Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2017:116
Datum uitspraak:
18-07-2017
Datum publicatie:
01-08-2017
Zaaknummer(s):
196.2016
Onderwerp:
Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw)
Beslissingen:
Berisping
Inhoudsindicatie:
De gerechtsdeurwaarder heeft erkend geen adresverificatie bij de Brp te hebben gedaan alvorens het dwangbevel te betekenen. Nu de gerechtsdeurwaarder zich heeft gemeld bij de bewoners van het oude adres van klager is tevens de privacy van klager geschonden. Dat hierbij geen gegevens van klager zijn achtergelaten maakt het niet anders. Klacht gedeeltelijk gegrond met maatregel van berisping.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 18 juli 2017 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/603939 / DW RK 16/196 ingesteld door:

 

[  ],

wonende te [  ],

klager,

 

tegen:

 

1. [  ],

toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [  ],

2. [  ],

toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [  ],

beklaagden,

gemachtigde: [  ].

 

Ontstaan en loop van de procedure

Bij brief met bijlagen, ingekomen op 2 maart 2016, heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagden, hierna de gerechtsdeurwaarders. Bij verweerschrift, per e-mail ingekomen op 8 april 2016, hebben de gerechtsdeur-waarders op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 6 juni 2017 alwaar de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarders is verschenen. Klager is, zonder bericht van verhindering, niet ter zitting verschenen. Van de behandeling ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. De uitspraak is bepaald op 18 juli 2017.

 

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

a)     Op 20 augustus 2015 heeft de Kamer van Koophandel (KvK) te Utrecht een dwangbevel ten laste van klager uitgevaardigd. In het dwangbevel staat als adres van klager vermeld [  ] te [  ].

b)     Bij exploot van 19 februari 2016 heeft gerechtsdeurwaarder sub 2 voormeld dwangbevel aan klager betekend. In het exploot staat het (geheime) adres van klager vermeld (een ander adres dan het hiervoor vermelde).

c)     Bij aan de gerechtsdeurwaarders gerichte email van 19 februari 2016 heeft klager bezwaar gemaakt tegen de betekening. De gerechtsdeurwaarders hebben klager daarop op 29 februari 2016 bericht dat de kosten kwamen te vervallen en het dossier werd gesloten.

 

2. De klacht

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarders het dwangbevel van 20 augustus 2015 medio augustus 2015 op een oud adres te hebben achtergelaten bij de bewoner(s) van zijn oude woonadres, zonder de Basisregistratie Personen (Brp) te hebben geraadpleegd. Hierdoor is de privacy van klager geschonden. Daarnaast verwijt klager gerechtsdeurwaarder sub 2 dat hij zijn adresgegevens in het exploot van 19 februari 2016 heeft vermeld terwijl klager op een geheim adres woont. Op 19 februari 2016 heeft klager daartegen bezwaar gemaakt. Zonder inhoudelijk op de klacht in te gaan hebben de gerechtsdeurwaarders bericht dat ze de kosten zouden laten vervallen en het dossier zou worden gesloten.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarders

De gerechtsdeurwaarders hebben de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

 

4. De beoordeling van de klacht

4.1 De klacht is gericht tegen [  ]. Dat is de naam van een gerechtsdeurwaarderskantoor en een gerechtsdeurwaarderskantoor kan niet als beklaagde worden aangemerkt. Uit de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 12 augustus 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:3696) volgt dat bij klachten tegen een samenwerkingsverband de tuchtrechter zelf dient te onderzoeken tegen welke gerechtsdeurwaarder(s) van het samenwerkingsverband de klacht zich richt.

 

4.2 Nu de in aanhef vermelde gerechtsdeurwaarder sub 1 heeft aangevoerd dat het dossier van klager op het kantoor te [  ] in behandeling is en onder zijn verantwoordelijkheid valt, wordt hij als beklaagde aangemerkt. Nu gerechtsdeurwaarder sub 2 het gewraakte dwangbevel op 19 februari 2016 aan klager heeft betekend wordt hij eveneens als beklaagde aangemerkt. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

 

4.3 Dat het dwangbevel van 20 augustus 2015 is achtergelaten bij de nieuwe bewoner(s) op het oude adres van klager kan niet worden vastgesteld. Klager heeft hiervan geen bewijs overgelegd. Gerechtsdeurwaarder sub 1 stelt dat er op

9 september 2015 wel getracht is om op het oude adres van klager een dwangbevel aan hem te betekenen, maar dat het niet gelukt is om het dwangbevel te betekenen, vanwege de verhuizing van klager.

 

4.4 Een van de eerste vereisten bij de betekening is dat er een adresverificatie wordt gedaan en wel door de gerechtsdeurwaarder. Daarmee wordt voorkomen dat er fouten worden gemaakt. Gerechtsdeurwaarder sub 1 erkent dat hij heeft nagelaten om de Brp verificatie te doen. De reden hiervoor is dat de opdrachtgever, de KvK, beschikt over de bevoegdheid om de Brp te raadplegen. Een extra raadpleging is dan ook onnodig en kostenverhogend, aldus de gerechtsdeurwaarder. In dit geval had de KvK echter maar beperkte gegevens tot haar beschikking, hetgeen de gerechtsdeurwaarder over het hoofd heeft gezien. De werkwijze is inmiddels aangepast.

 

4.5 Nu in het verweer en ter zitting is erkend dat verzuimd is een adresverificatie in de Brp te doen en tevens over het hoofd is gezien dat de gegevens van de KvK niet volledig waren, dient de klacht reeds daarom op dit onderdeel gegrond te worden verklaard. Adresverificatie in de Brp dient er juist voor om te voorkomen dat een gerechtsdeurwaarder op een onjuist adres verschijnt. Nu gerechtsdeurwaarder sub 1 zich heeft gemeld bij de bewoners(s) van het oude adres van klager is eveneens sprake van schending van de privacy van klager. Dat hierbij niet de gegevens van klager zijn verstrekt maakt dit niet anders. Gelet op het voorgaande ziet de Kamer aanleiding tot het opleggen van na te melden maatregel.

 

4.6 Namens gerechtsdeurwaarder sub 2 is ter zitting toegelicht dat het de vaste werkwijze van het gerechtsdeurwaarderskantoor is om in exploten, welke exploten enkel en alleen bestemd zijn voor de betreffende persoon, de volledige adresgegevens te vermelden ongeacht of het een geheim adres betreft. Desgevraagd heeft de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder ter zitting verklaard dat indien het betreffende exploot aan derden verstrekt wordt, het exploot wordt geanonimiseerd. Indien sprake is van een geheim adres worden bij exploten die standaard ook naar derden gaan geen adres vermeld. De Kamer is van oordeel dat gelet op de toelichting ter zitting en het feit dat het exploot van 19 februari 2016 alleen bestemd was voor klager, geen sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen.

 

4.7Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart de klacht ten aanzien van het verzuimen van adresverificatie en schending van de privacy van klager gegrond;

-       verklaart de klacht voor het overige ongegrond;

-       legt gerechtsdeurwaarder sub 1 voor het gegronde deel de maatregel van berisping op.

 

Aldus gegeven door mr. J.H.C. Schouten, plaatsvervangend-voorzitter, en

mr. W.M. de Vries en mr. A.M. Maas, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juli 2017, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens