Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2017:230
Datum uitspraak:
05-12-2017
Datum publicatie:
05-03-2018
Zaaknummer(s):
3.2017
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
 Klacht ongegrond. Het vermelden van een geheim adres is in beginsel niet tuchtrechtelijk laakbaar, zo volgt uit de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 1 augustus 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:3097).

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 5 december 2017 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/621562 / DW RK 17/3 ingesteld door:

 

[   ],

wonende te [   ],

klager,

gemachtigde: mr. [   ],

 

tegen:

 

mr. [   ],

toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [   ],

beklaagde.

 

Ontstaan en loop van de procedure

Bij brief met bijlagen, ingekomen op 2 januari 2017 heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij  brief met bijlagen, ingekomen op 30 januari 2017, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 24 oktober 2017 alwaar de gerechtsdeurwaarder en de gemachtigde van klager zijn verschenen. Van de behandeling ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. De uitspraak is bepaald op 5 december 2017.

 

1. De feiten

Op 10 november 2016 heeft de gerechtsdeurwaarder klager gedagvaard. Bij de BRP staat klager geregistreerd op een geheim adres. De gerechtsdeurwaarder heeft in de dagvaarding het volledige adres van klager vermeld. 

 

2. De klacht

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat deze zijn geheime adres heeft vermeld. Deze vermelding was onnodig, omdat de gerechtsdeurwaarder had kunnen volstaan met de vermelding dat klager verblijft op een geheim adres dat bij hem bekend is. Klager heeft verwezen naar de uitspraak van de Kamer van 12 juli 2011 waarin deze aanbeveling aan gerechtsdeurwaarders wordt gedaan (zaaknummer 896.2010). Klager heeft er belang bij dat zijn adres geheim blijft, omdat hij zich als natuurlijk persoon bezig houdt met de verhuur van woonruimtes en hij in verband daarmee regelmatig bedreigingen ontvangt.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder stelt zich, samengevat, op het standpunt dat bij het opstellen van het exploot van dagvaarding over het hoofd is gezien dat het adres van klager als geheim staat geregistreerd. Was dat wel opgemerkt, dan zou het adres niet zijn vermeld. Na ontvangst van de brief van de gemachtigde van 28 november 2016 is direct al het nodige gedaan om dit te herstellen.

Een kopie van de dagvaarding is aan de opdrachtgever Gevaert Vastgoed B.V. verstrekt, maar bij die opdrachtgever was het adres van klager al bekend. Het adres is niet verstrekt aan de wederpartij van klager, een vereniging van eigenaars. Ook verder zijn de adresgegevens niet aan derden verstrekt. 

 

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

 

4.2 Ingevolge het bepaalde in artikel 45 lid 3, aanhef en onder d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) vermeldt het exploot ten minste de naam en de woonplaats van degene voor wie het exploot is bestemd. Algemeen wordt aangenomen dat onder woonplaats moet worden begrepen de woonstede in de zin van artikel 1:10 van het Burgerlijk Wetboek, ofwel het volledige huisadres. Uitgangspunt is dus dat het adres in het exploot vermeld moet worden. In de civiele rechtspraak wordt verschillend geoordeeld over de vraag of een exploot waarin staat vermeld dat sprake is van een geheim adres, voldoet aan voornoemde wetsbepaling. Gezien het wettelijk uitgangspunt en voornoemde rechtsonzekerheid is het vermelden van het geheime adres in beginsel niet tuchtrechtelijk laakbaar, zo volgt uit de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 1 augustus 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:3097), waarmee de eerdere lijn van de Kamer niet langer gevolgd kan worden.

 

4.3 Omstandigheden die in dit geval tot een ander oordeel leiden zijn gesteld noch gebleken. Klager is door het handelen van de gerechtsdeurwaarder niet benadeeld. De opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder beschikte namelijk al over het adres van klager en heeft dit aan de gerechtsdeurwaarder opgegeven. Verder is het adres niet bekend geworden.

De gemachtigde van klager heeft ter zitting nog aangevoerd dat de gerechtsdeurwaarder het risico heeft genomen dat derden op de hoogte zouden kunnen geraken van het woonadres van klager, waaronder (de medewerkers van) de opdrachtgever en de personen die op hetzelfde adres wonen waar de dagvaarding betekend is. De kamer volgt de gemachtigde daarin niet, nu het standpunt te algemeen en niet onderbouwd is. Personen die op hetzelfde adres als klager verblijven, moeten bovendien worden geacht al met dat adres bekend te zijn.

 

4.4Op grond van het vorenstaande kan naar oordeel van de Kamer de gerechtsdeurwaarder niet tuchtrechtelijk worden verweten dat hij het geheime adres van klager in het exploot van dagvaarding heeft opgenomen.

 

4.5 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart de klacht ongegrond.

 

Aldus gegeven door mr. C.W. Inden, voorzitter, mr. E. Diepraam en M.W. de Ruijter, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 december 2017, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens