig onderzoek te doen naar deze klachten. De resultaten van het onderzoek zijn voor de deken aanleiding geweest om het verzoek ex artikel 60b Advocatenwet bij de raad in te dienen.

De medewerkers van het juridisch loket te Amsterdam, de Amsterdamse advocaten en de voormalige cliënten van verweerster hebben allen uit eigen initiatief contact opgenomen met de deken al dan niet via het bureau van de orde.

 

 

 

 

3.3. Conclusie van de deken uit zijn onderzoek:

 

Verweerster geeft er geen blijk van haar vreemdelingenpraktijk op een behoorlijke wijze uit te oefenen. Dit blijkt uit het navolgende;

-           verweerster procedeert namens haar cliënten zonder medeweten, instemming en goedkeuring van deze cliënten;

-           cliënten worden van de procedure niet op de hoogte gehouden en er wordt hen geen reëel beeld gegeven van de kansen in de procedure;

-                       verweerster behartigt niet het individuele belang van haar cliënten, maar voert steeds in iedere procedure standaard hetzelfde aan;

-                       er worden onnodige procedures gestart, wat kostenverhogend werkt, maar wat ook risico’s voor de vreemdelingen met zich meebrengt;

-                      verweerster lijkt per cliënt ten minste vier toevoegingen aan te vragen, wat neer komt op een vergoeding van € 4.000, - per cliënt. Daarnaast vraagt zij aan de cliënt een bijdrage van € 500, - voor de begeleiding bij aanvraag;

-           verweerster overschrijdt de quota van de Raad voor Rechtsbijstand, zij “lost dit op” door op naam van kantoorgenoten toevoegingen aan te vragen;

-           verweerster behartigt in de eerste plaats haar eigen financiële belangen, dit ten koste van de belangen van haar cliënten.

 

3.4. Overige klachten van de deken.

 

-           uit klachten van andere advocaten is gebleken dat verweerster vaak om onduidelijke redenen niet meewerkt aan de overdracht van een dossier;

-           verweerster belemmert de voortgang in tegen haar lopende klachtprocedures;

-           verweerster houdt geen kopie achter van zaken waarin het dossier aan de opvolgend advocaat wordt verstuurd, dit bemoeilijkt het onderzoek in een klachtprocedure;

-           bij hercontrole van de derdengeldrekening zijn opnieuw onrechtmatigheden   geconstateerd, zoals het niet op juiste wijze naleven van het twee handtekeningenvereiste; daarnaast is geld dat ten eigen gunste was onttrokken aan de derdengeldrekening, maar was bedoeld voor de consignatiekas, voor een tweede keer onttrokken aan de derdengeldrekening en geplaatst op een aparte rekening ten behoeve van derden. Dit geld had van de privérekening terugbetaald moeten worden;

-           verweerster houdt nog steeds kantoor te Amsterdam.

 

4. Het verweer

 

4.1       De deken heeft ten onrechte nagelaten om verweerster tijdig te confronteren met zijn onderzoeken en resultaten en om verweerster in de gelegenheid te stellen daarop te worden gehoord. Dat hoort niet. Op verzoek van de zijde van verweerster heeft op 9 november 2010 alsnog een gesprek plaatsgevonden. Dit mag niet als een herstel achteraf van deze omissie worden gezien.

 

4.2.      De cliënten van verweerster komen juist bij haar omdat zij bereid is mee te gaan met de aanvraag. Dit biedt rust en zekerheid aan de cliënt en aldus wordt zeker gesteld dat door de cliënt alle benodigde stukken worden overgelegd. Hierdoor wordt de kans op vreemdelingenbewaring juist verkleind in plaats van vergroot zoals de deken stelt.

 

4.3.      Het is juist dat aanvragen vtv medisch vaak kansloze procedures zijn, tenzij men met hele harde medische stukken komt. De cliënten van verweerster weten dit heel goed. De aanvragen worden met name gedaan om tijd te winnen. Door tijdwinst bestaat de mogelijkheid op kansen op een andere titel, bv. via een Nederlandse partner of een generaal pardon. Cliënten krijgen van verweerster te horen dat het naar verwachting een afwijzing zal worden. Mede tegen die achtergrond wordt vooraf al besproken dat tegen de in beginsel verwachte afwijzing in bezwaar/beroep zal worden gegaan. De verklaring die aan cliënten ter ondertekening wordt voorgelegd is geen vrijbrief zoals de deken ten onrechte stelt, maar hierover is vooraf gecommuniceerd. Verweerster is dus vrij om bezwaar, etc. in te stellen. Vooraf wordt besproken dat verweerster alles doet om de vreemdeling zo lang mogelijk in Nederland te houden. De op zich intrinsiek kansarme/-loze procedures worden in het belang van de cliënten gevoerd.

 

4.4       De aard van een vreemdelingenpraktijk brengt met zich mee dat er sprake is van standaardstukken. Ook de stukken van de IND zijn standaardstukken.

 

4.5.      Per cliënt is hooguit sprake van 3 toevoegingen (eigenlijk 2,5): bezwaar, vovo en beroep met een vergoeding van tezamen circa € 2000, -.

 

4.6.      Communicatie met cliënten in een vreemdelingenpraktijk is lastig. Cliënten hebben geen adres of wisselen vaak van adres. Cliënten kunnen altijd langs komen tijdens het spreekuur van verweerster te Amsterdam. Verweerster houdt daar eenmaal per week spreekuur, zij houdt daar geen kantoor. Cliënten weten dat zij uitleg krijgen in Amsterdam als zij iets van verweerster toegestuurd krijgen. De vreemdelingenpraktijk is een belpraktijk.

 

4.7.      Verweerster heeft in een zaak door een fout (misverstand) geen griffierecht betaald en in een zaak werden geen gronden aangevoerd. Dit kan niet reëel een grondslag vormen voor de (veronder)stelling dat verweerster niet in staat is haar praktijk behoorlijk te kunnen uitoefenen.

Verweerster kan zich niet verdedigen tegen anonieme informatie van het Juridisch Loket.

Bij uitstek hier had hoor en wederhoor horen plaats te vinden.

 

4.8.      Verweerster mist geen kansen. Er zijn ook zaken waarin artikel 8 EVRM speelt en/of de specifieke procedure van een EU onderdaan. Ook voor een ongewenste vreemdeling kan een vtv worden aangevraagd. Er is jurisprudentie dat een vtv is verleend onder gelijktijdige opheffing van de ongewenst verklaring. 

 

4.9.      Kantoorgenoten van het kantoor van verweerster wonen over en weer zittingen in elkaars zaken bij. Dat geschiedt in alle openheid en is niet onoirbaar.

 

4.10     Ten aanzien van de overige klachten van de deken:

-           het is juist dat verweerster in het verleden niet altijd vlot heeft meegewerkt aan de overdracht van dossiers. Dit had te maken met de wijze waarop zaken bij andere advocaten terecht kwamen. Thans is het beleid dat verweerster vlot meewerkt aan de overdracht van dossiers.

-           het is juist dat het laat beantwoorden van een verzoek van de deken zich heeft voorgedaan, maar niet zodanig dat dit bij dit verzoek een factor dient te zijn;

-           verweerster houdt wel archief, maar bij overdracht van een dossier is de opvolgende advocaat verantwoordelijk voor archivering. Inmiddels behoudt verweerster ook in die zaken een kopie op kantoor;

-           de kwestie ten aanzien van de Boekhoudverordening is achter de rug. Dat erzichopnieuw onregelmatigheden hebben voorgedaan ten aanzien van de derdengeldrekening is suggestief. Het punt dat speelde ten aanzien van een klein bedrag en de consignatiekas is dat de kas dit terugstortte. Dit was een technisch probleem. Ook de deken wist desgevraagd geen oplossing;

-           verweerster houdt enkel spreekuur in Amsterdam, zij houdt daar geen kantoor.

 

4.11     Verweerster heeft al medio 2010 besloten de vreemdelingenpraktijk af te bouwen. Zij heeft in 2010 slechts 40 nieuwe zaken aangenomen, waarvan slechts 10 nieuwe klanten. Verweerster gaat terug naar haar praktijk oude stijl: de strafpraktijk en vreemdelingenbewaring. Verweerster heeft de lopende zaken op drie na (deze komen op korte termijn op zitting en betreffen oude cliënten) overgedragen aan externe advocaten. Hiermee is in feite een einde gekomen aan de reguliere vreemdelingenpraktijk van verweerster. Ook tegen deze achtergrond is er geen, althans onvoldoende, aanleiding voor een schorsing voor onbepaalde tijd.

 

5. Beoordeling van het verzoek ex artikel 60b Advocatenwet.

 

5.1       Artikel 60b Advocatenwet bepaalt dat de raad van discipline op verzoek van de deken van de orde waartoe de advocaat behoort, een advocaat die tijdelijk of blijvend geen blijk geeft zijn praktijk behoorlijk uit te kunnen oefenen, voor onbepaalde tijd in de uitoefening van de praktijk kan schorsen. De raad zal aan de hand van de door de deken overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht beoordelen of er sprake van is dat verweerster er geen blijk van geeft haar praktijk behoorlijk te kunnen uitoefenen. Het verweer dat het verzoek nog niet voor beoordeling gereed is omdat de deken het principe van hoor en wederhoor niet heeft toegepast, slaagt niet. Het spoedeisend karakter van een procedure ex artikel 60b Advocatenwet brengt met zich mee dat het een deken vrij staat om dit verzoek direct voor te leggen aan de raad van discipline. Hoor en wederhoor vindt plaats ten overstaan van de raad van discipline. Verweerster is behoorlijk en tijdig opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzoek van de deken. Aan verweerster is de gelegenheid geboden nog stukken aan de raad over te leggen en tijdens de mondelinge behandeling is aan verweerster en aan de gemachtigde van verweerster ruimschoots de gelegenheid geboden zich te verweren tegen het verzoek van de deken.

 

5.2.      Een advocaat behoort zijn cliënten te informeren omtrent de slagingskans van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning, en met hen te overleggen of – bij de geschatte slagingskans - het indienen en vervolgen van de aanvraag zinvol zou zijn, gelet op de belangen en prioriteiten van de cliënten. Uit de aan de raad overgelegde stukken en uit hetgeen ter zitting naar voren is gebracht is niet gebleken dat verweerster haar cliënten genoegzaam informeert over de slagingskansen van een aanvraag verblijfsvergunning medisch en de daartegen aan te wenden rechtsmiddelen.

De verklaring die verweerster haar cliënten ter ondertekening voorlegt, beperkt zich tot het vermelden van de mogelijke procedures. Op geen enkele wijze is gebleken dat verweerster haar cliënten genoegzaam informeert over hun slagingskansen in de door haar weergegeven mogelijke procedures. Verweerster stel dat zij haar cliënten hiervan telefonisch dan wel tijdens het spreekuur op de hoogte stelt. Uit het onderzoek van de deken is hiervan uit de bij wijze van steekproef onderzochte dossiers niet gebleken. Verweerster houdt, ondanks haar toezegging aan de deken in januari 2008, nog steeds geen telefoonnotities dan wel notities van gesprekken met cliënten bij. Niet gebleken is dat verweerster gesprekken met haar cliënten bevestigt, dan wel dat zij kopieën van correspondentie en stukken aan haar cliënten toestuurt.

Uit verklaringen van voormalige cliënten van verweerster blijkt dat zij niet geïnformeerd werden over de stand van zaken in hun procedure. Een advocaat dient zijn cliënt op de hoogte te houden van feiten, afspraken en belangrijke informatie. Ter voorkoming van misverstanden dient een advocaat deze steeds schriftelijk te bevestigen. Nu verweerster er op geen enkele wijze in is geslaagd aan te tonen dat zij haar cliënten genoegzaam informeert over de stand van zaken in hun procedure, moet het er voor worden gehouden, dat cliënten na de ondertekening van de verklaring, niet meer op de hoogte worden gehouden van de stand van zaken in hun procedure.

 

5.3.      Gebleken is dat verweerster namens haar cliënten procedures voert en toevoegingen aanvraagt, terwijl door die cliënten aan haar geen volmacht is verleend tot aanwending van een rechtsmiddel bij de betreffende instantie dan wel het aanvragen van een toevoeging. Hoewel in de door de cliënten van verweerster ondertekende verklaring staat dat verweerster slechts na opdracht zal overgaan tot het aanwenden van een rechtsmiddel en het aanvragen van een toevoeging, gaat verweerster hiertoe zonder verder overleg met haar cliënten over.

Verweerster heeft ter zitting verklaard per cliënt gemiddeld 3 toevoegingen aan te vragen.

 

5.4.      Gebleken is dat op het kantoor van verweerster structureel en op grote schaal toevoegingen worden aangevraagd op naam van een bepaalde advocaat, terwijl de desbetreffende zaak door verweerster wordt behandeld. Een behoorlijke praktijkuitoefening brengt met zich mee dat de advocaat die een zaak gaat behandelen de toevoegingsaanvraag ondertekent en de zaak zelf behandelt, behoudens de uitzonderingsgevallen zoals bedoeld in artikel 1 sub c van de Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur (2009) krachtens de Wet op de Rechtsbijstand. Hierin is bepaald dat de advocaat de zaken waarin hij is toegevoegd persoonlijk dient te behandelen dan wel de aan hem toebedeelde piketdiensten persoonlijk dient te verrichten, behoudens incidentele gevallen waarin sprake is van overmacht of waarneming door anderen wegens ziekte, of zwaarwegende redenen. Het onderzoek van de deken toont aan dat verweerster naast de zaken waarin aan haar zelf een toevoeging was verleend, in een groot aantal zaken waarin de toevoeging aan haar kantoorgenoten is verleend, de behandeling van de zaken op zich heeft genomen. Verweerster overschrijdt hiermee de voor haar persoonlijk gestelde quota van de Raad voor de Rechtsbijstand, alsmede de regel dat een advocaat slechts bij hoge uitzondering een zaak mag behandelen waarin een andere advocaat is toegevoegd.

 

5.5.      Niet gebleken is dat verweerster de belangen van haar cliënten individueel behartigt. In geval van een aanvraag verblijfsvergunning medisch, worden medische problemen zonder voldoende onderbouwing gesteld. Uit de aan de raad overgelegde stukken is niet gebleken dat de aanvragen verblijfsvergunning medisch worden ondersteund door de vereiste medische bescheiden, wat het voeren van deze procedures kansloos maakt. Deze handelwijze geeft geen blijk van een behoorlijke uitoefening van de praktijk, terwijl verweerster in de door haar opgestelde verklaring zelf ook stelt dat er sprake moet zijn van zwaarwegende medische omstandigheden op grond waarvan het van bijzondere hardheid getuigt om van iemand te verlangen dat deze naar het land van herkomst terugkeert om aldaar bij de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging een aanvraag voor het verstrekken van een machtiging tot voorlopig verblijf in te dienen en de op die aanvraag te geven beslissing af te wachten. Het kan zijn dat het voeren van een dergelijke kansloze procedure in het belang is van een cliënt, omdat daarmee beoogd wordt tijd te winnen. Indien daarvan sprake is dient de advocaat dit echter aan zijn cliënt te bevestigen en hem te informeren over zijn kansen in de procedure. Niet gebleken is dat verweerster dit met haar cliënten bespreekt dan wel haar cliënten hierover schriftelijk informeert.

 

5.6.      Voorts is gebleken dat verweerster bij herhaling heeft nagelaten mee te werken aan de spoedige overdracht van dossiers aan de opvolgende advocaat en aan verzoeken van de deken om informatie naar aanleiding van tegen verweerster ingediende klachten.

 

5.7.       Op grond van het bovenstaande komt de raad tot het oordeel dat

verweerster geen blijk heeft gegeven haar praktijk behoorlijk te kunnen uitoefenen. De gebleken tekortkomingen rechtvaardigen dat verweerster voor onbepaalde tijd wordt geschorst. De raad neemt daarbij tevens in aanmerking het tuchtrechtelijk verleden van verweerster en de diverse gesprekken die door dekens met verweerster over de wijze van praktijkvoering in het verleden zijn gevoerd. Verweerster heeft er geen blijk van gegeven lering te hebben getrokken uit de gesprekken met de diverse dekens en de vele uitspraken van tuchtrechters. De wijze van praktijkvoering leidt nog steeds tot een stroom aan klachten over de wijze van praktijkvoering door verweerster, zowel van (voormalige) cliënten, als van andere advocaten en derden.

De raad zal het verzoek van de deken om verweerster voor onbepaalde tijd te schorsen in de uitoefening van haar praktijk toewijzen en die voorzieningen treffen die de raad geboden acht.

 

6. Beslissing

 

Ingevolge het bepaalde in artikel 60 b van de Advocatenwet schorst de raad verweerster met onmiddellijke ingang voor onbepaalde tijd in de uitoefening van haar praktijk.

 

De raad wijst gedurende de schorsing van verweerster:

-           mw. mr. H., mw. mr. K. en mw. mr. P. van het advocatenkantoor O.aan als waarnemers van de praktijk van verweerster om de belangen van de cliënten uit de regio Amsterdam en omstreken te behartigen;

-           mr. A. aan als waarnemer van de praktijk van verweerster om de belangen van alle overige cliënten niet-afkomstig uit het arrondissement Amsterdam en omstreken te behartigen.

 

De raad bepaalt dat;

-           de door de raad aangewezen waarnemers naar bevind van zaken

handelend die maatregelen mogen nemen waartoe verweerster zelf bevoegd zou zijn, die in het belang van de cliënten van het kantoor van verweerster zijn;

-           verweerster de redelijke kosten van de waarneming zal dragen, waarbij de door de raad van discipline aangewezen advocaten hun werkzaamheden kunnen declareren op basis van een uurtarief van € 175, - (excl. BTW) per uur;

-           verweerster voor ieder over te nemen dossier –bij wege van voorschot- een bedrag in depot stort op de kantoorrekening van de door de raad van discipline aangewezen advocaten ter hoogte van € 875, - (excl. BTW) per dossier, hetgeen gelijk staat aan 5 werkuren per als waarnemer over te nemen dossier.

 

Aldus gegeven door mr. M.I.J. Hegeman, voorzitter en mrs. E.J.P.J.M. Kneepkens, H.C.M. Schaeken, A.L.W.G. Houtakkers en E.P.C. M. Teeuwen, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.J.M. Huysmans-van Opstal, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2010.

 

Griffier                                                            voorzitter

 

 

Verzonden op:29 november 2010

 

 

Van deze beslissing kan binnen 30 dagen na verzending van het afschrift hoger beroep worden ingesteld bij het Hof van Discipline.

 

De eerste dag van de termijn van 30 dagen is de dag volgend op de dag van de verzending van het afschrift. Uiterlijk op de dertigste dag dient Uw appelmemorie in het bezit te zijn van de griffier van het Hof van Discipline. Het gaat mitsdien niet om tijdige verzending van de appelmemorie, maar om tijdige ontvangst door de griffier van het Hof van Discipline. U dient er rekening mee te houden dat verlenging van deze termijn niet tot de mogelijkheden behoort. Beroep dient te worden ingesteld door middel van een memorie, waarin de gronden van het beroep zijn vermeld en van een motivering zijn voorzien.

De memorie dient in zevenvoud te worden ingediend en vergezeld te zijn van zes kopieën van de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld.

 

De appelmemorie kan op de volgende wijzen worden ingediend bij het Hof van Discipline:

  1. Per post.

Het postadres van de griffie van het Hof van Discipline is: postbus 132, 4840 AC Prinsenbeek.

  1. Bezorging.

De griffie is gevestigd aan het adres Markt 44, 4841 AC te Prinsenbeek. Bezorging kan uitsluitend plaatsvinden op de gebruikelijke werkdagen tijdens de gebruikelijke kantooruren.

  1. Per fax.

Het faxnummer van het Hof van Discipline is: 076 – 5484608.

Tegelijkertijd met de indiening per fax dienen de originele stukken per post te worden toegezonden aan de griffie van het Hof in het vereiste aantal.

 

Voor het inwinnen van informatie: het telefoonnummer van het Hof van Discipline is: 076 - 5484607.

 

Ingevolge artikel 60b lid 4 van de Advocatenwet schorst hoger beroep niet de werking van deze beslissing.

 

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens