Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2016:69
Datum uitspraak:
24-05-2016
Datum publicatie:
08-07-2016
Zaaknummer(s):
GDW752.2015
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Berisping
Inhoudsindicatie:
 Aanpassen beslagvrije voet. De beslagene heeft een groot belang bij een tijdige en correcte vaststelling van de beslagvrije voet. De kamer overweegt dat de termijn gelegen tussen de verzending van de benodigde bewijsstukken en de herberekening van de beslagvrije voet te lang is. Klacht gegrond. Maatregel van berisping overgelegd. Overige klachtonderdelen niet-ontvankelijk dan wel ongegrond.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 24 mei 2016 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 752.2015 ingediend door:

 

[     ]

wonende te [     ],

klager,

gemachtigde [     ],

 

tegen:

 

[     ],

toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde,

gemachtigde [     ].

 

Ontstaan en loop van de procedure

 

Bij brief met bijlagen van 7 september 2015 heeft klager een klacht ingediend tegen een met naam genoemde gerechtsdeurwaarder alsmede tegen de aan dat kantoor verbonden toegevoegd kandidaat gerechtsdeurwaarders, hierna: de gerechtsdeurwaarder.

Bij brief van 6 november 2015 heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

De klacht is behandeld ter zitting van 12 april 2016 waar de gemachtigde van klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen

Van deze behandeling is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 24 mei 2016.

 

1. De feiten

 

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

a)     Ten laste van klager is executoriaal derdenbeslag onder het UWV gelegd. Bij brief van 20 mei 2015 heeft de gemachtigde van klager de gerechtsdeurwaarder een berekening van de beslagvrije voet toegezonden met het verzoek de beslagvrije voet met terugwerkende kracht aan te passen.

b)     Bij brief van 5 juni 2015 heeft de gerechtsdeurwaarder klager verzocht om toezending van bewijsstukken.

c)     Bij brief van 12 juni 2015 heeft de gemachtigde van klager de verzochte bewijsstukken toegezonden en heeft hij zijn bij brief van 20 mei 2015 gedane verzoek om aanpassing van de beslagvrije voet met terugwerkende kracht herhaald.

d)    Bij brief van 30 juli 2015 heeft de gemachtigde van klager de gerechtsdeurwaarder onder meer aandacht gevraagd voor zijn op 20 mei 2015 en 12 juni 2015 verzonden brieven, verzocht het door de gerechtsdeurwaarder erkende saldo middels een spoedoverboeking over te maken, heeft hij bezwaar gemaakt tegen de hoogte van het bedrag dat de gerechtsdeurwaarder wilde restitueren en heeft hij een specificatie verzocht van de data en bedragen die over de periode vanaf mei 2014 waren geïncasseerd.

e)     Op 31 juli 2015 heeft de gemachtigde van klager de gerechtsdeurwaarder medegedeeld dat de toegezegde spoedbetaling nog niet op zijn rekening was bijgeschreven.

f)      Bij e-mail van 3 augustus 2015 heeft de gemachtigde van klager een klacht ingediend bij de gerechtsdeurwaarder en hem verzocht hem te informeren over de vorderingen waarvoor het ten laste van klager gelegde beslag geldt.

g)     Bij brief van 4 augustus 2015 heeft de gerechtsdeurwaarder gereageerd op de klacht en de gemachtigde van klager een overzicht van de lopende beslagzaken doen toekomen.

h)     Bij e-mail van 4 augustus 2015 heeft de gemachtigde van klager de gerechtsdeurwaarder om nadere informatie verzocht over een betalingsafspraak die met klager zou zijn gemaakt, verzocht om een kopie van een brief van 16 november 2011 en om herberekening van de beslagvrije voet vanaf datum verzoek tot een jaar terug.

i)       Op 6 augustus 2015 heeft de gerechtsdeurwaarder de verzochte brief aan de gemachtigde van klager toegezonden met een print screen van een telefoonnotitie die op 16 november 2011 is gemaakt.

j)       Tussen de gemachtigde van klager en de gerechtsdeurwaarder is bij e-mails van 6 augustus 2015, 11 augustus 2015, 12 augustus 2015 en 20 augustus 2015 verder gecorrespondeerd.

k)     In de e-mail van 20 augustus 2015 heeft de gerechtsdeurwaarder de gemachtigde van klager onder meer medegedeeld dat er geen kwade opzet in het spel was bij de inhoudingen van de vakantiegelden. Omdat de gerechtsdeurwaarder de gelden niet meer onder zich had kon hij niet overgaan tot terugbetalingen over de afgelopen jaren.

 

2. De klacht

 

2.1 Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat er niet tijdig een herberekening van de beslagvrije voet is gemaakt en vervolgens niet met de nodige voortvarendheid en zorgvuldigheid hetgeen teveel was geïnd is terugbetaald. Het verzoek tot herberekening van de beslagvrije voet is gedaan bij brief van 20 mei 2015 en is naar aanleiding van vragen nader toegelicht bij brief van 12 juni 2015. Bij telefonische navraag op 29 juli 2015 bleek de gemachtigde van klager dat er door de gerechtsdeurwaarder nog niets met de brief van 12 juni 2015 was gedaan. Pas later die dag kreeg de gemachtigde te horen dat de beslagvrije voet nader was vastgesteld en dat er een restitutie zou volgen. De betaling van het teveel betaalde is door de gemachtigde van klager pas ontvangen op 4 augustus 2015, nadat een incasso kortgeding was aangezegd. Klager verwijst naar een uitspraak van de kamer met nummer ECLI:NL:TGDKG:2015:121.

 

2.2 Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder voorts bij brief van 16 november 2011 ten onrechte aanspraak te hebben gemaakt op afdracht van het vakantiegeld en andere

periodieke uitkeringen.

 

2.3 Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder als laatste dat hij niet heeft voldaan aan het verzoek tot restitutie van een bedrag ad € 2.175,73.

 

2.4 In toelichting op de laatste twee klachtonderdelen heeft klager aangevoerd dat de brief van 16 november 2011 aan het UWV in zijn nadeel afwijkt van de door klager met de gerechtsdeurwaarder gemaakte afspraken welke niet verder gaan dan inhoudingen op basis van een bedrag van € 100,00 per maand. Het is onjuist dat de gerechtsdeurwaarder in afwijking van deze afspraak het UWV om extra afdracht van onder meer het vakantiegeld heeft verzocht. Weliswaar stelt de gerechtsdeurwaarder in zijn e-mail van 20 augustus 2015 aan de gemachtigde van klager, dat in de brief van 16 november 2011 aan klager abusievelijk is “verzuimd om te bevestigen dat de vakantiegelden ook afgedragen dienden te worden”, maar dat is blijkens een dossiernotitie van de gerechtsdeurwaarder niet met klager besproken laat staan afgesproken. De bevestigingsbrief van 16 november 2011 aan klager is geheel conform de afspraken en de brief aan het UWV wijkt daar ten onrechte in het nadeel van klager van af.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

 

4. Beoordeling van de klacht

 

4.1 De klacht is gericht tegen vijf met naam genoemde gerechtsdeurwaarders. Ter zitting is klager akkoord gegaan met het feit dat de klacht wordt beschouwd als te zijn gericht tegen de in aanhef van deze beslissing genoemde gerechtsdeurwaarder. Deze gerechtsdeurwaarder is manager executie op het kantoor waar het dossier van klager in behandeling is en het dossier van klager valt onder zijn verantwoordelijkheid.

 

4.2 Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

 

4.3 De wetgever heeft aan periodieke betalingen (waaronder uitkeringen als waarop beslag is gelegd) een beslagvrije voet verbonden, omdat de schuldenaar voor zijn levensonderhoud van deze betalingen afhankelijk kan zijn. De wetgever heeft met die regeling willen waarborgen dat de beslagene in staat blijft om tenminste nog de kosten van de primaire levensbehoeften te voldoen. De beslagene heeft dan ook een groot belang bij een tijdige en correcte vaststelling van de beslagvrije voet.

 

 

4.4 De beslagvrije voet kan eerst op de juiste manier worden berekend op het moment dat de gerechtsdeurwaarder de beschikking heeft over de door hem gevraagde bewijsstukken. Die stukken zijn aan de gerechtsdeurwaarder toegezonden op 12 juni 2015. De beslagvrije voet is op 29 juli 2015 aangepast. De termijn gelegen tussen de verzending van de benodigde bewijsstukken en de herberekening van de beslagvrije voet is naar het oordeel van de kamer te lang. De gerechtsdeurwaarder heeft dit ook erkend. Hetgeen door de gerechtsdeurwaarder ter verklaring daarvan is aangevoerd komt voor zijn risico. De termijn gelegen tussen 31 juli 2015, het moment dat de gemachtigde van klager is medegedeeld dat de beslagvrije voet was aangepast, en 4 augustus 2015, de datum dat het teveel ingehouden bedrag aan klager is terugbetaald, is op zichzelf niet te lang. Het verschuldigde bedrag is echter eerst overgemaakt na herhaalde verzoeken van de gemachtigde van klager en na het dreigen met een kortgeding. Klachtonderdeel 2.1 is daarom in zijn geheel terecht voorgesteld.

 

4.5 De Gerechtsdeurwaarderswet kent geen termijn waarbinnen een klacht moet worden ingediend. Het is vaste rechtspraak van het gerechtshof Amsterdam dat een termijn van drie jaar in tuchtprocedures tegen gerechtsdeurwaarders in het algemeen als redelijk kan worden aanvaard. Deze termijn begint te lopen op de dag waarop de klager van het handelen of nalaten van de gerechtsdeurwaarder kennis heeft genomen of heeft kunnen nemen. Klager beklaagt zich over een brief uit 2011 waarin aanspraak wordt gemaakt op afdracht van vakantiegeld. In mei 2012 is het vakantiegeld voor de eerste keer ingehouden. Nu de klacht is ingediend op 7 september 2015 is de termijn waarbinnen dit klachtonderdeel had kunnen worden ingediend overschreden. Dat klager zijn administratie niet goed heeft bijgehouden en de gemachtigde van klager eerst na correspondentie met de gerechtsdeurwaarder op de hoogte kwam van het feit dat het vakantiegeld werd ingehouden, doet hieraan niet af.

 

4.5 Het door de gerechtsdeurwaarder in zijn e-mail van 20 augustus 2015 ingenomen standpunt ten aanzien van het verzoek tot restitutie van een bedrag ad € 2.175,73, acht de kamer niet tuchtrechtelijk laakbaar. Vaste rechtspraak van de kamer is dat het niet tuchtrechtelijk laakbaar is dat gelden die al aan de opdrachtgever zijn doorbetaald niet meer door de gerechtsdeurwaarder worden terugbetaald.

 

5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. Gelet op het grote belang van een snelle aanpassing van de beslagvrije voet indien daartoe, zoals in deze zaak, aanleiding bestaat, acht de kamer na te melden maatregel op zijn plaats.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart de klachtonderdeel 2.1 gegrond;

-       verklaart klager in klachtonderdeel 2.2 niet-ontvankelijk;

-       verklaart klachtonderdeel 2.3 ongegrond,

-       legt de gerechtsdeurwaarder voor het gegrond verklaarde deel van de klacht de maatregel van berisping op.

 

Aldus gegeven door mr. C.W. Inden, voorzitter, en mr. A. Sissing en M. Colijn, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 mei 2016, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens