Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2015:206
Datum uitspraak:
08-12-2015
Datum publicatie:
22-01-2016
Zaaknummer(s):
GDW842.2014
Onderwerp:
Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
 Onterechte betekeningskosten. Uitlatingen gerechtsdeurwaarder als gemachtigde ter zitting. De Kamer overweegt dat de gerechtsdeurwaarder niet gehouden was om klager een week de gelegenheid te bieden om uit zichzelf aan het vonnis te voldoen. Het vonnis is op tegenspraak gewezen en klager had vanaf 18 september 2014 terstond tot betaling van het verschuldigde kunnen overgaan, nu hij op die dag op de hoogte was of had kunnen zijn van de inhoud van het vonnis. Ten aanzien van de gebruikte bewoordingen overweegt de Kamer dat deze weliswaar niet fraai zijn, maar van belang is op te merken dat de gerechtsdeurwaarder, zo begrijpt de Kamer, slechts het standpunt van zijn cliënt verwoordde en dat hem ter zitting een ruimere uitdrukkingsvrijheid moet worden gegund dan daarbuiten. Klacht ongegrond.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beschikking van 8 december 2015 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 842.2014 van:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

gemachtigde: [     ],

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde (hierna: de gerechtsdeurwaarder).     ]

 

1. Ontstaan en loop van de procedure

 

Bij brief met bijlagen, ingekomen op 5 november 2014, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 16 december 2014, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2015. Klager is verschenen, bijgestaan door [     ] evenals de gerechtsdeurwaarder. Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De uitspraak is bepaald op 8 december 2015.

 

2. De feiten

 

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

-           Op donderdag 18 september 2014 is een kort geding vonnis ten laste van klager gewezen, waarbij klager is veroordeeld tot betaling van de proceskosten ad € 181,80 .

-           Tijdens de behandeling van dit kort geding op 15 september 2014 heeft de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder of de gerechtsdeurwaarder zelf klager een ‘pain in the ass’ genoemd.

-           Op maandag 22 september 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder het vonnis aan klager betekend met gelijktijdig bevel om aan de inhoud te voldoen.

-           Op 23 september 2014 heeft klager de proceskosten betaald.

-           Bij brief van 6 oktober 2014 heeft de gemachtigde van klager de gerechtsdeurwaarder medegedeeld dat deze door de betekening onnodige kosten in rekening heeft gebracht en dat klager niet over zou gaan tot betaling van die kosten.

-           De gerechtsdeurwaarder heeft bij brief van 7 oktober 2014 aan de gemachtigde van klager medegedeeld dat de beveltermijn twee dagen bedroeg en dat klager vijf dagen de tijd zou krijgen om de kosten te voldoen.

-           Op 20 oktober 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder ten laste van klager loonbeslag gelegd ten behoeve van de voldoening van de betekeningskosten.

 

3. De klacht

 

3.1 Klager beklaagt zich er samengevat over dat:

a: de gerechtsdeurwaarder hem niet in de gelegenheid heeft gesteld om in der minne aan het vonnis te voldoen waardoor ten onrechte betekeningskosten in rekening zijn gebracht;

b: de gerechtsdeurwaarder hem onheus heeft bejegend door tijdens de mondelinge behandeling van het kort geding de bewuste opmerking te maken.

 

3.2 Ter zitting is hieraan toegevoegd dat de gerechtsdeurwaarder zijn verschillende hoedanigheden heeft vermengd. Zijn onafhankelijkheid is als gevolg daarvan in het geding. Hij heeft klager nodeloos op kosten gejaagd en heeft klager met zijn opmerking beledigd. Een gemachtigde behoort zoiets niet te zeggen ter zitting en behoort ook niet automatisch alle uitlatingen van zijn cliënt over te nemen. Een gerechtsdeurwaarder moet zich ook aan zijn gedragsregels houden. Op dinsdag 23 september 2014 is er daadwerkelijk betaald. De betekening was dus onnodig.  

 

4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Hij heeft met de opmerking het gevoel van zijn opdrachtgever, dat klager een lastpak is, verwoord. De gerechtsdeurwaarder heeft bij de behandeling van het kort geding de gang van zaken tijdens de eerdere vijf met klager gevoerde procedures - en de visie en het gevoel van zijn opdrachtgever - toegelicht, toen de rechter wederom probeerde tot een schikking te komen. Het mag zo zijn dat het voor partijen die beide met een advocaat procederen, gebruikelijk is om elkaar aan te schrijven nadat een vonnis is gewezen, maar voor een gerechtsdeurwaarder geldt een dergelijke regel of gebruik niet. De gerechtsdeurwaarder hanteert altijd de wettelijke beveltermijn van twee dagen. De gemachtigde van klager heeft het vonnis op vrijdag 19 september 2014 ontvangen.  

 

5. Beoordeling van de klacht

 

5.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet betaamt.

 

5.2 Naar het oordeel van de Kamer was de gerechtsdeurwaarder niet gehouden om klager een week de gelegenheid te bieden om uit zichzelf aan het vonnis te voldoen. Het vonnis is op tegenspraak gewezen en klager had vanaf donderdag 18 september 2014 terstond tot betaling van het verschuldigde kunnen overgaan, nu hij op die dag op de hoogte was of had kunnen zijn van de inhoud van het vonnis. Nu klager zulks niet heeft gedaan kan hij de gerechtsdeurwaarder niet verwijten dat tot betekening van het vonnis is overgegaan.

 

4.2 De gerechtsdeurwaarder heeft toegelicht in welke context de uitspraak is gedaan. De bewoordingen zijn weliswaar niet fraai, maar van belang is op te merken dat de gerechtsdeurwaarder, zo begrijpt de Kamer, slechts het standpunt van zijn cliënt verwoordde en dat hem ter zitting een ruimere uitdrukkingsvrijheid moet worden gegund dan daarbuiten(ECLI:NL:GHAMS:2013:2898). Bovendien kon de uitspraak in de ogen van de kort geding rechter kennelijk door de beugel. De Kamer acht de uitspraak dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar.

 

4.3 De overige onderdelen van de klacht zijn onvoldoende onderbouwd.

 

4.4 De Kamer acht de klacht derhalve ongegrond.

 

5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-                    verklaart de klacht ongegrond.

 

Aldus gegeven door mr. C.W. Inden, voorzitter, mr. M.S.F. Voskens en A.M. Maas,  leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 december 2015 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens