Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2015:131
Datum uitspraak:
14-07-2015
Datum publicatie:
27-08-2015
Zaaknummer(s):
GDW772.2014
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Een berisping
Inhoudsindicatie:
 Klacht over in rekening gebrachte kosten. De gerechtsdeurwaarder beroept zich op zijn algemene voorwaarden. De Kamer ziet niet in op welke grondslag de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de met zijn opdrachtgever gesloten overeenkomst, kunnen worden gebruikt tegen een schuldenaar die bij het verrichten van ambtshandelingen wordt beschermd door de vaste door de overheid vastgestelde op kostprijs berustende tarieven als neergelegd in het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders. De Kamer acht het opvragen van 42 uittreksels en de daarvoor in rekening gebrachte kosten bovendien niet in verhouding tot het door klager te betalen bedrag. Het door de gerechtsdeurwaarder in zijn specificatie onder executiekosten vermelde bedrag betrof informatiekosten en geen executiekosten. Een executie-maatregel ontbrak als gevolg van de door klager gedane betaling. Klager was genoemd bedrag niet verschuldigd ongeacht de benaming die de gerechtsdeurwaarder er aan meende te moeten geven.  Klacht gegrond, maatregel van berisping opgelegd. 

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 14 juli 2015 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet in de zaak met nummer 772.2014 van:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager, gemachtigde [     ],

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde, gemachtigde [     ].

 

Ontstaan en loop van de procedure

 

Bij brief van 14 oktober 2014 heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna de gerechtsdeurwaarder.

Bij brief van 4 november 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

De klacht is behandeld ter openbare zitting van 2 juni 2015 alwaar klager en zijn gemachtigde en de gerechtsdeurwaarder en zijn gemachtigde zijn verschenen.

Van de behandeling ter zitting is proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 14 juli 2015.

 

1. De feiten

 

a)     Bij in kortgeding gewezen vonnis van 20 november 2013 is klager onder meer op straffe van een dwangsom veroordeeld een muur en op het dak van de schuur geplaatste witte schotten te verwijderen en verwijderd te houden en is klager veroordeeld tot betaling van de proceskosten ad € 1.182,82.

b)     Het vonnis is bij exploot van 22 november 2013 aan klager betekend met bevel aan de inhoud daarvan te voldoen.

c)     Op 5 juni 2014 is de gerechtsdeurwaarder verzocht het vonnis te executeren voor de proceskosten.

d)    Bij brief van 7 juli 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder een aantal huurders van klager aangeschreven met een verzoek ex artikel 475g lid 3 Rv.

e)     Op 11 juli 2014 heeft klager de vordering aan de gerechtsdeurwaarder voldaan.

f)      Op 21 augustus 2014 heeft een medewerker van de gerechtsdeurwaarder klager desgevraagd een specificatie van de executiekosten gegeven.

g)     Klager heeft  op 25 augustus 2014 bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de executiekosten.

 

2. De klacht

 

2.1 Ter zitting heeft klager aangevoerd dat de klacht bestaat uit drie onderdelen. Als eerste klachtonderdeel heeft klager aangevoerd dat het ging om betaling van verschuldigde proceskosten van ongeveer € 1.200,00 die per abuis niet waren voldaan. Het is volgens klager buiten proporties om voor het innen van een dergelijk bedrag 42 uittreksels op te vragen en om aan 19 huurders te vragen of zij periodieke betalingen aan klager verrichten.

 

2.2 Het tweede klachtonderdeel betreft het feit dat het bedrag van € 893,29 in de naderhand aan klager gegeven specificatie ten onrechte is opgenomen onder de noemer executiekosten. Het ging hier om informatiekosten.

 

2.3 Als laatste heeft klager aangevoerd dat een gerechtsdeurwaarder informatiekosten op een schuldenaar alleen mag verhalen als deze zijn opgenomen in de kosten van een exploot. Klager verwijst naar rechtspraak van het Gerechtshof te Amsterdam. De gerechtsdeurwaarder heeft onzorgvuldig gehandeld door telefonisch een bedrag op te geven waarin informatiekosten waren opgenomen en niet te reageren op de e-mail van 25 augustus 2014.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover nodig wordt hierna op dat verweer ingegaan.

 

4. De beoordeling van de klacht

 

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders aan tuchtrechtspraak onderworpen, ter zake van enig handelen en nalaten in strijd met enige bi of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enige handelen of nalaten dat een behoorlijk (kandidaat-) gerechtsdeurwaarder niet betaamt.

 

4.2 Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

 

4.3 De gerechtsdeurwaarder stelt dat voor het openen van kadasteruittreksels leges verschuldigd zijn en daarnaast bestudering van die uittreksels kosten met zich meebrengen. Voor de hoogte van die laatste kosten verwijst de gerechtsdeurwaarder naar het reglement standaardtarieven behorende bij zijn algemene voorwaarden. In zijn verweer heeft de gerechtsdeurwaarder inzicht gegeven in de opbouw van die kosten die volgens de gerechtsdeurwaarder in overeenstemming zijn met de kostprijs en derhalve niet excessief.

 

4.4 De Kamer overweegt dat dit reglement volgens de aanhef echter de niet-ambtelijke rechtspraktijk betreft. Onder punt 1.3.2 staat in dat reglement vermeld dat de kosten van derden integraal aan de opdrachtgever worden doorberekend. Het betreft kosten die noodzakelijkerwijze zijn gemaakt om het gewenste resultaat in een (incasso-) zaak te behalen, welke kosten voor over mogelijk en indien wettelijk toegestaan worden verhaald door de debiteur. Dit strookt ook met de inhoud van de tot de stukken behorende e-mail van 2 juni 2014 van de gerechtsdeurwaarder aan zijn opdrachtgever waarin wordt medegedeeld dat bij non-executie kosten van handelingen door derden, zoals kosten van het opvragen van uittreksels, voor rekening van de cliënt van de opdrachtgever komen.

 

4.5 In deze zaak gaat het blijkens een email van 5 juni 2014 aan de gerechtsdeurwaarder om een opdracht de tenuitvoerlegging van het vonnis vanwege de door klager onbetaald gelaten proceskosten. De Kamer ziet niet in op welke grondslag de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de met zijn opdrachtgever gesloten overeenkomst, kunnen worden gebruikt tegen een schuldenaar die bij het verrichten van ambtshandelingen wordt beschermd door de vaste door de overheid vastgestelde op kostprijs berustende tarieven als neergelegd in het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders. Dit Besluit voorziet slechts in het doorberekenen van verschotten indien de ambtshandeling daadwerkelijk wordt verricht (art. 9). Het besluit voorziet weliswaar in de artikelen 4 en 8 ook in een schuldenaarstarief voor de kosten van voorbereidende werkzaamheden gericht op de uitvoering van een ambtshandeling, echter daaraan zijn voorwaarden verbonden. Artikel 4 ziet op een reeds aangevangen ambtshandeling die niet wordt afgerond omdat de schuldenaar alsnog presteert en de tenuitvoerlegging om die reden niet kan worden doorgezet. Artikel 8 ziet op een situatie waarin, na een eerdere mislukte poging, alsnog wordt afgerond. Beide gevallen doen zich hier niet voor. Aan het leggen van beslag is de gerechtsdeurwaarder niet toegekomen omdat klager de vordering heeft voldaan. De Kamer acht het opvragen van 42 uittreksels en de daarvoor in rekening gebrachte kosten bovendien niet in verhouding tot het door klager te betalen bedrag. Klachtonderdeel 2.1 is met  betrekking tot het opvragen van 42 uittreksels terecht voorgesteld.

 

4.6 Ook de onder 2.2 en 2.3 vermelde klachten zijn terecht voorgesteld. Het bedrag van € 893,29 betreft informatiekosten en geen executiekosten, immers een executiemaatregel ontbrak als gevolg van de door klager gedane betaling. Klager was genoemd bedrag niet verschuldigd ongeacht de benaming die de gerechtsdeurwaarder er aan meende te moeten geven.   

 

5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. De Kamer acht termen aanwezig de gerechtsdeurwaarder na te melden maatregel op te leggen.   

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart de klacht gegrond,

-       legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

 

 

Aldus gegeven door mr. J.H.C. Schouten, voorzitter, en mr. M. Nijenhuis en M.W. de Ruijter, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2015, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kunnen partijen binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep instellen bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens