Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2015:35
Datum uitspraak:
24-03-2015
Datum publicatie:
26-06-2015
Zaaknummer(s):
GDW494.2014
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Een berisping
Inhoudsindicatie:
 Verstrekken van gegevens van klager aan een derde zonder zijn toestemming. Dat is in strijd met artikel 5 van de Beroeps- en gedragsregels voor gerechtsdeurwaarders (de geheimhoudingsplicht) en de Gedragscode gerechtsdeurwaarders ter bescherming persoonsgegevens (Staatscourant 2004, nr. 33). De door de gerechtsdeurwaarder aangevoerde argumenten verklaren zijn handelwijze, maar rechtvaardigen die niet. Klacht gegrond verklaard, maatregel van berisping opgelegd. 

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 24 maart 2015 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 494.2014 ingesteld door:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde.

 

Ontstaan en loop van de procedure

-           Bij brief met bijlagen, ingekomen op 7 juli 2014, heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder.

-           Bij brieven van 17 juli 2014 en 4 augustus 2014 heeft klager aanvullende stukken overgelegd.

-           Bij verweerschrift, ingekomen op 8 augustus 2014, heeft de gerechtsdeur-waarder op de klacht gereageerd.

-           De gerechtsdeurwaarder heeft bij brief, ingekomen op 5 februari 2015, nadere stukken overgelegd en medegedeeld niet ter zitting te zullen verschijnen.

-           Klager heeft bij brief, ingekomen op 10 februari 2015, medegedeeld niet ter zitting te zullen verschijnen.

-           De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 10 februari 2015 alwaar geen van de partijen is verschenen.

-           Van deze behandeling is geen proces-verbaal opgemaakt.

-           De uitspraak is bepaald op 24 maart 2015.

 

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

            a)         De gerechtsdeurwaarder is belast (geweest) met de inning van diverse vorderingen op klager.

b)         Bij brief van 18 juli 2012 heeft de gerechtsdeurwaarder overzichten van hetgeen klager nog verschuldigd was in de bij zijn kantoor in behandeling zijnde beslagdossiers verstrekt aan [     ].

c)         Bij brief van 24 juni 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder klager hiervan op de hoogte gesteld.

 



2. De klacht

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder - samengevat - dat deze zonder zijn toestemming vertrouwelijke gegevens heeft verstrekt aan een derde, welke gegevens door die derde zijn gebruikt in een rechtszaak tegen hem.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat in juli 2012 een familielid van klager contact met hem heeft gezocht. Zij gaf te kennen iets te willen betekenen in de penibele situatie van klager en zijn echtgenote. Zij wilde wel een bedrag tegen finale kwijting voorstellen. In dit verband is haar door een van de medewerkers van de gerechtsdeurwaarder opgave van de schulden van klager gedaan. De gerechtsdeurwaarder is van mening dat als iemand doormiddel van een voorstel tegen finale kwijting een ander een dienst wil bewijzen, dit geen probleem kan zijn. Dan wordt er niet vanuit gegaan dat deze gegevens op wat voor moment dan ook tegen een debiteur zullen worden gebruikt. De gerechtsdeurwaarder ging er vanuit in het belang van klager te hebben gehandeld door een finale kwijting te bewerkstelligen en is er kennelijk onterecht vanuit gegaan dat klager hiermee akkoord was.

 

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Indien door een klager een klacht wordt ingediend tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor, dient te worden vastgesteld tegen welke gerechtsdeurwaarder(s) de klacht zich richt. In eerdere jurisprudentie oordeelde het gerechtshof Amsterdam dat het in zo’n geval niet aan dat kantoor is toegestaan zelf een - willekeurige - gerechtsdeurwaarder naar voren te schuiven die de tuchtrechtelijke verantwoordelijk-heid op zich neemt. Bij klachten tegen een samenwerkingsverband dient de tucht-rechter zelf te onderzoeken tegen welke gerechtsdeurwaarder(s) van het samen-werkingsverband de klacht zich richt (ECLI:NL:GHAMS:2014:3696). Uit de klacht alsmede de overgelegde producties kan worden opgemaakt dat een medewerker, die onder de verantwoordelijkheid van [     ] valt, de beklaagde handeling heeft verricht. Om die reden wordt gerechtsdeurwaarder [     ] als beklaagde aangemerkt. Hiermee is in de aanhef van de beslissing al rekening gehouden.

 

4.2 Het verstrekken van gegevens van klager zonder zijn toestemming aan een derde is in strijd met artikel 5 van de Beroeps- en gedragsregels voor gerechtsdeurwaarders (de geheimhoudingsplicht) en de Gedragscode gerechtsdeurwaarders ter bescherming persoonsgegevens (Staatscourant 2004, nr. 33). De door de gerechtsdeurwaarder aangevoerde argumenten verklaren zijn handelwijze, maar rechtvaardigen die niet. Nu de privacy van debiteuren c.q. de wederpartij dient te worden gewaarborgd acht de Kamer na te noemen maatregel op zijn plaats.

 

4.3Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart de klacht gegrond;

-       legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel op van berisping.

 

Aldus gegeven door mr. E.C. Smits, voorzitter, en mr. M.S.F. Voskens en A.M. Maas, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2015, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens