Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2014:72
Datum uitspraak:
22-04-2014
Datum publicatie:
23-05-2014
Zaaknummer(s):
GDW578.2013
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Een berisping
Inhoudsindicatie:
 Verstrekken vertrouwelijke informatie aan werkgever. Kamer overweegt dat het aan de gerechtsdeurwaarder toe te rekenen handelen van de medewerker tuchtrechtelijk laakbaar is, nu het informatieverzoek afkomstig was van een Bureau van de politiedienst zodat de medewerker zich had behoren te realiseren dat het verstrekken van deze informatie specifiek in dit geval nadelige consequenties voor de debiteur kon hebben. Maatregel van berisping opgelegd.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beschikking van 22 april 2014 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 578.2013 van:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

 

tegen:

 

[     ],

toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde,

gemachtigde: [     ].

 

Ontstaan en loop van de procedure

 

Bij brieven, ingekomen op 17 juli 2013 en 1 augustus 2013, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 11 december 2013, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 11 maart 2014 in aanwezigheid van klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder. Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De uitspraak is bepaald op 22 april 2014.

 

1. De feiten

 

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

-           De gerechtsdeurwaarder heeft in het kader van een executieopdracht een onderzoek bij de werkgever van klager ingesteld naar diens inkomsten.

-           Op 17 april 2013 is ten laste van klager door de gerechtsdeurwaarder loonbeslag gelegd.

-           Op 22 april 2013 heeft zijn werkgever klager van een en ander in kennis gesteld.

-           Het beslag is op 3 mei 2013 aan klager overbetekend. Er hebben geen inhoudingen plaatsgevonden.

-           Klager heeft door twee betalingen op 26 april en 6 mei 2013 zijn schuld voldaan.

-           De werkgever van klager - een politiedienst - heeft een disciplinair onderzoek ingesteld tegen klager. Klager is op 15 juli 2013 gehoord door twee medewerkers van het Bureau Veiligheid, Integriteit en Klachten.

-           Op 8 en 10 juli 2013 heeft nogmaals e-mailverkeer plaatsgevonden tussen de medewerker van de gerechtsdeurwaarder en die van het Bureau.

2. De klacht

 

Klager beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder met betrekking tot vertrouwelijke informatie, die in de uitoefening van zijn beroep te zijner kennis is gekomen, niet op een zorgvuldige wijze heeft gehandeld. Volgens klager is daardoor in strijd gehandeld met artikel 5 van de Verordening Beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft erkend dat de klacht gegrond is. Zijn medewerker heeft bij de uitvoering van zijn werkzaamheden een fout gemaakt. De gerechtsdeurwaarder heeft maatregelen getroffen om dergelijke misslagen in de toekomst te voorkomen. Bij brief van 10 december 2013 heeft hij aan klager zijn excuses gemaakt.

 

4. De beoordeling van de klacht

 

4.1 Ingevolge artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

 

4.2 Dat geval doet zich hier voor. Niet in geschil is dat de betreffende medewerker van de gerechtsdeurwaarder in het op 24 juni 2013 gevoerde telefoongesprek met het voormelde Bureau van de werkgever van klager, en ook met zijn e-mail met bijlagen van dezelfde dag, vertrouwelijke informatie over klager aan diens werkgever heeft  verschaft. Gezien artikel 5 van de Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders had de gerechtsdeurwaarder  de betreffende informatie nimmer aan welke derde dan ook mogen verschaffen.

 

4.3 Het aan de gerechtsdeurwaarder toe te rekenen handelen van de medewerker is eens te meer tuchtrechtelijk laakbaar, nu het informatieverzoek afkomstig was van het voormelde Bureau van de politiedienst zodat de medewerker zich had behoren te realiseren dat het verstrekken van de informatie specifiek in dit geval nadelige consequenties voor de debiteur kon hebben. Zoals  klager  ter zitting  heeft gesteld komt hij als gevolg van de informatieverschaffing mogelijk niet meer voor benoeming in bepaalde functies in aanmerking.

 

5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

 BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-                    verklaart de klacht gegrond;

-                    legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

 

Aldus gegeven door mr. E.R.S.M. Marres, voorzitter, mr. A. Sissing enM.W. de Ruijter,  leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2014 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

  

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens