Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2014:52
Datum uitspraak:
15-04-2014
Datum publicatie:
23-05-2014
Zaaknummer(s):
GDW667.2013
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Een berisping
Inhoudsindicatie:
Beslagvrije voet. De gerechtsdeurwaarder uitgaande van een verkeerde veronderstelling heeft de beslagvrije voet op nihil gesteld. De beslagene heeft groot belang bij een tijdige en correcte vaststelling van een beslagvrije voet. De gerechtsdeurwaarders dienen bij de toepassing en aanpassing van de beslagvrije grote zorgvuldigheid te betrachten. Hier is het misgegaan en klager is hierover niet geïnformeerd. Klacht gegrond en maatregel van berisping opgelegd.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 15 april 2014 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met zaaknummer 667.2013 ingediend door:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

           

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde,

gemachtigde: [     ].

 

Ontstaan en loop van de procedure

 

Bij brief, met bijlagen, van 7 augustus 2013 heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij brief met bijlagen, ingekomen op 11 september 2013, heeft klager de klacht aangevuld.

Bij brief van 30 september 2013 heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

De klacht is behandeld ter zitting van 4 maart 2014 alwaar de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder is verschenen.

Van de behandeling ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 15 april 2014.

 

1. De feiten

 

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

a)     Op 5 maart 2013 heeft de gerechtsdeurwaarder een vonnis aan klager betekend met gelijktijdig bevel om aan de inhoud te voldoen.

b)     Voordat de gerechtsdeurwaarder op 29 mei 2013 derdenbeslag ging leggen onder het pensioenfonds heeft hij naar de inkomstenbronnen van klager geïnformeerd. Uit de desbetreffende informatie bleek dat klager zowel een AOW uitkering via de Sociale Verzekeringsbank als een pensioenuitkering ontving. Voorts bleek dat op de AOW uitkering reeds beslag door een collega-gerechtsdeurwaarder was gelegd en dat met betrekking tot die beslaglegging de volledige beslagvrije voet werd toegepast. Een medewerker van de gerechtsdeurwaarder veronderstelde daarom dat klager reeds zijn volledige aanspraak op de beslagvrije voet via de Sociale Verzekeringsbank ontving en meende daarom de beslagvrije voet op nihil te mogen stellen.

c)     Op 6 juni 2013 heeft de gerechtsdeurwaarder het proces-verbaal van het onder het pensioenfonds gelegde beslag aan klager betekend.

d)    Op 2 augustus 2013 heeft klager telefonisch contact opgenomen met de gerechtsdeurwaarder en medegedeeld dat de verkeerde beslagvrije voet werd toegepast. Diezelfde dag heeft de gerechtsdeurwaarder een inkomsten- en uitgavenformulier aan klager doen toekomen.

e)     Op 5 augustus 2013 heeft de gerechtsdeurwaarder klager in kennis gesteld van de verklaring van het pensioenfonds waaruit bleek welke inhouding  maandelijks ten behoeve van de beslaglegging op zijn uitkering zou gaan plaatsvinden.

f)      Op 2 september 2013 heeft klager de gerechtsdeurwaarder verzocht alle inhoudingen aan hem te retourneren, omdat de Belastingdienst eveneens beslag op zijn pensioenuitkering had gelegd. De gerechtsdeurwaarder heeft op 9 september 2013 klager nogmaals verzocht het inkomsten- en uitgavenformulier ingevuld te retourneren.

 

2. De klacht

 

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij de verkeerde beslagvrije voet heeft toegepast en dat hij hierover niet is geïnformeerd.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht erkend. Voor zover van belang wordt hierna op het verweer ingegaan.

 

4. Beoordeling van de klacht

 

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet, zijn slechts gerechtsdeurwaarders aan tuchtrechtspraak zijn onderworpen. Het gerechtsdeurwaarderskantoor [     ] kan daarom niet worden aangemerkt als beklaagde. Het dossier is in behandeling op het kantoor te [     ] en de ambtshandelingen zijn verricht in opdracht van de aan dit kantoor verbonden gerechtsdeurwaarders. [     ]wordt door de Kamer daarom aangemerkt als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van deze beschikking al rekening gehouden.

 

4.2 Ter beoordeling staat of  sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

 

4.3 Uitgangspunt bij de beoordeling is dat de wetgever aan periodieke betalingen (waaronder uitkeringen als de onderhavige) een beslagvrije voet heeft verbonden. De wetgever heeft daarmee willen waarborgen dat de beslagene in staat blijft om tenminste nog de kosten van de primaire levensbehoeften te voldoen. De beslagene heeft dan ook een groot belang bij een tijdige en correcte vaststelling van een beslagvrije voet. Gerechtsdeurwaarders dienen daarom bij de toepassing en aanpassing van de beslagvrije voet grote zorgvuldigheid te betrachten.

 

 

4.4 In het onderhavige geval is de beslagvrije voet op nihil gesteld. Klager ontving een AOW-uitkering en een pensioenuitkering. Op de AOW-uitkering was reeds beslag gelegd door een collega-gerechtsdeurwaarder waarop een beslagvrije voet werd toegepast. Een medewerker van het kantoor van de gerechtsdeurwaarder veronderstelde dat klager al zijn volledige aanspraak op de beslagvrije voet via de Sociale Verzekeringsbank ontving en meende daarom de beslagvrije voet op nihil te mogen stellen (lees: geen beslagvrije voet toe te hoeven passen). De gerechtsdeurwaarder heeft erkend dat dit een verkeerde veronderstelling is gebleken en dat klager na de beslaglegging niet is geïnformeerd over het hoe en waarom van de nihilstelling.

 

4.5 Op grond van het voorgaande acht de Kamer de klacht gegrond. De Kamer acht termen aanwezig de gerechtsdeurwaarder een maatregel op te leggen. Dat de gerechtsdeurwaarder de onterecht geïnde gelden aan klager heeft gerestitueerd, doet hieraan niet af, alleen al omdat dit eerst is gedaan na indiening van de klacht.

 

5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart de klacht gegrond;

-       legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

 

Aldus gegeven doormr. C.W. Inden, voorzitter, mr. M.S.F. Voskens en A.M. Maas, leden,en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2014 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens