Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2015:8
Datum uitspraak:
23-01-2015
Datum publicatie:
25-02-2015
Zaaknummer(s):
GDW257.2014
Onderwerp:
Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw)
Beslissingen:
Een berisping met aanzegging
Inhoudsindicatie:
 Onzakelijke sms-berichten en telefoontjes. De Kamer acht het gedrag van de gerechtsdeurwaarder ongepast, onfatsoenlijk en uiterst onprofessioneel. Een gerechtsdeurwaarder dient een zekere afstand te bewaren tot zijn cliënten. Dat er sprake was van een vriendschappelijke relatie is op geen enkele wijze gebleken. Gezien het tijdstip waarop sommige sms-berichten zijn verzonden en de inhoud daarvan gaat het niet een vriendschappelijke relatie, maar om het maken van avances. Er is er geen enkele reden om aan te nemen dat klaagster aanleiding heeft gegeven voor dit gedrag van de gerechtsdeurwaarder. Er is hier sprake van tuchtrechtelijk laakbaar grensoverschrijdend gedrag in de bejegening van klaagster. De gerechtsdeurwaarder had moeten begrijpen dat klaagster niet van zijn avances gediend was. De klacht wordt gegrond verklaard met oplegging van de maatregel van berisping met aanzegging.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 23 januari 2015 zoals bedoeld in artikel 43, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 257.2014 ingesteld door:

 

[     ],

wonende te [     ],

klaagster,

gemachtigde [     ],

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde,

gemachtigde [     ].

 

Verloop van de procedure

 

Bij brief van 8 april 2014 heeft klaagster een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna de gerechtsdeurwaarder.

Bij brief van 9 mei 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 8 december 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder producties overgelegd.

De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 12 december 2014,

alwaar klaagster en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen.

Van de behandeling ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 23 januari 2015.

 

1. De feiten

 

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

a)     De gerechtsdeurwaarder heeft van klaagster een opdracht aanvaard tot het instellen van een vordering tegen [     ] en [     ], twee debiteuren van klaagster. Bij brief van 17 september 2012 heeft de gerechtsdeurwaarder de opdracht aan klaagster bevestigd. De twee debiteuren zijn afzonderlijk gedagvaard voor de rechtbank [     ], team kanton, locatie [     ].

 

b)     Klaagster heeft van de gerechtsdeurwaarder in de periode van 9 oktober 2012 en 28 februari 2013 onder meer de navolgende sms-berichten ontvangen:

 

“09-Okt-20 06:53       

Ik dacht aan je hoe gaat het met je gr” [     ]

 

8-Nov-2012 15:15

“Hoe gaat het met je? Gr” [     ]

 

19-Nov-2012 08:12

“Denk aan je”

 

22-Nov 2012 21:48

“Truste xx”

 

11-Dec-2012 22:38

“Truste xx”

 

12-Dec-2012 04:45

“Goede morgen heb de hele nacht aan je gedacht

wilgraag weer met je bellen hoe het met je is”

 

12-Dec-2012 09:31

“Sorry zal ik niet meer doenxx”

 

14-Dec-2012 07:59

“Kan ik je bellen gr” [      ]

 

18-Feb-2013 06:53

“Mag ik je valentijntje zijn? gr” [     ]

 

22-Feb-2013

“Hallo [     ] was leuk je weer te zien gr” [     ]

 

28-Feb-2013 08:83

“Goedemorgen [     ] wil graag een kusje van je xx gr.” [     ]

 

2. De klacht

 

2.1 Door klaagster zijn meerdere klachten ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. Ter zitting van 12 december 2014 heeft klaagster alleen haar bejegeningsklacht gehandhaafd en de overige klachtonderdelen ingetrokken.

 

2.2 Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarder haar ongevraagd en tegen haar zin diverse privéberichten te hebben toegezonden. Dit is begonnen nadat de gerechtsdeurwaarder klaagster ongevraagd thuis had bezocht. Het betreft hier onzakelijke berichten die niets te maken hadden met de aan de gerechtsdeurwaarder gegeven opdracht tot incasso van een geldsom. Klaagster verwijst naar een door haar overgelegde, op papier afgedrukte, selectie van die sms-berichten. Ook belde de gerechtsdeurwaarder klaagster soms om elf uur ‘s-avonds of om zes uur in de ochtend op. Ook deze telefoongesprekken hadden niets te maken met de opdracht tot incasso van een geldsom. Klaagster heeft de gerechtsdeurwaarder vergeefs verzocht de onzakelijke telefoontjes en sms-berichten te staken. Eerst nadat klaagster een advocaat had ingeschakeld om de aan de gerechtsdeurwaarder in handen gegeven zaak te beoordelen zijn de berichten gestopt.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat hij een andere visie heeft op de klacht. Volgens hem gingen hij en klaagster amicaal met elkaar om. Er werden over en weer grapjes gemaakt. Volgens hem was het contact ook niet alleen zakelijk. Er bestond tussen hem en klaagster een vriendschappelijke relatie. In dat licht moeten de verzonden sms berichten worden bezien. Klaagster en hij waren niet van elkaar afhankelijk. Er werd op gelijk niveau gecommuniceerd over de juridische kanten van de vordering. Op verzoek van klaagster heeft de gerechtsdeurwaarder verder geen contact meer met haar gezocht. Het is niet uitzonderlijk dat een gerechtsdeurwaarder cliënten thuis bezoekt.

 

4. Beoordeling van de klacht

 

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34, eerste lid van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders (waarnemend gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders daaronder begrepen) onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

 

4.2 Van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij zich ten opzichte van zowel opdrachtgevers als justitiabelen gedraagt op een wijze die in het algemeen als passend, fatsoenlijk en professioneel mag worden beschouwd. Naar het oordeel van de Kamer is dit hier niet het geval. Het gedrag van de gerechtsdeurwaarder is ongepast, onfatsoenlijk en uiterst onprofessioneel. Dergelijk gedrag is onbetamelijk en past een redelijk handelend gerechtsdeurwaarder niet. Een gerechtsdeurwaarder dient een zekere afstand te bewaren tot zijn cliënten. Dat is hier niet het geval. Dat er sprake was van een vriendschappelijke relatie is op geen enkele wijze gebleken. Gezien het tijdstip waarop sommige sms-berichten zijn verzonden en de inhoud daarvan gaat het niet een vriendschappelijke relatie, maar om het maken van avances. Er is er geen enkele reden om aan te nemen dat klaagster aanleiding heeft gegeven voor dit gedrag van de gerechtsdeurwaarder. Er is hier sprake van tuchtrechtelijk laakbaar grensoverschrijdend gedrag in de bejegening van klaagster. De gerechtsdeurwaarder had moeten begrijpen dat klaagster niet van zijn avances gediend was. Dit betekent dat de klacht terecht is voorgesteld.

 

4.3 Het vorenstaande leidt de Kamer tot het oordeel dat de klacht gegrond dient te worden verklaard. De Kamer ziet aanleiding tot het opleggen van na te melden maatregel over te gaan. De Kamer heeft meegewogen dat de gerechtsdeurwaarder onvoldoende begrip heeft getoond dat dergelijk gedrag hem niet past.

 

5. Beslist wordt als volgt.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-                    verklaart de klacht gegrond;

-                    legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel op van berisping met de aanzegging dat, indien andermaal door hem een van de in artikel 34, eerste lid, bedoelde handelingen of verzuimen wordt gepleegd, een geldboete, schorsing of ontzetting uit het ambt zal worden overwogen.

 

Aldus gegeven doormr. A.W.J. Ros, voorzitter, mr. J.C.M. Schouten en M.W. de Ruijter, leden, enuitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2015 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kunnen partijen binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep instellen bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens