Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2016:33
Datum uitspraak:
15-03-2016
Datum publicatie:
24-06-2016
Zaaknummer(s):
GDW465.2015
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
 De klacht betreft het verzenden van een e-mail naar het algemene e-mailadres van de werkgever van klaagster met betrekking tot een openstaande schuld. De kamer overweegt dat de vergelijking van de gerechtsdeurwaarder met het versturen van een brief per gewone post niet geheel opgaat. In een dergelijk geval bestaat de mogelijkheid om op de envelop te vermelden dat de brief is gericht aan de afdeling personeelszaken. Bij het versturen van een informatieverzoek per e-mail dient dus ook van te voren te worden nagegaan dat de brief de juiste persoon bereikt en dat vermeden wordt dat buitenstaanders binnen een organisatie van dergelijke gevoelige informatie kunnen kennisnemen. De gerechtsdeurwaarder had dit dus beter moeten verifiëren. De kamer ziet echter geen aanleiding tot het opleggen van een maatregel, omdat de gerechtsdeurwaarder maatregelen heeft genomen om dit in de toekomst te vermijden en niet gebleken is dat het een structurele manier van werken is op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder. Klacht gegrond, geen maatregel opgelegd.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM4

Beschikking van 15 maart 2016 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 465.2015 van:

 

[     ],

wonende te [     ],

klaagster,

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde.

 

1. Ontstaan en loop van de procedure

 

Bij brief met bijlagen, ingekomen op 1 juni 2015, heeft klaagster een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij aangehecht verweerschrift, ingekomen op 9 juli 2015, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 2 februari 2016 in aanwezigheid van de gerechtsdeurwaarder. Klaagster is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De uitspraak is bepaald op 2 februari 2016.

 

2. De feiten

 

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

-           Op 15 december 2014 is een dwangbevel ten laste van klaagster uitgevaardigd, welk dwangbevel aan klaagster is betekend met gelijktijdig bevel om aan de inhoud te voldoen.

-           Op 29 april 2015 heeft de gerechtsdeurwaarder via het algemene e-mailadres van de werkgever een informatieverzoek over het dienstverband aan de werkgever van klaagster (hierna de werkgever) doen toekomen.

-           Op 30 april 2015 heeft de werkgever telefonisch contact met de gerechtsdeurwaarder opgenomen en medegedeeld dat het algemene e-mailadres niet bedoeld voor het vragen van dit soort.

-           Op 5 mei 2015 heeft de gerechtsdeurwaarder opnieuw dit e-mailadres gebruik, dit maal om een specificatie van de schuld van klaagster.

            Op 18 en 26 mei 2015 heeft klaagster haar beklag bij de gerechtsdeurwaarder gedaan. De gerechtsdeurwaarder heeft nadien contact met klaagster opgenomen en zijn verontschuldigingen aangeboden.

 

3. De klacht

 

Klaagster beklaagt zich er in hoofdzaak over dat de gerechtsdeurwaarder een e-mail naar het algemene e-mailadres van haar werkgever heeft gestuurd met betrekking tot een openstaande schuld.

 

4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft erkend dat hij een e-mail naar het algemene                 e-mailadres van de werkgever heeft gestuurd. Op 9 maart 2015 is met de werkgever van klaagster gebeld. De verantwoordelijke voor de salarisadministratie was niet aanwezig. Op 9 april 2015 is opnieuw gebeld. De verantwoordelijke voor de salarisadministratie was wederom niet aanwezig. Een collega gaf te kennen dat ook een e-mail kon worden gestuurd naar het algemene e-mailadres van de werkgever met de extensie “.com”. Dit algemene adres stond ook op de website van de werkgever vermeld. De gerechtsdeurwaarder heeft zich vergist in het topleverdomein, “.nl” in plaats van”.com” maar de e-mail is automatisch doorgestuurd en ontvangen. Bij het eerste bericht is de extensie “.com” gebruikt. De werkgever heeft aangegeven dat het adres met de extensie “.com” niet is bedoeld voor bijvoorbeeld het onderhavige informatieverzoek. Per ongeluk is het e-mailadres met de extensie “.com” daarna niet direct uit het systeem verwijderd. Volgens de gerechtsdeurwaarder is er niet zomaar een e-mailadres gebruikt, maar het adres dat op de website van de werkgever was vermeld. Als een postadres was gebruikt, is het ook niet mogelijk om van te voren te bepalen wie die brief zal lezen. Een gerechtsdeurwaarder mag erop vertrouwen dat bij een werkgever zorgvuldig met correspondentie wordt omgegaan. De gerechtsdeurwaarde is van mening dat hij dat hij de klacht van klaagster adequaat heeft opgepakt.  

 

5. Beoordeling van de klacht

 

5.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet betaamt.

 

5.2 Naar het oordeel van de Kamer is de klacht gegrond. De vergelijking van de gerechtsdeurwaarder met het versturen van een brief per gewone post gaat niet geheel op. In een dergelijk geval bestaat de mogelijkheid om op de envelop te vermelden dat de brief is gericht aan de afdeling personeelszaken. Bij het versturen van een informatieverzoek per e-mail dient dus ook van te voren te worden nagegaan dat de brief de juiste persoon bereikt en dat vermeden wordt dat buitenstaanders binnen een organisatie van dergelijke gevoelige informatie kunnen kennisnemen. De gerechtsdeurwaarder had dit dus beter moeten verifiëren. De Kamer ziet echter geen aanleiding tot het opleggen van een maatregel, omdat niet gebleken is dat het een structurele manier van werken is op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder. Bovendien heeft de gerechtsdeurwaarder maatregelen getroffen om een dergelijk gang van zaken in de toekomst te vermijden.

 

6. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-                    verklaart de klacht gegrond;

-                    ziet van het opleggen van een maatregel af.

 

Aldus gegeven door mr. C.W. Inden , voorzitter, mr. M. Nijenhuis en

mr. J.J.L. Boudewijn,  leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 maart 2016 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens