Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar zoekresultaten

ECLI:
ECLI:NL:TADRSHE:2015:163
Datum uitspraak:
29-06-2015
Datum publicatie:
30-06-2015
Zaaknummer(s):
ZWB 9 - 2015
Onderwerp:
Zorg voor de cliëntVereiste communicatie met de cliënt Zorg voor de cliëntKwaliteit van de dienstverlening Zorg voor de cliëntFinanciën
Beslissingen:
Berisping
Inhoudsindicatie:
Het is de verantwoordelijkheid van een advocaat om de inhoud van een echtscheidingsconvenant te toetsen, ook indien hij dat convenant niet heeft opgesteld en hij daartoe geen opdracht heeft gekregen. Een advocaat draagt verantwoordelijkheid voor de inhoud van de stukken die hij bij de rechtbank indient.Advocaat dient de financiële consequenties van zijn werkzaamheden met zijn cliënt te bespreken en de financiële afspraken schriftelijk vast te leggen.Klacht gegrond; berisping.

Zeeland-West-Brabant

Beslissing van  29 juni 2015

in de zaak ZWB 9 - 2015

 

 

 

naar aanleiding van de klacht van:

 

                     

                                       

                             

     

     klaagster

 

 

                      tegen:

 

 

                     

                     

 

                     verweerder

 

 

 

 

1         Verloop van de procedure

1.1     Bij brief aan de raad van 14 januari 2015met kenmerk K14-120, door de raad ontvangen op14 januari 2015, heeft de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.2     De klacht is behandeld ter zitting van de raad van 18 mei 2015 in aanwezigheid van klaagster. Verweerder heeft de raad bij brief dd. 29 april 2015 bericht niet bij de mondelinge behandeling aanwezig te zullen zijn. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.3     De raad heeft kennis genomen van:

-    de brief van de deken dd. 14 januari 2015, met bijlagen;

-    de brief van verweerder dd. 29 april 2015, met bijlagen.

 

 

2         FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht wordt, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, van de volgende vaststaande feiten uitgegaan:

2.1     Verweerder heeft klaagster en haar ex-echtgenoot bijgestaan in een echtscheidingsprocedure op gemeenschappelijk verzoek. De gevolgen van de echtscheiding zijn door klaagster en haar ex-echtgenoot zelf in een convenant vastgelegd en aan verweerder voorgelegd. Het convenant is door verweerder niet inhoudelijk met partijen besproken. Verweerder heeft partijen enkel laten weten dat hij het convenant had bekeken en dat het kon worden ondertekend. Verweerder heeft bij de rechtbank een verzoek tot echtscheiding ingediend.

2.2     Verweerder heeft partijen mondeling bericht voor zijn werkzaamheden in de echtscheidingsprocedure in totaal een bedrag ad € 750,- in rekening te zullen brengen, waarvan partijen ieder de helft zouden betalen. Verweerder heeft geen opdrachtbevestiging aan partijen toegestuurd noch de financiele afspraken schriftelijk bevestigd.

 

3         klacht

3.1     De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat verweerder:

1.   klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over haar recht op kinderalimentatie met als gevolg dat een lager bedrag is vastgesteld dan waarop klaagster werkelijk recht had,

2.   de financiële afspraken bij aanvang van de rechtsbijstand onvoldoende duidelijk met klaagster heeft besproken.

 

4         VERWEER

4.1     De echtgenoot van klaagster en klaagster hebben zich in 2013 tot verweerder gewend. Zij wilden de echtscheiding zo snel mogelijk regelen. Partijen waren het eens over de gevolgen van de echtscheiding. Zij hebben de afspraken zelf in een convenant vastgelegd. De opdracht aan verweerder was om de echtscheiding zo snel mogelijk te doen uitspreken. Verweerder heeft nooit opdracht gekregen om de kinderalimentatie te berekenen of de verdeling te beoordelen. Om die reden heeft verweerder geen uitleg gegeven over de alimentatieberekening noch financiele stukken opgevraagd. Evenmin heeft verweerder een berekening gemaakt of getoetst of de overeengekomen alimentatie aan de wettelijke maatstaven voldeed. Daartoe was immers geen opdracht aan verweerder verleend. Verweerder is niet verantwoordelijk voor de inhoud van het door partijen zelf opgestelde convenant.

4.2     Verweerder heeft wel telefonisch contact gehad met klaagster. Hieruit kon verweerder opmaken dat klaagster het eens was met de inhoud van het convenant.

4.3     Klaagster heeft al eerder geklaagd over de rekening van € 638,73. De financiele afspraken hadden beter vastgelegd moeten worden. Vanwege dat eerder bezwaar had verweerder al de declaratie verlaagd naar € 510,47. Klaagster is hiermee akkoord gegaan en heeft de verlaagde declaratie voldaan.

 

5         BEOORDELING

Ad onderdeel 1.

5.1     Per 1 januari 2015 is de gewijzigde Advocatenwet in werking getreden.De nieuwe Advocatenwet is van toepassing op klachten die op of na 1 januari 2015 zijn ingediend bij de deken. De onderhavige klacht is voor 1 januari 2015 ingediend bij de deken en wordt door de raad van discipline derhalve behandeld en beoordeeld op grond van de Advocatenwet, zoals die tot 1 januari 2015 gold. Waar in deze beslissing naar de Advocatenwet wordt verwezen, wordt de Advocatenwet zoals deze tot 1 januari 2015 gold bedoeld.

5.2     Het staat een advocaat vrij om in een echtscheidingsprocedure op gemeenschappelijk verzoek voor beide partijen op te treden. Wel rust op die advocaat een zware zorgplicht voor beide partijen. De advocaat dient zich er van te vergewissen of beide partijen daadwerkelijk instemmen met de tussen partijen vastgestelde regelingen en of zij de inhoud van de overeengekomen regeling begrijpen. Indien een der partijen in de tussen partijen overeengekomen regelingen met minder genoegen neemt dan hem of haar volgens de wettelijke maatstaven dan wel gebruikelijke normen toekomt,  dient de advocaat die partij daarop te wijzen en zich ervan te vergewissen dat de benadeelde partij daarmee nadrukkelijk instemt. Om misverstanden te voorkomen mag van een advocaat verwacht worden dat hij partijen hierover schriftelijk informeert en hen de vraag voorlegt of zij beiden hiermee uitdrukkelijk instemmen.

5.3     Het betaamt een behoorlijk handelend advocaat niet om een tussen partijen overeengekomen en door die partijen opgesteld echtscheidingsconvenant aan een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding  toe te voegen zonder dat te controleren op zijn juridische juistheid. Het is de verantwoordelijkheid van een advocaat om de inhoud van een echtscheidingsconvenant te toetsen, ook indien hij dat convenant niet heeft opgesteld en hij daartoe geen opdracht heeft gekregen. Een advocaat draagt immers verantwoordelijkheid voor de inhoud van de stukken die hij bij de rechtbank indient.

5.4     Om zich ervan te kunnen vergewissen dat beide partijen de inhoud en de juridische consequenties van de tussen partijen overeengekomen regeling begrijpen, dient een advocaat het convenant met beide partijen te bespreken en hen te wijzen op de juridische gevolgen daarvan.

5.5     Vast staat dat verweerder het convenant niet met klaagster heeft besproken en zich er niet van heeft vergewist of klaagster de inhoud en de juridische gevolgen van het convenant begreep dan wel of zij daarmee instemde. Verweerder heeft aldus ten opzichte van klaagster niet die zorg in acht genomen, die van een behoorlijk handelend advocaat verwacht mag worden. Het eerste onderdeel van de klacht is gegrond.

Ad onderdeel 2.

5.6     Wanneer een advocaat een opdracht aanvaardt, dient hij de financiële consequenties daarvan met de cliënt te bespreken en inzicht te geven in de wijze waarop hij zal declareren. Om misverstanden te voorkomen mag van een behoorlijk handelend advocaat worden verwacht dat hij de financiële afspraken schriftelijk vastlegt. Nu door verweerder niet is aangetoond dat de financiële afspraken tussen klaagster en verweerder schriftelijk zijn vastgelegd komt het verschil van mening over hetgeen is afgesproken voor risico van verweerder. Ook het tweede onderdeel van de klacht is gegrond.

 

6         MAATREGEL

6.1     De raad is van oordeel dat gelet op de ernst van het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen de maatregel van berisping passend en geboden is.

 

BESLISSING

 

De raad van discipline:

 

verklaart de klacht in beide onderdelen gegrond en legt ter zake aan verweerder op de maatregel van berisping.

 

Aldus gegeven door mr.P.H. Brandts,voorzitter, mrs.S.A.R. Lely, A.L.W.G. Houtakkers, A.J.F. van Dok en L.R.G.M. Spronken, leden, bijgestaan door mr.I.J.M. Huysmans-van Opstalals griffier en uitgesproken ter openbare zitting van29 juni 2015.

 

 

griffier                                                                         voorzitter                                  

 

 

 

 

Deze beslissing is in afschrift op 29 jun i2015

 

verzonden aan:

-       klager

-       verweerder

-       de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement

-       de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten.

 

 

Van deze beslissing kan hoger beroep bij het Hof van Discipline worden ingesteld door:

-       verweerder

-       de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten

 

Het hoger beroep moet binnen een termijn van 30 dagen na verzending van de beslissing worden ingesteld door middel van indiening van een beroepschrift, waarin de gronden van het beroep zijn vermeld en van een motivering zijn voorzien. Het beroepschrift moet in zevenvoud worden ingediend tezamen met zes afschriften van de beslissing waarvan beroep.

 

De eerste dag van de termijn van 30 dagen is de dag volgend op de dag van de verzending van de beslissing. Uiterlijk op de dertigste dag van die termijn moet het beroepschrift dus in het bezit zijn van de griffie van het Hof van Discipline. Verlenging van de termijn van 30 dagen is niet mogelijk.

 

Het beroepschrift kan op de volgende wijzen worden ingediend bij het Hof van Discipline:

a.      Per post

Het postadres van de griffie van het Hof van Discipline is:

Postbus 85452, 2508 CD Den Haag

 

b.      Bezorging

De griffie is gevestigd aan het

Kneuterdijk 1, 2514 EM Den Haag

 

Teneinde er zeker van te zijn dat voor de ontvangst getekend kan worden of dat pakketten die niet in een reguliere brievenbus besteld kunnen worden, afgegeven kunnen worden dient u telefonisch contact op te nemen met de griffie van het hof.

Het telefoonnummer van het Hof van Discipline is088-2053777

 

c.    Per fax

Het faxnummer van het Hof van Discipline is088-2053701

Tegelijkertijd met de indiening per fax dient het beroepschrift tezamen met de beslissing waarvan beroep in het vereiste aantal per post te worden toegezonden aan de griffie van het hof.

 

Nadere informatie over hoger beroep en over (de griffie van) het hof:

Praktische informatie vindt u op www.hofvandiscipline.nl

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens