Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2018:14
Datum uitspraak:
23-01-2018
Datum publicatie:
05-03-2018
Zaaknummer(s):
1294.2016
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
 Beslissing op verzet. Klaagster is van mening dat de gerechtsdeurwaarder geen incassomaatregelen mag nemen, omdat er geen overeenkomst bestaat tussen haar de gerechtsdeurwaarder. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM3

 

Beslissing van 23 januari 2018 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 22 november 2016 met zaaknummer C/13/603994 DW RK 16/202 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/619726 / DW RK 16/1294 ingesteld door:

 

[   ],

wonende te [   ],

klaagster,

 

tegen:

 

[   ]

toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder te [   ],

beklaagde,

gemachtigde: [   ].

 

1. Ontstaan en verloop van de procedure

Bij brief met bijlagen, ingekomen op 2 maart 2016 heeft klaagster een klacht ingediend tegen (de organisatie van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij aangehechte brief met bijlagen, ingekomen op 5 april 2016, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 22 november 2016 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Klaagster is een afschrift van de beslissing van de voorzitter toegezonden bij brief van 22 november 2016. Bij brief, ingekomen op 2 december 2016, heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Bij e-mail van 14 november 2017 heeft de gerechtsdeurwaarder verweer gevoerd tegen het verzetschrift. Het verzetschrift is vervolgens behandeld ter openbare terechtzitting van 21 november 2017, alwaar klaagster en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. Van de behandeling ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. De uitspraak is bepaald op 23 januari 2018.

 

2. De ontvankelijkheid van het verzet

Klaagster heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat zij in het verzet kan worden ontvangen.

 

3. De feiten

De gerechtsdeurwaarder heeft klaagster een aantal malen per brief, e-mail en sms tot

betaling gesommeerd. Er heeft ook een aantal malen telefonisch contact

plaatsgevonden.

 

4. De oorspronkelijke klacht

Klaagster stelt dat de gerechtsdeurwaarder haar stalkt en bedreigt. Daar komt bij dat klaagster de vordering niet terecht vindt en nog in gesprek is met de schuldeiser. Evenmin is er een contract afgesloten met de organisatie van de gerechtsdeurwaarder. Volgens klaagster mogen er daarom helemaal geen incassomaatregelen worden getroffen. Volgens klaagster heeft zij door toedoen van de gerechtsdeurwaarder voor een bedrag van € 35.000,00 schade geleden die voor vergoeding in aanmerking komt.

 

5. De beslissing van de voorzitter

5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:

 

4.1 Ingevolge artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de ge­rechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

 

4.2 Daarvan is geen sprake. Het standpunt dat de gerechtsdeurwaarder heeft ingenomen en zijn daarop gebaseerde handelingen zijn niet in strijd met de tuchtrechtelijke norm. Een gerechtsdeurwaarder die een opdracht tot incasso ontvangt behoeft zich niet inhoudelijk met de onderliggende vordering te bemoeien. Hij behoeft alleen summier te onderzoeken of van een vordering sprake kan zijn. Niet gebleken is dat daarvan geen sprake is geweest. Het is mogelijk dat de vordering uiteindelijk aan de rechter wordt voorgelegd. Klaagster zal dan in de gelegenheid gesteld worden om verweer te voeren. De toon en de inhoud van de sommaties zijn niet in strijd met de tuchtrechtelijke norm. Het mag zo zijn dat klaagster die sommaties als bedreigend heeft ervaren, maar daarvan kan zij de gerechtsdeurwaarder geen verwijt maken.

 

4.3 De onderhavige procedure leent zich niet voor toekenning van schadevergoeding, zo daartoe al aanleiding zou zijn.

 

5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klaagster als kennelijk ongegrond afgewezen.

 

6. De gronden van het verzet

In verzet heeft klaagster aangevoerd dat zij zich enigszins verbaast over de halsstarrigheid van de Kamer om te geloven dat de gerechtsdeurwaarder/incasseerder óók fouten heeft gemaakt. En dat zij ter terechtzitting de toedracht (van het conflict) kan toelichten en daar aannemelijk kan maken dat zij (deels) in haar recht staat.

 

7. De beoordeling van de gronden van het verzet

7.1 Het verzet kan naar het oordeel van de Kamer niet slagen. Het onderzoek in verzet heeft naar het oordeel van de Kamer niet geleid tot vaststelling van andere feiten dan wel tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de voorzitter waarmee de Kamer zich verenigt. De Kamer acht de beslissing van de voorzitter juist en de door klager aangevoerde gronden geven geen aanleiding de motivering van de beslissing aan te passen.

 

7.2 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

 

BESLISSING:

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart het verzet ongegrond.

 

 

Aldus gegeven door mr. M. Nijenhuis, plaatsvervangend-voorzitter, en mr. L. van Berkum en M.W. de Ruijter, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2018, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens