Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGDKG:2018:284 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/627832 DW RK 17/446

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2018:284
Datum uitspraak: 18-12-2018
Datum publicatie: 10-05-2019
Zaaknummer(s): C/13/627832 DW RK 17/446
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel: berisping. In geschil is onder meer of de gerechtsdeurwaarder bij het berekenen van de beslagvrije voet ten aanzien van de premie van de ziektekostenverzekering rekening moet houden met alleen de basispremie of ook de aanvullende ziektekostenpremie

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 18 december 2018 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/627832 DW RK 17/446 ingesteld door:

[   ] ,

wonende te [   ],

klager,

tegen:

[   ],

gerechtsdeurwaarder te [   ],

beklaagde.

Ontstaan en loop van de procedure

Bij brief met bijlagen, ingekomen op 25 april 2017, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen

29 mei 2017, heeft de gerechtsdeurwaarder gereageerd. De gerechtsdeurwaarder heeft schriftelijk te kennen gegeven niet ter zitting te zullen verschijnen. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 6 november 2018 alwaar klager is verschenen. Van de behandeling ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. De uitspraak is bepaald op 18 december 2018.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-          Bij brief van 24 januari 2017 heeft klager de gerechtsdeurwaarder verzocht om aanpassing van de beslagvrije voet.

-          De gerechtsdeurwaarder heeft hierop verzocht om nadere bewijsstukken teneinde de beslagvrije voet te kunnen herberekenen.

-          Klager heeft, nadat hij telefonisch contact heeft gehad met het kantoor van de gerechtsdeurwaarder, op 15 februari 2017 een klacht bij de gerechts-deurwaarder ingediend.

-          De gerechtsdeurwaarder heeft de beslagvrije voet vervolgens op

17 februari 2017 herzien. Hierop heeft klager bij e-mail van 23 februari 2017 gereageerd.

-          Bij brief van 3 maart 2017 heeft de gerechtsdeurwaarder de beslagvrije voet nogmaals herzien.

-          Bij e-mail van 14 maart 2017 attendeert klager de gerechtsdeurwaarder op een vergissing in de berekening van de beslagvrije voet.

-          Bij e-mails van 5 en 6 april 2017 heeft klager een vraag aan de KBvG voorgelegd, met betrekking tot de opgemaakt beslagvrije voet-berekeningen van de gerechtsdeurwaarder.

-          Bij e-mail van 6 april 2017 heeft klager de reactie van de KBvG doorgestuurd naar de gerechtsdeurwaarder.

-          Bij e-mail van 6 april 2017 heeft de gerechtsdeurwaarder laten weten te volharden in zijn standpunt.

2. De klacht

Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder:

a)     door het onnodig opvragen van bewijsstukken, het proces van het aanpassen van de beslagvrije voet vertraagt;

b)     ten aanzien van de beslagvrije voet geen rekening houdt met de volledige ziektepremie en woonlasten.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. De ontvankelijkheid van de klacht

4.1 Het primaire verweer van de gerechtsdeurwaarder wordt verworpen. De klacht betreft weliswaar eveneens een klacht over de hoogte van de beslagvrije voet, maar in de onderhavige klacht staat ter discussie of de volledige ziektekostenpremie en woonlasten moeten worden meegenomen in de berekening van de beslagvrije voet. Daarvan was in de vorige klacht geen sprake.

5. De beoordeling van de klacht

5.1 Gerechtsdeurwaarders (waaronder mede wordt begrepen waarnemend gerechts­deur­waar­ders, toegevoegd gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaar­ders en degenen die zijn toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid, bedoelde opleiding) zijn ingevolge artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar­ders­­wet aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechts­deur­waar­der, toegevoegd gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

5.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a. overweegt de kamer als volgt. De beslagvrije voet kan pas op de juiste manier worden berekend op het moment dat de gerechtsdeurwaarder beschikt over de benodigde bewijsstukken. Uit de overgelegde producties kan worden opgemaakt dat de gerechtsdeurwaarder die bewijsstukken heeft opgevraagd, maar niet direct alle actuele stukken heeft ontvangen. De stelling van klager dat een medewerker van het gerechtsdeurwaarderskantoor hem telefonisch heeft medegedeeld dat de reeds door klager toegestuurde stukken voldoende zijn voor het berekenen van een actuele beslagvrije voet, wordt door de gerechtsdeurwaarder uitdrukkelijk ontkend. De kamer ziet, zonder nadere onderbouwing van het tegendeel, geen reden om aan het standpunt van de gerechtsdeurwaarder te twijfelen. Dit brengt met zich dat niet kan worden vastgesteld of er sprake is van bewuste vertraging bij het proces van het aanpassen van de beslagvrije voet.

5.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b. overweegt de kamer als volgt. In geschil is onder meer of de gerechtsdeurwaarder bij het berekenen van de beslagvrije voet ten aanzien van de premie van de ziektekostenverzekering rekening moet houden met alleen de basispremie of ook de aanvullende ziektekostenpremie. De gerechts-deurwaarder stelt dat alleen rekening hoeft te worden gehouden met de basispremie. Er hoeft alleen rekening te worden gehouden met de aanvullende verzekering indien daarvoor nut of noodzaak is, aldus de gerechtsdeurwaarder. Hij merkt daarbij op dat het nodeloos aangaan van een aanvullende zorgverzekering leidt tot benadeling van schuldeisers, hetgeen in strijd zou zijn met artikel 475d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

5.4 In de toelichting bij artikel 475d vierde lid onder a Rv is opgenomen dat premies voor zowel de verplichte basisverzekering als voor aanvullende verzekeringen leiden tot verhoging van de beslagvrije voet. De kamer vindt het onbegrijpelijk dat de gerechtsdeurwaarder hier dus bij het vaststellen van de beslagvrije voet geen rekening mee houdt. Des te kwalijker wordt het wanneer klager de mening van de KBvG (‘de aanvullende premie dient ook meegenomen te worden in de berekening van de beslagvrije voet’) aan de gerechtsdeurwaarder voorhoudt en hij volhardt in zijn misvatting op dit onderdeel.

5.5 Klager heeft eveneens gesteld dat de gerechtsdeurwaarder weigert bij de berekening van de beslagvrije voet rekening te houden met de volledige woonlasten van klager. Klager heeft daartoe aangevoerd dat de voorlopige teruggave van de Belastingdienst (hoewel op schrift) feitelijk niet tot zijn beschikking staat. De Belastingdienst verrekent de teruggave namelijk met een openstaande schuld. Daarover heeft de gerechtsdeurwaarder verklaard geen rekening te kunnen houden met gestelde en niet zichtbare verrekeningen dan wel compensaties van de Belastingdienst in de berekening van de beslagvrije voet. Als dit slechts een stelling was geweest, had de kamer de gerechtsdeurwaarder kunnen volgen in zijn standpunt. Klager heeft echter bij e-mail van 14 maart 2017 met stukken nader onderbouwd waarom aanpassing op dat punt wel aan de orde is. Dat de gerechtsdeurwaarder meer of andere stukken van klager verlangt, geeft enigszins de schijn van traineren. Deze schijn kan niet wordt weggenomen door simpelweg vast te houden aan zijn standpunt. De kamer acht de klacht dan ook terecht voorgesteld.

5.6  Op grond van het voorgaande dient de klacht gegrond te worden verklaard.

Hoewel niet vastgesteld kan worden dat van “bewust vertragen” sprake is geweest, zijn de interpretaties van de gerechtsdeurwaarder in deze materie het proces niet ten goede gekomen. Met name gelet op het grote belang van een juiste toepassing van de beslagvrije voet en een snelle en correcte aanpassing daarvan, indien daartoe aanleiding bestaat, acht de kamer na te melden maatregel op zijn plaats en beslist derhalve als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

-      verklaart klachtonderdelen a. ongegrond;

-      verklaart klachtonderdeel b. gegrond;

-      legt de gerechtsdeurwaarder voor het gegronde deel de maatregel van berisping op.

Aldus gegeven door mr. L. van Berkum, plaatsvervangend-voorzitter, en

mr. Ch.A. van Dijk en M.J.C. van Leeuwen, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2018, in tegenwoordigheid van de secretaris.