Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2015:187
Datum uitspraak:
27-10-2015
Datum publicatie:
01-12-2015
Zaaknummer(s):
GDW889.2014
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Een berisping
Inhoudsindicatie:
 Te lakse houding bij mededeling van klagers dat zij onder bewind stonden. De gerechtsdeurwaarders hadden naar aanleiding van de mededelingen van klagers op zijn minst enig onderzoek kunnen instellen, ook in hun eigen administratie, omdat zij vrij recent nog een zaak op klagers in behandeling hebben gehad. Ook het gedrag van de gerechtsdeurwaarders, bij klagers aan de deur wordt verwijtbaar geacht. Klacht gegrond, maatregel van berisping opgelegd.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beschikking van 27 oktober 2015 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 889.2014 van:

 

[     ] en [     ],

wonende te [     ],

klagers,

gemachtigde: [     ] (bewindvoerder),

 

tegen:

 

1) [     ],

2) [     ],

(toegevoegd kandidaat-)gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagden,

gemachtigde: [     ].

 

1. Ontstaan en loop van de procedure

 

Bij brief met bijlagen, ingekomen op 21 november 2014, hebben klagers een klacht ingediend tegen beklaagden, hierna: de gerechtsdeurwaarders. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 13 januari 2015, hebben de gerechtsdeurwaarders op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 15 september 2015 in aanwezigheid van de gemachtigde van klagers en de gerechtsdeurwaarders. Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De uitspraak is bepaald op 27 oktober 2015.

 

2. De feiten

 

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

-           Klagers zijn sinds 29 oktober 2012 onder bewind gesteld met de benoeming van hun gemachtigde tot bewindvoerder.

-           Op 15 april 2014 hebben de gerechtsdeurwaarders de opdracht gekregen om een vordering ten laste van klagers te incasseren.

-           Op 2 mei 2014 heeft gerechtsdeurwaarder sub 1 een dagvaarding ten laste van klagers uitgebracht. Aan de deur is door klagers medegedeeld dat zij onder bewind waren gesteld.

-           Op 5 juni 2014 is een verstekvonnis ten laste van klagers gewezen.

-           Op 25 juni 2014 heeft gerechtsdeurwaarder sub 2 het verstekvonnis aan klagers betekend met gelijktijdig bevel om aan de inhoud te voldoen. Aan de deur hebben klagers opnieuw medegedeeld dat zij onder bewind waren gesteld.

-           Nadien hebben de gerechtsdeurwaarders ten laste van klagers loonbeslag gelegd en wordt de bewindvoerder van klagers (hierna de bewindvoerder) door de werkgever geïnformeerd.

-           Op 10 augustus 2014 heeft de bewindvoerder een klacht bij de gerechtsdeurwaarders ingediend.

-           Vervolgens hebben de bewindvoerder en de gerechtsdeurwaarders met elkaar gecorrespondeerd.

                                               

3. De klacht

 

Klagers beklagen zich er in hoofdzaak over dat zij aan de gerechtsdeurwaarders hebben medegedeeld dat zij onder beschermingsbewind stonden. Voorts stellen klagers dat de gerechtsdeurwaarders vervolgens niet dan wel onvoldoende hebben uitgezocht of er daadwerkelijk sprake van beschermingsbewind was. Bovendien waren de gerechtsdeurwaarders al met de bewindvoering bekend omdat zij in 2013 al belast waren met het incasseren van een andere vordering op klagers.

 

4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarders

 

De gerechtsdeurwaarders hebben de klacht gemotiveerd weersproken. Zij waren op het moment van het uitbrengen van de dagvaarding en de betekening van het verstekvonnis niet op de hoogte waren van het bewind. Bij beide betekeningen is weliswaar door klagers meegedeeld dat zij onder bewind waren gesteld, maar een beschikking is toen niet getoond. Ook heeft de gemachtigde nagelaten om de gerechtsdeurwaarder op de onderbewindstelling te wijzen.

 

5. Beoordeling van de klacht

 

5.1 Ingevolge artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarders een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

 

5.2 Het mag zo zijn dat als een dossier is gesloten in het systeem van de gerechtsdeurwaarder geen melding meer aanwezig is dat bepaalde debiteuren onder bewind staan, in dit geval is er te laks gehandeld. De gerechtsdeurwaarders hebben dat ter zitting ook toegegeven. De gerechtsdeurwaarder hadden naar aanleiding van de mededelingen van klagers op zijn minst enig onderzoek kunnen instellen, ook in hun eigen administratie, omdat zij vrij recent nog een zaak op klagers in behandeling hebben gehad. 

 

5.3 De Kamer acht ook het gedrag van de gerechtsdeurwaarders, waaronder hun reactie aan de deur op de mededelingen van klagers (“nou, dan geef je het door aan je bewindvoerder”), waaruit een zeker dedain spreekt, verwijtbaar. Van een zorgvuldig handelend gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij met een dergelijke mededeling zorgvuldiger omgaat.

 

5.4 De Kamer acht de klacht gegrond en ziet aanleiding na te noemen maatregel op te leggen..

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-                    Verklaart de klacht gegrond;

 

-                    legt aan de gerechtsdeurwaarders de maatregel van berisping op.

 

Aldus gegeven door mr. J.H.C. Schouten, plaatsvervangend-voorzitter, mr. M. Nijenhuis en mr. J.J.L. Boudewijn, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2015 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen deze uitspraak kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens