Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2016:148
Datum uitspraak:
20-12-2016
Datum publicatie:
23-12-2016
Zaaknummer(s):
GDW 343.2016
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
 Deels fictieve klachten opgesteld en ingediend door klager in overleg met de gerechtsdeurwaarder teneinde te onderzoeken of de in de klacht beschreven werkwijzen van de gerechtsdeurwaarder door de tuchtrechtelijke beugel kunnen, met als doel die werkwijzen op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder in te voeren. Het tuchtrecht is echter bedoeld om in een concreet geval aan de hand van alle omstandigheden te toetsen of sprake is van een ontoelaatbare werkwijze. Het tuchtrecht is niet bedoeld om in algemene zin te beoordelen wat juridisch toelaatbaar is. Klacht niet-ontvankelijk verklaard.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 20 december 2016 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/605540 / DW RK 16/343 ingesteld door:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde.

 

Ontstaan en loop van de procedure

 

Bij brief met bijlagen van 29 maart 2016 heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. In de klacht is tevens het verweer van de gerechtsdeurwaarder opgenomen.

De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 29 november 2016 alwaar de gerechtsdeurwaarder is verschenen.

Van de behandeling ter zitting zijn aantekeningen gemaakt.

De uitspraak is bepaald op 20 december 2016.

 

1. De feiten

 

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

De gerechtsdeurwaarder is met klager overeengekomen om een aantal werkwijzen van de gerechtsdeurwaarder door middel van klachten aan de kamer voor te leggen.

 

2. De klacht

 

2.1 Klager vraagt zich af of het de gerechtsdeurwaarder is toegestaan eerst een exploot uit te brengen waarbij het vonnis wordt betekend en daarna bij afzonderlijk exploot bevel tot betaling te doen.

 

2.2 Klager vraagt zich verder af of de gerechtsdeurwaarder van hem mag verlangen dat er te zijner tijd voor een betaling een afspraak dient te worden gemaakt op de tijden dat de gerechtsdeurwaarder bevoegd is om ambtshandelingen te doen of zonder nadere afspraak tussen 07.00 en 08.00 uur.

 

 

2.3 De gerechtsdeurwaarder heeft beslag gelegd op een roerende zaak die zich bevond op de eerste verdieping van het pand door middel van het gebruik van een drone. In zijn proces-verbaal stelt de gerechtsdeurwaarder dat hij elders aanwezig was te weten in zijn personenauto zich bevindende rondom het pand van de in beslagname en dat hij middels de fysieke waarneming (op afstand) en middels deze verbinding beslag heeft gelegd op vorenstaande roerende zaak op de datum en tijdstip als in het proces-verbaal vermeld. Klager vraagt zich af de het beslag wel op die manier mag worden gelegd en of hier geen sprake is van schending van art 8 EVRM.

 

2.4 De gerechtsdeurwaarder heeft door middel van het gebruik van een mobiele telefoon die in handen is gesteld van een medewerker van zijn kantoor, via een live stream op afstand beslag gelegd op de personenauto van klager waarvan een opname is gemaakt. Klager vraagt zich af of de gerechtsdeurwaarder die zich elders bevond dan op de plaats van inbeslagname op deze manier wel beslag mag leggen en of hij zich daarmee niet schuldig maakt aan schending van art 8 van het EVRM.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft de klachten gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

 

4. De beoordeling van de klacht

 

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet betaamt.

Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

 

4.2 Uit de klacht blijkt dat tussen klager en de gerechtsdeurwaarder is overeengekomen dat zij het wenselijk vinden de in de klachtbrief vermelde werkwijzen van de gerechtsdeurwaarder in de vorm van klachten voor te leggen aan de kamer. Uit klachtonderdeel 2 blijkt dat klager zich afvraagt of de gerechtsdeurwaarder van hem mag verlangen dat er te zijner tijd (onderstreping kamer) voor een betaling een afspraak dient te worden gemaakt. Uit de ter zitting door de gerechtsdeurwaarder overgelegde door klager ondertekende volmacht blijkt daarnaast dat deze procedure de strekking heeft om te bepalen wat de juridische ruimte is van de gerechtsdeurwaarder. Ter zitting heeft de gerechtsdeurwaarder medegedeeld dat de in de klacht opgenomen werkwijzen door hem nog niet standaard worden gebruikt. Klager is een kennis van de gerechtsdeurwaarder en in overleg met en met instemming van klager is een verstekvonnis “gehaald” teneinde deze werkwijzen te laten beoordelen door de tuchtrechter.



4.3 Bij de beoordeling van een klacht geldt dat het tuchtrecht in de eerste plaats tot doel heeft, kort gezegd, in het algemeen belang een goede wijze van beroepsbeoefening van de gerechtsdeurwaarder te bevorderen. Het tuchtrecht komt tot gelding in een tuchtprocedure waarin, in het algemeen naar aanleiding van een klacht van een belanghebbende, wordt onderzocht of een beroepsbeoefenaar in overeenstemming met deze norm heeft gehandeld en, zo dit niet het geval is, een maatregel kan worden opgelegd.

 

4.4 Door de gerechtsdeurwaarder zijn geen exploten overgelegd. Wat er van de door klager aangevoerde argumenten zij, deze kunnen op grond van het navolgende in het midden blijven. Uit hetgeen onder 4.2 is overwogen volgt dat de (deels fictieve) klachten door klager in overleg met de gerechtsdeurwaarder zijn opgesteld teneinde te onderzoeken of de in de klacht beschreven werkwijzen van de gerechtsdeurwaarder door de tuchtrechtelijke beugel kunnen, met als doel die werkwijzen op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder in te voeren. Het tuchtrecht is echter bedoeld om in een concreet geval aan de hand van alle omstandigheden te toetsen of sprake is van een ontoelaatbare werkwijze. Het tuchtrecht is niet bedoeld om in algemene zin te beoordelen wat juridisch toelaatbaar is. Klager dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn klachten.

 

5.Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht.

 

Aldus gewezen door mr. C.W. van Inden, voorzitter, en mr. L. van Berkum en M. Colijn, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2016, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens