Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2018:35
Datum uitspraak:
03-04-2018
Datum publicatie:
06-04-2018
Zaaknummer(s):
C/13/613019 DW RK 16/835
Onderwerp:
Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Klaagster heeft zich niet aan de afspraak gehouden dat zij bij alle aflossingen dossiernummers zou vermelden. Gelet op de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 31 mei 2011 (ECLI:NL:TGDKG:2010:108) is het niet in strijd met de tuchtrechtelijke norm dat de gerechtsdeurwaarders daarom de betalingen zonder dossiernummers hebben geboekt in andere dossiers dan door klaagster was bedoeld. Klacht ongegrond.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 3 april 2018 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/613019 / DW RK 16/835 ingesteld door:

 

[  ],

wonende te [  ],

klaagster,

 

tegen:

 

1. [  ],

2. [  ],

gerechtsdeurwaarders te [  ],

beklaagden,

gemachtigde: [  ].

 

Ontstaan en loop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 30 juli 2016, heeft klaagster een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagden, hierna: de gerechtsdeurwaarders. Bij verweerschrift, ingekomen op 1 september 2016, hebben de gerechtsdeurwaarders op de klacht gereageerd. Klaagster heeft bij e-mail van

14 februari 2018 medegedeeld niet ter zitting te zullen verschijnen en heeft daarbij tevens haar klacht aangevuld. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 20 februari 2018 alwaar gerechtsdeurwaarder sub 2 namens beide gerechtsdeurwaarders is verschenen. Van de behandeling ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. De uitspraak is bepaald op 3 april 2018.

 

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

-           De gerechtsdeurwaarders zijn belast met het incasseren van vier vorderingen van [  ] ten laste van klaagster, geregistreerd onder nummers 227247, 230469, 237098 en 246921.

-           Op 5 november 2014 is inzake dossiernummer 227247 een betalingsregeling met klaagster getroffen met ingang van 1 december 2014 voor de duur van drie maanden, waarbij klaagster een bedrag van € 50,-- per maand diende te voldoen.

-           Op 29 juni 2015 is inzake dossiernummers 227247 en 237098 een betalingsregeling met klaagster getroffen met ingang van 1 juli 2015 voor de duur van drie maanden waarbij klaagster € 100,-- per maand diende te voldoen.

-           Op 12 oktober 2015 is inzake dossiernummers 227247 en 237098 een betalingsregeling met klaagster getroffen met ingang van 1 november 2015 voor de duur van zes maanden waarbij klaagster een bedrag van €100,-- per maand diende te voldoen.

-           Bij alle regelingen is overeengekomen dat klaagster stipt op tijd diende te betalen           onder vermelding van de betreffende dossiernummers.

-           Volgens een door de gerechtsdeurwaarders bij hun klacht overgelegd overzicht heeft klaagster vanaf 11 november 2014 tot en met 29 februari 2016 met aanvankelijk € 50,-- en vanaf 29 juni 2015 € 100,-- afgelost. Klaagster heeft bij vier van haar zeventien verrichte betalingen dossiernummer(s) 227247 dan wel 227247/230469 vermeld en bij de andere betalingen wisselende omschrijvingen gebruikt zoals “aflossing auto en ziektekosten”, “dossiers cjib verkeersboete” en “aflossing cjib dossiers”. 

-           [  ] heeft in 2016 in dossier 227247 een dwangbevel uitgevaardigd tegen klaagster.

 

2. De klacht

Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarder - samengevat - dat de gerechtsdeurwaarders haar aflossingen niet hebben geboekt overeenkomstig haar omschrijving bij de betalingen, maar zelf hebben bepaald op welke schulden is afgeboekt. Als gevolg hiervan is er volgens [  ] niet afgelost op de schuld waarvoor al op 5 november 2014 een regeling is getroffen en heeft [  ] thans een dwangbevel uitgevaardigd. Klaagster vindt dat niet terecht, omdat zij haar maandelijkse aflossing juist heeft verhoogd van € 50,-- naar € 100,-- om op  beide schulden af te lossen. 

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarders

De gerechtsdeurwaarders hebben de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

 

4. De beoordeling van de klacht

4.1 De klacht is ingediend tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor hetgeen op grond van het bepaalde in artikel 34, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet niet kan. Bij het onderzoek wie als beklaagde kan worden aangemerkt geldt als leidraad de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 12 augustus 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:3696). Uit dit arrest volgt dat bij klachten tegen een samenwerkingsverband de tuchtrechter zelf dient te onderzoeken tegen welke gerechtsdeurwaarder(s) van het samenwerkingsverband de klacht zich richt.

 

4.2 Nu de in aanhef vermelde gerechtsdeurwaarders hebben aangevoerd dat het dossier van klaagster onder hun verantwoordelijkheid valt, worden zij als beklaagden aangemerkt. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

 

4.3 Klaagster heeft zich niet aan de afspraak gehouden dat zij bij alle aflossingen dossiernummers zou vermelden. Gelet op de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 31 mei 2011 (ECLI:NL:TGDKG:2010:108) is het niet in strijd met de tuchtrechtelijke norm dat de gerechtsdeurwaarders daarom de betalingen zonder dossiernummers hebben geboekt in andere dossiers dan door klaagster was bedoeld. De gerechtsdeurwaarders hebben de gelden van de betalingsregeling in preferente dossiers afgeboekt, hetgeen meermalen aan klaagster is medegedeeld. De kamer overweegt dat dit is veroorzaakt door toedoen van klaagster zelf. Klaagster wist dat er op dat moment verschillende vorderingen op haar bij de gerechtsdeurwaarders in behandeling waren.

 

4.4 Overigens blijkt uit het overzicht van de gerechtsdeurwaarders dat indien de gelden van de betalingsregeling waren geboekt zoals klaagster wenste, dossiernummer 227247 nog steeds niet was voldaan en zij dan ook alsnog een schrijven inzake het dwangtraject van [  ] had ontvangen. Klaagster heeft derhalve door de wijze van afboeken geen schade geleden.

 

4.5Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart de klacht ongegrond.

 

Aldus gegeven door mr. L. van Berkum, plaatsvervangend-voorzitter, en

mr. N. Nijenhuis en A.M. Maas, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 april 2018, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens