Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2016:133
Datum uitspraak:
18-10-2016
Datum publicatie:
23-12-2016
Zaaknummer(s):
GDW520.2015
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
 Beslag leggen gedurende een betalingsregeling die werd nagekomen. De klacht is begrijpelijk maar er is sprake van een vergissing en de gerechtsdeurwaarder heeft de ontstane kosten voor zijn rekening heeft genomen. Geen tuchtrechtelijk laakbaar handelen. Klacht ongegrond verklaard.  

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 18 oktober 2016 als bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet in de zaak met nummer 520.2015 van:

 

1. [     ],

2. [     ],

beiden wonende te [     ],

klagers,

 

tegen:

 

[    ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde

gemachtigde: [     ].

 

Ontstaan en loop van de procedure

 

Bij brieven van 17 en 24 juni 2015 hebben klagers een klacht ingediend tegen (het kantoor van ) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder.

Bij brief van 10 juli 2015 heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

De klacht is behandeld ter zitting van 6 september 2016 alwaar de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder is verschenen.

Van deze behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 18 oktober 2016.

 

1. De feiten

 

a)     De gerechtsdeurwaarder is in juli 2014 door Vesting Finance Incasso B.V. namens haar cliënte SNS Bank N.V. te [     ] opgedragen een grosse van een notariële akte van geldlening met hypotheekstelling te betekenen aan klagers en tot verdere tenuitvoerlegging over te gaan.

b)     Bij exploot van 6 augustus 2014 is de notariële akte aan klagers betekend met bevel tot betaling.

c)     Met klagers is een betalingsregeling getroffen van € 400,00 per maand, voor maximaal twaalf maanden, welke regeling bij brief van 8 oktober 2014 aan klagers is bevestigd.

d)    Door klagers is blijkens een door hen overgelegd betalingsoverzicht aan de regeling voldaan door betalingen van € 400,00 die zijn gedaan op 31 december 2014, 26 januari 2015 24 februari 2015, 30 maart 2015 en 24 april 2015.

e)     Bij exploot van 26 mei 2015 heeft de gerechtsdeurwaarder ten laste van klagers beslag gelegd op een rekening van klaagster sub 2.

f)      Bij brief van 23 juni 2015 heeft de gerechtsdeurwaarder klagers uitleg gegeven over de ontstane situatie.

g)     Op 23 juni 2015 heeft de gerechtsdeurwaarder de bank bericht dat het gelegde beslag als opgeheven kon worden beschouwd.

 

2. De klacht

 

Klagers verwijten de gerechtsdeurwaarders beslag te hebben gelegd terwijl er een betalingsregeling liep die door hen werd nagekomen. Ondanks de regeling heeft de gerechtsdeurwaarder beslag gelegd op de rekening op naam van klaagster sub 2 omdat er een maandtermijn niet zou te zijn ontvangen. De maandtermijn was echter wel op tijd betaald. Klagers verwijzen naar het door hen overgelegde betalingsbewijs. Klagers hebben telefonisch contact opgenomen met de gerechtsdeurwaarder en hebben desgevraagd direct het betalingsbewijs gescand en per email naar de gerechtsdeurwaarder toegezonden. In plaats van het beslag direct op te heffen heeft de gerechtsdeurwaarder klagers in het ongewisse gelaten. Pas nadat de klacht was ingediend hebben klagers een brief van de gerechtsdeurwaarder ontvangen. In die brief staan onwaarheden. De dag waarop het beslag was gelegd, is het betaalbewijs naar de gerechtsdeurwaarder verzonden. Daarop werd niets meer vernomen. Nu wordt beweerd dat de betaling foutief is verwerkt omdat geen dossiernummer was vermeld. Klagers verwijzen naar een betalingsoverzicht waaruit blijkt dat slechts bij de eerste betaling een dossiernummer is vermeld. Nadien is er steeds betaald met dezelfde betalingsomschrijving en deze betalingen zijn wel juist verwerkt.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft voor zover voor de klacht van belang aangevoerd dat onderzoek door zijn financiële administratie heeft uitgewezen dat de betaling van 24 april 2015 per abuis door de financiële administratie in een ander dossier is geboekt. Na ontvangst van betalingsbewijs is het beslag opgeheven en heeft de gerechtsdeurwaarder de kosten van het beslag voor zijn rekening genomen.

 

4. Beoordeling van de klacht

 

4.1 De klacht is gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor. Een gerechtsdeurwaarderskantoor noch medewerkers van een gerechtsdeurwaarderskantoor kunnen als beklaagden worden aangemerkt. Bij het onderzoek wie als beklaagde kan worden aangemerkt geldt als leidraad de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 12 augustus 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:3696). Uit dit arrest volgt dat bij klachten tegen een samenwerkingsverband de tuchtrechter zelf dient te onderzoeken tegen welke gerechtsdeurwaarder(s) van het samenwerkingsverband de klacht zich richt.

 

4.2 Nu de in aanhef vermelde gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat het dossier van klager onder zijn verantwoordelijkheid valt, wordt hij als beklaagde wordt aangemerkt. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

4.3 Vast staat dat door de gerechtsdeurwaarder bij het verwerken van de betaling een vergissing is gemaakt. Ter zitting heeft de gerechtsdeurwaarder dit als volgt nader toegelicht. Indien bij een betaling een dossiernummer wordt vermeld, wordt de betaling automatisch geboekt in het juiste dossier. Als er geen dossiernummer staat vermeld dan wordt de betaling ook geboekt, maar dat wordt handmatig gedaan. Bij die handmatige verwerking is een fout gemaakt. Of klagers het betreffende bewijs van betaling direct per email aan de gerechtsdeurwaarder hebben toegezonden kan niet worden vastgesteld. Klagers hebben de betreffende email niet overgelegd en de gerechtsdeurwaarder betwist dat het betalingsbewijs op 25 mei 2015 door hem is ontvangen. Na ontvangst van het betalingsbewijs op 19 juni 2015 is de vergissing door de gerechtsdeurwaarder hersteld. De kosten van het beslag, waaronder de kosten van de bank, heeft de gerechtsdeurwaarder voor zijn rekening genomen en hij heeft klagers excuses aangeboden.

 

4.4 De kamer overweegt dat een gerechtsdeurwaarder die een vergissing begaat of een fout maakt, zich in het algemeen daarmee niet zonder meer schuldig maakt aan handelen of nalaten dat tuchtrechtelijk dient te worden bestraft. Dit kan anders zijn wanneer de vergissing of fout klaarblijkelijk gevolg is van grote onzorgvuldigheden of van handelen tegen beter weten in. Hiervan is echter niet gebleken.

 

4.5 Hoewel het begrijpelijk is dat klagers de klacht hebben ingediend kan, nu er sprake is van een vergissing en de gerechtsdeurwaarder de ontstane kosten voor zijn rekening heeft genomen, niet worden gezegd dat er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen.

 

6. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart de klacht ongegrond.

 

Aldus gegeven door mr. C.W. Inden, voorzitter, en mr. A. Sissing en J.N. Reijn, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 oktober 2016, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens