Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2014:252
Datum uitspraak:
16-12-2014
Datum publicatie:
22-01-2015
Zaaknummer(s):
GDW135.2014
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
 Buitenproportionele kosten? Dat de gemaakte kosten soms niet in verhouding staan tot het oorspronkelijke bedrag is inherent aan het wettelijk systeem. Immers de gemaakte kosten bevatten naast de in het vonnis vastgelegde proceskosten ook de door de overheid vastgestelde, in het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders neergelegde, vaste bedragen voor het verrichten van ambtshandelingen. De in dat Besluit vastgestelde kosten zijn vrijwel altijd hoger dan een kleine hoofdsom. Dat betekent echter nog niet dat die kosten daarmee ook buitenproportioneel zijn. De door de gerechtsdeurwaarder in rekening gebrachte kosten zijn conform de daarvoor geldende regelingen berekend. Klacht ongegrond.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beschikking van 16 december 2014 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 135.2014 van:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

 

tegen:

 

[     ],

voorheen gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde.

 

Ontstaan en loop van de procedure

 

Bij brief van 28 februari 2014 heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder.

Bij brief van 17 maart 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2014 alwaar de gerechtsdeurwaarder is verschenen.

Van de behandeling ter zitting is proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 18 november 2014 en vervolgens nader bepaald op 16 december 2014.

 

1. De feiten

 

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

a)     De kantonrechter bij de rechtbank Midden-Nederland, locatie [     ], heeft op 24 juli 2013 een vonnis gewezen waarbij klager is veroordeeld tot betaling van een geldsom van € 126,33 vermeerderd met rente en klager in de proceskosten is veroordeeld ad € 236,79. Het vonnis is op 7 augustus 2013 in persoon aan klager betekend.

b)     Bij brieven van 20 augustus 2013, 17 en 27 september 2013 en 11 oktober 2013 is klager tot betaling van het verschuldigde gesommeerd en is klager in de gelegenheid gesteld de vordering te voldoen dan wel een voorstel tot betaling te doen. Hierop is door klager niet gereageerd.

c)     Op 12 november 2013 heeft de gerechtsdeurwaarder ten laste van klager beslag gelegd onder de sociale dienst van de gemeente [     ] op de uitkering van klager. Vanwege een preferente vordering heeft dat beslag geen doel getroffen.

d)    Op 27 januari 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder ten laste van klager een aantal bankbeslagen gelegd..

e)     De gerechtsdeurwaarder is inmiddels bij Koninklijk Besluit eervol ontslag verleend.

 

2. De klacht

 

De klacht wordt door de kamer aldus opgevat dat klager de gerechtsdeurwaarder samengevat verwijt buitenproportioneel te handelen. Klager voert daartoe aan dat de oorspronkelijke vordering een bedrag van € 73,16 bedroeg, welk bedrag door toedoen van de gerechtsdeurwaarder is opgelopen tot een bedrag van € 969,07. Klager heeft zich aangemeld bij de schuldhulpverlening maar dat is voor de gerechtsdeurwaarder geen belemmering door te gaan met het nemen van maatregelen. Volgens klager staat de enorme verhoging van de schuld in geen verhouding tot de oorspronkelijk schuld die dateert uit 2009. Klager meent te weten dat een verandering in de wetgeving heeft plaatsgevonden die een dergelijke exceptionele verhoging aan banden legt.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

 

4. Beoordeling van de klacht

 

4.1 Alvorens tot beoordeling van de klacht over te gaan, wordt overwogen dat op grond van het bepaalde in artikel 34, eerste lid van de Gerechtsdeurwaarderswet gerechtsdeurwaarders (waarnemend en kandidaat-gerechtsdeurwaarders inbegrepen) aan tuchtrechtspraak zijn onderworpen. Het gerechtsdeurwaarderskantoor [     ] kan daarom niet als beklaagde worden aangemerkt. De aan toen aan dat kantoor verbonden gerechtsdeurwaarder wordt aangemerkt als beklaagde omdat het vonnis door hem is betekend en het dossier van klager op zijn (voormalige)kantoor in behandeling is. Hiermee is in de aanhef van deze beschikking al rekening gehouden.

 

4.2 Ter beoordeling staat of door de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar is gehandeld in de zin van voormeld artikel.

 

4.3 Dat is niet het geval. De gerechtsdeurwaarder is belast met de tenuitvoerlegging van een vonnis dat ten laste van klager is gewezen. Klager is bij vonnis tot betaling van een geldsom veroordeeld en heeft ondanks daartoe herhaaldelijk door de gerechtsdeurwaarder in de gelegenheid te zijn gesteld, niet vrijwillig aan die veroordeling willen voldoen noch is hij met een voorstel voor een betalingsregeling gekomen.

 

4.4 Eerst daarna is de gerechtsdeurwaarder overgaan tot tenuitvoerlegging van het vonnis. Dat de gemaakte kosten soms niet in verhouding staan tot het oorspronkelijke bedrag is inherent aan het wettelijk systeem. Immers de gemaakte kosten bevatten naast de in het vonnis vastgelegde proceskosten ook de door de overheid vastgestelde, in het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders neergelegde, vaste bedragen voor het verrichten van ambtshandelingen. De in dat Besluit vastgestelde kosten zijn vrijwel altijd hoger dan een kleine hoofdsom. Dat betekent echter nog niet dat die kosten daarmee ook buitenproportioneel zijn. De door de gerechtsdeurwaarder in rekening gebrachte kosten zijn conform de daarvoor geldende regelingen berekend. Er bestaat inderdaad een wettelijke regeling die de kosten reguleert, maar dat betreft de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten die niet van toepassing is op de executie van een vonnis. Tuchtrechtelijk laakbaar handelen van de gerechtsdeurwaarder is dan ook niet gebleken.

 

5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-           verklaart de klacht ongegrond.

 

Aldus gegeven door mr. C.W. Inden, voorzitter, mr. E.C. Smits en

mr. J.J.L. Boudewijn, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2014 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens