Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TADRSHE:2014:236
Datum uitspraak:
06-10-2014
Datum publicatie:
08-10-2014
Zaaknummer(s):
OB 79 - 2014
Onderwerp:
Zorg voor de cliëntBeleidsvrijheid Zorg voor de cliëntKwaliteit van de dienstverlening
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Fouten in een vaststellingsovereenkomst kunnen een advocaat die bij de vaststelling daarvan niet betrokken is geweest tuchtrechtelijk niet worden aangerekend.Van een advocaat kan niet worden verwacht dat hij verdere werkzaamheden verricht, indien zijn declaraties onbetaald blijven.klacht ongegrond

Oost-Brabant

Beslissing van 6 oktober 2014

in de zaak OB 79-2014

naar aanleiding van de klacht van:

klager

 

tegen:

 

verweerder

 

 

1         Verloop van de procedure

1.1     Bij brief aan de raad van27 maart 2014 met kenmerk 48/13/152K, door de raad ontvangen op 31 maart 2014, heeft de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Oost-Brabant de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.2     De klacht is behandeld ter zitting van de raad van 25 augustus 2014 in aanwezigheid van verweerder. Klager is bij brief dd. 20 mei 2014, verzonden    op 20 mei 2014 per gewone post en per e-mail, opgeroepen voor de mondelinge behandeling. Klager is zonder bericht van verhindering niet ter zitting verschenen.Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.3     De raad heeft kennis genomen van:

         - de brief van de deken dd. 27 maart 2014, met bijlagen.

 

2         FEITEN

            Voor de beoordeling van de klacht wordt, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, van de volgende vaststaande feiten uitgegaan:

  2.1    Verweerder heeft klager bijgestaan in een echt- en boedelscheidingsprocedure.Verweerder heeft klager op 21 december 2009 per e-mail bericht zijn werkzaamheden op te schortten in verband met een op dat moment openstaand            bedrag aan declaraties ad €18.742,00. Verweerder heeft de mededeling dat hij        zijn werkzaamheden in afwachting van betaling van de openstaande declaraties had opgeschort per e-mail dd. 4 januari 2010 herhaald.

  2.2     Klager heeft op 19 oktober 2011 een afschrift van de vaststellingsovereenkomst, die hij van de mediator had ontvangen, ter info aan verweerder toegezonden. Op 20 oktober 2011 heeft klager de e-mailcorrespondentie tussen klager en zijn            accountant over de inhoud van de vaststellingsovereenkomst ter info aan klager toegezonden.

  2.3    De mediator heeft per e-mail dd. 26 oktober 2011 een afschrift van de door klager            en zijn ex-echtgenote ondertekende vaststellingsovereenkomst aan verweerder toegezonden.

  2.4     Verweerder heeft klager per e-mail dd. 7 december 2011 verzocht contact met hem op te nemen over een paar door hem in het convenant geconstateerde fouten. Klager antwoordt diezelfde dag per e-mail dat hij het convenant met zijn accountant had besproken en dat deze hem daarover niets had gezegd.

 

3         klacht

3.1     De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat:

1.           verweerder ernstig tekort is geschoten in de behartiging van de belangen van klager door niet, althans op onvolledige wijze de kadastrale gegevens van een in Portugal gelegen onroerende zaak in een convenant op te nemen;

2.           verweerder zich in zijn correspondentie met klager op intimiderende wijze heeft opgesteld.

 

           Klager heeft ter toelichting op zijn klacht het volgende naar voren gebracht:

  3.2     Door de gebrekkige omschrijving in de vaststellingsovereenkomst van het in de verdeling betrokken onroerend goed was klager niet in staat dit onroerend goed te verkopen, waardoor hij een door mevrouw X aan hem verstrekte lening niet kan terugbetalen. Hierdoor wordt mevrouw X bedreigd met uitzetting uit haar woning en beslaglegging op haar persoonlijke bezittingen.

 

  4.       VERWEER

  4.1     Verweerder heeft zijn werkzaamheden in december 2009 opgeschort wegens             onbetaald gebleven declaraties. De stand van zaken in de             boedelscheidingsprocedure op dat moment was dat het gerechtshof zou             overgaan tot benoeming van deskundigen.

  4.2     Verweerder heeft op 20 september 2011 een telefonische vraag van klager beantwoord over de onderhandelingsvrijheid van partijen in een mediationproces. Klager deelde aan verweerder mede dat hij hem een exemplaar van het definitieve convenant zou toesturen. Hij deelde voorts mede dat hij contact had gehad met de debiteurenadministratie van het kantoor van verweerder met         betrekking tot de nog altijd openstaande declaraties.

  4.3     Omdat verweerder zijn werkzaamheden voor klager had opgeschort besprak klager de inhoud van de vaststellingsovereenkomst niet met verweerder, maar            met zijn accountant. Verweerder behartigde in 2011 de belangen van klager niet      en was dus niet betrokken bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst. Verweerder droeg en draagt geen verantwoordelijkheid voor de inhoud van de vaststellingsovereenkomst.

  4.4     Verweerder heeft, toen hij werd geconfronteerd met de gebrekkige inhoud van de ondertekende vaststellingsovereenkomst, geprobeerd de schade voor klager            zoveel mogelijk te beperken. Een kantoorgenote van verweerder heeft veelvuldig contact onderhouden met klager en de wederpartij. Als oplossing werd gezien het      starten van een kort geding om zo de medewerking van de wederpartij aan het transport van het onroerend goed af te dwingen.

  4.5     Klager heeft op 12 maart 2012 een bedrag ad € 18.300,00 in mindering op de openstaande declaraties betaald. Verweerder heeft klager er op 2 april 2012 op            geattendeerd dat er nog een bedrag ad € 5.808,51 resteerde. Door klager zijn na             12 maart 2012 geen betalingen meer verricht, terwijl door verweerder en door zijn kantoorgenote nog wel werkzaamheden zijn verricht teneinde transport van het onroerend goed mogelijk te maken.

  4.6     Verweerder heeft in juli 2013 twee eisen gesteld aan de voortzetting van zijn werkzaamheden,namelijk dat klager afstand zou nemen van de door mevrouw X            aan het adres van verweerder en zijn kantoorgenote gemaakte verwijten en dat hij de toen nog openstaande declaraties ad € 7.796,54 zou betalen. Van intimidatie of onbehoorlijk gedrag jegens klager is geen sprake geweest.

 

  5        BEOORDELING

  5.1    Uit de aan de raad overgelegde correspondentie blijkt dat verweerder zijn  werkzaamheden voor klager in december 2009 heeft opgeschort wegens door klager onbetaald gelaten declararaties. Verweerder heeft vervolgens in de periode van december 2009 tot oktober 2011 geen werkzaamheden voor klager verricht. Uit de aan de raad overgelegde correspondentie blijkt voorts dat klager tijdens het mediationproces overleg heeft gevoerd met zijn accountant over de         inhoud van de vaststellingsovereenkomst en dat op 26 oktober 2011 door de mediatior een afschrift van de definitieve en door partijen ondertekende overeenkomst aan verweerder is toegezonden. Klager heeft geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd, waaruit blijkt dat verweerder betrokken is geweest bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst. Voor zover er             sprake is van fouten in de vaststellingsovereenkomst, valt verweerder op grond van het bovenstaande geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.

  5.2    Verweerder heeft bij klager aangedrongen op betaling van zijn openstaande declaraties en hem verzocht afstand te nemen van de door mevrouw X aan zijn adres geuite verwijten. Van een advocaat kan niet worden verwacht dat hij verdere werkzaamheden verricht, indien zijn declaraties onbetaald blijven. Tevens dient een advocaat zich er steeds van te vergewissen of zijn cliënt voldoende vertrouwen in hem heeft. Het is dan ook begrijpelijk dat verweerder  klager verzocht heeft afstand te nemen van de door mevrouw X aan zijn adres gerichte verwijten. Van onbetamelijk of intimiderend gedrag jegens klager is niet gebleken.

 

6          BESLISSING

  De raad :

 

  verklaart de klacht in beide onderdelen ongegrond

 

Aldus gegeven door mr. J.K.B. van Daalen,voorzitter, mrs. L.R.G.M. Spronken, E.J.P.J.M. Kneepkens, J.J.M. Goumans en J.F.E. Kikken, leden, bijgestaan door mr. I.J.M. Huysmans-van Opstal als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 6 oktober 2014.

 

  griffier                                                                        voorzitter

 

 

   Deze beslissing is in afschrift op 7 oktober 2014

 

   per e-mail  verzonden aan:

 -         klager

 

en

 

per aangetekende brief verzonden aan:

-             verweerder

-             de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Oost-           Brabant

-             de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten.

 

Van deze beslissing kan hoger beroep bij het Hof van Discipline worden ingesteld door:

-             verweerder

-             de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten

 

en voorzover deze niet-ontvankelijk / ongegrond is verklaard tevens door

-         klaagster

-             de deken van de orde van advocaten te Oost-Brabant 

 

Het hoger beroep moet binnen een termijn van 30 dagen na verzending van de beslissing worden ingesteld door middel van indiening van een beroepschrift, waarin de gronden van het beroep zijn vermeld en van een motivering zijn voorzien. Het beroepschrift moet in zevenvoud worden ingediend tezamen met zes afschriften van de beslissing waarvan beroep.

 

De eerste dag van de termijn van 30 dagen is de dag volgend op de dag van de verzending van de beslissing. Uiterlijk op de dertigste dag van die termijn moet het beroepschrift dus in het bezit zijn van de griffie van het Hof van Discipline. Verlenging van de termijn van 30 dagen is niet mogelijk.

 

Het beroepschrift kan op de volgende wijzen worden ingediend bij het Hof van Discipline:

a.            Per post

Het postadres van de griffie van het Hof van Discipline is:

Postbus 9679, 4801 LT Breda

b.            Bezorging

De griffie is gevestigd aan hetadresThorbeckeplein 8, 4812 LS Breda .

Teneinde er zeker van te zijn dat voor de ontvangst getekend kan worden of dat pakketten die niet in een reguliere brievenbus besteld kunnen worden, afgegeven kunnen worden dient u telefonisch contact op te nemen met de griffie van het hof.

c.         Per fax

Het faxnummer van het Hof van Discipline is 076 - 548 4608. Tegelijkertijd met de indiening per fax dient het beroepschrift tezamen met de beslissing waarvan beroep in het vereiste aantal per post te worden toegezonden aan de griffie van het hof.

Nadere informatie over hoger beroep en over (de griffie van) het hof

076 - 548 4607 of griffie@griffiehvd.nl

Praktische informatie vindt u op www.hofvandiscipline.nl

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens