Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2015:115
Datum uitspraak:
23-06-2015
Datum publicatie:
22-07-2015
Zaaknummer(s):
GDW633.2014
Onderwerp:
Incassotraject
Beslissingen:
Een berisping
Inhoudsindicatie:
 Van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven binnen een redelijke termijn beantwoordt. Het gedurende vijf maanden onbeantwoord laten van brieven is onbehoorlijk. Klacht gegrond, maatregel van berisping opgelegd.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 23 juni 2015 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet in de zaak met nummer 633.2014 van:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde.

 

Ontstaan en loop van de procedure

 

Bij brief van 25 augustus 2014 heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna de gerechtsdeurwaarder.

Bij brief van 3 december 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

De klacht is behandeld ter openbare zitting van 21 april 2015, alwaar niemand is verschenen.

Van de behandeling ter zitting is geen proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is nader bepaald op 23 juni 2015.

 

1. De feiten

 

a)     De gerechtsdeurwaarder is belast met het incasseren van een vordering ten laste van klager. Bij brief van 10 juni 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder klager aangeschreven met het verzoek de vordering te voldoen.

b)     Bij brief van 14 juni 2014 heeft klager de gerechtsdeurwaarder medegedeeld de vordering te betwisten en om een reactie verzocht.

c)     Bij brief van 27 juni 2014 heeft klager aan de gerechtsdeurwaarder

medegedeeld dat zijn brief van 14 juni 2014 nog niet was beantwoord.

d)    Nadien heeft klager een klacht bij de gerechtsdeurwaarder ingediend.

e)     Bij brief van 3 december 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder haar

verontschuldigingen aan klager aangeboden en inhoudelijk op het bezwaar van klager tegen de vordering gereageerd.

 

2. De klacht

 

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder samengevat de aan het kantoor gerichte brieven niet te beantwoorden.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht erkend.

 

4. De beoordeling van de klacht

 

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn slechts gerechtsdeurwaarders, waarnemend gerechtsdeurwaarders en toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarders aan tuchtrechtspraak onderworpen. Een gerechtsdeurwaarderskantoor kan niet als beklaagde worden aangemerkt. Bij het onderzoek wie als beklaagde kan worden aangemerkt geldt als leidraad de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van         12 augustus 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:3696). Uit dit arrest volgt dat bij klachten tegen een samenwerkingsverband de tuchtrechter zelf dient te onderzoeken tegen welke gerechtsdeurwaarder(s) van het samenwerkingsverband de klacht zich richt.

 

4.2 Ten tijde van het indienen van de klacht was de zaak in behandeling op het kantoor van [     ] gevestigd aan het [     ] te [     ]. Aan dat kantoor is blijkens het register van gerechtsdeurwaarders verbonden gerechtsdeurwaarder [     ]. Hij wordt verantwoordelijk gehouden voor handelingen van medewerkers van het kantoor en wordt als beklaagde aangemerkt. Hiermee is in de aanhef van deze beslissing al rekening gehouden.

Nu deze gerechtsdeurwaarder niet zelf door de Kamer is aangeschreven over deze klacht, overweegt de Kamer voor de volledigheid in dit verband nog het volgende. De klacht is gericht tegen [     ], verzonden naar [     ] en op 20 oktober 2014 is een rappel verzonden naar [     ]. Bij brief van 3 december 2014, afkomstig van [     ] heeft [     ] (die niet als gerechtsdeurwaarder bekend is) aangeven dat zij het dossier heeft ontvangen om de klacht te beantwoorden. De oproeping voor de zitting is op 2 april 2015 verzonden naar [     ]. Gelet op deze gang van zaken is de Kamer van oordeel dat thans een beslissing kan worden gegeven op vorenbedoelde klacht.

 

Ter beoordeling staat of sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

 

4.3 Tot uitgangspunt dient dat van een zorgvuldig handelend gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde vordering binnen een redelijke termijn beantwoordt. De Kamer is van oordeel dat het onbehoorlijk is om ruim vijf maanden lang brieven onbeantwoord te laten, zeker wanneer de gerechtsdeurwaarder meermalen door klager is gewezen op het niet beantwoorden daarvan. Van een zorgvuldig handelend gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij na enige tijd reageert. Vastgesteld kan worden, zoals door de gerechtsdeurwaarder is erkend, dat dit niet is gebeurd.

 

4.4 Gelet op het hiervoor is overwogen dient de klacht gegrond te worden verklaard. De Kamer acht het opleggen van na te melden maatregel passend. Dat door de gerechtsdeurwaarder aan klager excuses zijn aangeboden doet hieraan niet af.

 

5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart de klacht gegrond,

-       legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

 

Aldus gegeven door mr. E.C. Smits, voorzitter, en mr. M.S.F. Voskens en M. Colijn, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2015, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kunnen partijen binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep instellen bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens