Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug naar overzicht

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2017:196
Datum uitspraak:
19-12-2017
Datum publicatie:
03-01-2018
Zaaknummer(s):
C/13/608654 / DW RK 16/523
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
 De klacht betreft het niet reageren op brieven, het zich niet aan de regels houden en er nog steeds geen concrete afspraken zijn gemaakt.Alle klachten worden ongegrond verklaard.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 19 december 2017 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/608654 / DW RK 16/523 van:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

 

tegen:

 

[     ],

toegevoegd-gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde.

 

Ontstaan en loop van de procedure

 

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 24 mei 2016, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde. Bij e-mails van 20 juli 2016 en 27 september 2016 heeft klager aanvullende correspondentie overgelegd. Bij e-mail met bijlagen van 25 november 2016, heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 14 november 2017 alwaar klager en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. Van de behandeling ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. De uitspraak is bepaald op 19 december 2017.

 

1. Feiten en omstandigheden

 

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

a)    De gerechtsdeurwaarder is vanaf 2007 bezig met de tenuitvoerlegging van een beschikking van 5 juli 2007, op grond waarvan klager gehouden is alimentatie te betalen aan zijn voormalig echtgenote.

b)    Op 25 juli 2007 heeft de gerechtsdeurwaarder de beschikking aan klager betekend met gelijktijdig bevel om aan de inhoud te voldoen.

c)    Bij brief van 1 oktober 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder klager opgave gedaan van de vordering die bij hem in behandeling was.

d)    Bij e-mail van 3 oktober 2014 heeft de advocaat van klager de gerechtsdeurwaarder verzocht een specificatie van de hoofdsom te geven aan welk verzoek de gerechtsdeurwaarder op 6 oktober 2014 heeft voldaan.

e)    Bij brief van 21 oktober 2014 heeft de advocaat van klager de gerechtsdeurwaarder een voorstel gedaan voor de afwikkeling van de vordering tegen finale kwijting.

f)     Bij e-mail van 26 november 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder de advocaat van klager medegedeeld dat zijn cliënte hem had medegedeeld niet akkoord te gaan met het voorstel. Die e-mail bevatte een tegenvoorstel van de cliënte van de gerechtsdeurwaarder.

g)    Bij e-mail van 3 december 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder de advocaat van klager verzocht om een reactie op het tegenvoorstel van zijn cliënte.

h)    Bij e-mail van 12 december 2014 heeft de gemachtigde van klager de gerechtsdeurwaarder medegedeeld dat klager niet in staat was in één keer het een bedrag van meer dan € 3.500,00 te voldoen. De gemachtigde van klager heeft het eerder gedane voorstel herhaald en de gerechtsdeurwaarder verzocht om bankgegevens van zijn cliënte voor het storten van de alimentatie. Verder staat in de e-mail vermeld dat het voorstel van klager zou komen te vervallen indien het niet binnen twee weken door de cliënte van de gerechtsdeurwaarder zou worden geaccepteerd.

i)     Bij e-mail van 4 februari 2015 heeft de gemachtigde van klager de gerechtsdeurwaarder geschreven dat zij niets meer heeft vernomen en zij er vanuit is gegaan dat is overgegaan tot sluiting van het dossier.

j)     De gerechtsdeurwaarder heeft de gemachtigde van klager op 29 juli 2015 gevraagd of zij nog als de gemachtigde van klager optrad. Op 31 juli 2015 is door de secretaresse van de gemachtigde van klager gereageerd met de mededeling dat zij zo spoedig mogelijk op de vraag zou terugkomen.

k)    Bij brief van 17 november 2015 heeft de gerechtsdeurwaarder klager nogmaals opgave gedaan van de vordering.

l)     Op 19 november 2015 heeft de gerechtsdeurwaarder inlichtingen verzocht bij de werkgever van klager.

m)  De gerechtsdeurwaarder heeft op 25 november 2016 medegedeeld dat het dossier is gesloten, nu partijen de kwestie geschikt hebben tegen finale kwijting.

n)    Tussen de gemachtigde van klager en de gerechtsdeurwaarder is verder gecorrespondeerd bij e-mails van 26 november 2015, 15 en 21 juli 2016 en

1 september 2016.

 

2. De klacht

 

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder a) dat hij niet reageert op brieven van zijn advocaat; b) dat hij zich niet aan juridische regels c.q. de wet houdt en c) dat er na anderhalf jaar nog steeds geen concrete afspraken zijn gemaakt. Klager voert daartoe het volgende aan. Hij heeft een brief van de gerechtsdeurwaarder ontvangen waarin opgave werd gedaan van een door klager verschuldigd bedrag. Daarop heeft zijn advocaat de gerechtsdeurwaarder verzocht om een specificatie. Na ontvangst daarvan heeft zijn advocaat een voorstel gedaan om de zaak af te doen. Na een maand ontving zijn advocaat een brief van de gerechtsdeurwaarder met een tegenvoorstel. Volgens zijn advocaat was dit tegenvoorstel juridisch niet toegestaan. Bij e-mail van

12 december 2014 heeft zijn advocaat op het tegenvoorstel gereageerd. Op die brief en een rappel van 4 februari 2015 is niet gereageerd. Op een door zijn advocaat op

26 november 2015 ingediende brief is ook geen reactie gekomen.

 

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

 

4. Beoordeling van de klacht

 

4.1 De gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder en degene die is toegevoegd in het kader van de stageverplichting bij de in artikel 25, eerste lid, bedoelde opleiding, zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder, waarnemend gerechts-deurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet betaamt. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in voormelde zin.

 

4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel 2.a verwijst klager naar de e-mail van zijn gemachtigde van 12 december 2014. De gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat hij daarop niet heeft gereageerd, omdat de eisende partij het voorstel dat in die brief stond reeds had afgewezen. Bovendien stond in die e-mail vermeld dat het voorstel van klager zou komen te vervallen indien dit niet binnen twee weken zou worden geaccepteerd. Hoewel de gerechtsdeurwaarder ter zitting heeft erkend dat hij achteraf bezien op de e-mail van 12 december 2014 beter een korte reactie had kunnen geven, acht de kamer het niet beantwoorden van die e-mail gegeven de tekst ervan en het verweer van de gerechtsdeurwaarder niet tuchtrechtelijk laakbaar. Ten aanzien van de e-mail van 4 februari 2014 overweegt de kamer dat deze e-mail een blote mededeling betrof die niet noopte tot het geven van een reactie. Dat niet is gereageerd op de brief van de advocaat van klager van 26 november 2015 is door de gerechtsdeurwaarder erkend. Ook dit is echter niet tuchtrechtelijk laakbaar, omdat het antwoord op de in deze brief aan de orde gestelde punten besloten lag in de eind 2014 tussen partijen gevoerde correspondentie.  Klachtonderdeel 2a wordt dan ook ongegrond verklaard.

 

4.3 Klachtonderdeel 2 b. is door klager niet onderbouwd. Kennelijk doelt klager hier op het tegenvoorstel dat zijn voormalig echtgenote heeft gedaan bij e-mail van

26 november 2014. De kamer overweegt dat de inhoud van dat tegenvoorstel niet aan de gerechtsdeurwaarder kan worden tegengeworpen. Namens de gerechtsdeur-waarder is enkel aan (de gemachtigde van) klager bericht wat het tegenvoorstel van de voormalig partner was en dat zij niet akkoord is gegaan met het voorstel van klager. Dat houdt echter niet in dat dit tegenvoorstel door de gerechtsdeurwaarder is ingegeven of ondersteund. Klachtonderdeel 2 b dient ongegrond te worden verklaard.

 

4.4 Dat geen concrete afspraken zijn gemaakt levert op zichzelf geen tuchtrechtelijk laakbaar handelen van de gerechtsdeurwaarder op. Daar staat de gerechtsdeurwaarder buiten en is iets wat zich heeft afgespeeld tussen klager en zijn voormalig echtgenote.

 

5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

BESLISSING

 

De kamer voor gerechtsdeurwaarders:

 

-      verklaart de klacht ongegrond.

 

Aldus gegeven door mrs. C.W. Inden, voorzitter, Ch. A. van Dijk en A.M. Maas, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2017, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

 

 

 

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens