Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2014:207
Datum uitspraak:
28-10-2014
Datum publicatie:
03-12-2014
Zaaknummer(s):
GDW664.2013
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Een berisping
Inhoudsindicatie:
 Niet beantwoorden van brieven. De kamer overweegt dat als uitgangspunt heeft te gelden dat van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven en e-mails met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso binnen een redelijke termijn beantwoordt. Dit is niet gedaan. De Kamer rekent het de gerechtsdeurwaarder daarnaast in het bijzonder aan dat hij, nadat de klacht was ingediend, niet alsnog tot beantwoording van de desbetreffende brief is overgegaan. Klacht gegrond verklaard, maatregel van berisping opgelegd.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 28 oktober 2014 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 664.2013 ingesteld door:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

gemachtigde: [     ],

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde,

gemachtigde: [     ].

 

Ontstaan en loop van de procedure

 

-           Bij brief met bijlagen, ingekomen op 8 augustus 2013, heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder.

-           Bij verweerschrift, ingekomen op 23 augustus 2013, heeft de gerechtsdeur-waarder op de klacht gereageerd.

-           De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 16 september 2014 alwaar klager, diens gemachtigde en de gemachtigde van de gerechtsdeur-waarder zijn verschenen.

-           Van deze behandeling is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

-           De uitspraak is bepaald op 28 oktober 2014.

 

1. De feiten

 

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

-           De gerechtsdeurwaarder heeft een aantal inmiddels afgesloten dossiers op klager in behandeling gehad.

-           Op dit moment heeft de gerechtsdeurwaarder nog drie vorderingen op klager in behandeling.

-           De voormalige gemachtigde van klager heeft een aantal verzoeken om informatie over de vorderingen, de berekening van de rente en de kosten gedaan die door de gerechtsdeurwaarder bij brieven van 4 januari, 28 februari, 4 maart en 26 maart 2013 zijn beantwoord.

-           Op 28 februari 2013 is er telefonisch contact geweest tussen de voormalige gemachtigde en een medewerker van de gerechtsdeurwaarder.

-           Op 29 maart 2013 heeft de voormalige gemachtigde een e-mail gezonden aan de gerechtsdeurwaarder die een reactie vormt op de brief van 26 maart 2013 waarbij een betalingsregeling is voorgesteld. Daarin doet de voormalige gemachtigde een tegenvoorstel en herhaalt hij de vragen die volgens hem niet zijn beantwoord, met name over de wijze waarop de geïncasseerde bedragen zijn afgeboekt. Deze brief is niet door de gerechtsdeurwaarder beantwoord.

-           Bij e-mail van 16 juli 2013 heeft de voormalige gemachtigde gerappelleerd, bij gebreke van tijdige beantwoording hij indiening van de onderhavige klacht heeft aangekondigd. Ook deze e-mail is niet door de gerechtsdeurwaarder beantwoord.

 

2. De klacht

 

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder - kort samengevat - dat hij structureel en categorisch heeft geweigerd om de verzochte informatie te verschaffen. Voorts wordt toekenning gevraagd van een vergoeding van de door de voormalige gemachtigde gemaakte kosten.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder betreurt het dat niet op de brieven is gereageerd. Op zijn kantoor is een onderzoek ingesteld om dit in de toekomst te voorkomen.

 

4. De beoordeling van de klacht

 

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tucht-rechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft gerechtsdeurwaarder [     ] zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechts-deurwaarderswet.

 

4.2 Als uitgangspunt heeft te gelden dat van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven en e-mails met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso binnen een redelijke termijn beantwoordt. Nu beantwoording van de brief van 29 maart 2013, ondanks een rappel van 16 juli 2013, is uitgebleven, is dit klachtonderdeel terecht voorgesteld. De Kamer rekent het de gerechtsdeurwaarder daarnaast in het bijzonder aan dat hij, nadat de klacht was ingediend, niet alsnog tot beantwoording van de desbetreffende brief is overgegaan.

 

4.3 De Kamer is niet bevoegd een schadevergoeding toe te kennen. Het verzoek van klager met betrekking tot het vergoeden van de door de voormalige gemachtigde gemaakte kosten zal de Kamer passeren, omdat voor dergelijke verzoeken in een tuchtprocedure geen plaats is.

 

4.4Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart de klacht gegrond;

-       legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

 

Aldus gegeven door mr. E.R.S.M. Marres, voorzitter, en mr. J.H.C. Schouten en M.W. de Ruijter, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 oktober 2014, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens