Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2014:158
Datum uitspraak:
09-09-2014
Datum publicatie:
10-10-2014
Zaaknummer(s):
GDW1021.2013
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Een berisping
Inhoudsindicatie:
 Beslag op uitkering terugbetalen ontvangen gelden, afhandelen klacht. De Kamer overweegt dat tussen de datum waarop het verzoek om terugbetaling is gedaan en de datum waarop de gelden zijn teruggestort teveel tijd heeft gezeten. De beslagene heeft belang bij een tijdige en correcte vaststelling van een beslagvrije voet en eventueel te veel ingehouden gelden dienen ook tijdig te worden terugbetaald. De terugbetaling heeft te lang op zich laten wachten. De klacht is terecht voorgesteld. De klacht dat de bij de gerechtsdeurwaarder ingediende klacht niet voldoende voortvarend is afgehandeld is naar het oordeel van de Kamer eveneens terecht voorgesteld. Klacht gegrond, maatregel van berisping opgelegd.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 9 september 2014 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met zaaknummer 1021.2013 ingediend door:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

gemachtigde: [     ],

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde.

 

Ontstaan en loop van de procedure

 

Bij brief van 17 december 2013 heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna de gerechtsdeurwaarder.

Bij brief van 16 januari 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

De klacht is behandeld ter zitting van 1 juli 2014 alwaar klager, zijn gemachtigde en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen.

Van de behandeling ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 9 september 2014.

 

1. De feiten

 

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

De gerechtsdeurwaarder is belast met incasseren van een vordering ten laste van klager. Op 25 juni 2013 is ten laste van klager beslag gelegd onder het UWV met toepassing van een beslagvrije voet. Op 7 november 2014 heeft klager een verzoek gedaan tot aanpassen van de beslagvrije voet met terugwerkende kracht. Op 14 november 2013 heeft de gerechtsdeurwaarder het UWV en de gemachtigde van klager medegedeeld dat de beslagvrije voet is aangepast. Op 2 december 2013 heeft klager een klacht bij de gerechtsdeurwaarder ingediend. Bij brief van 30 december 2013 heeft de gerechtsdeurwaarder het UWV medegedeeld dat de teveel ontvangen gelden inzake het ten laste van klager gelegde loonbeslag binnen enkele dagen aan het UWV zullen worden gerestitueerd. Op 6 januari 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder telefonisch contact met klager opgenomen naar aanleiding van de door hem ingediende klacht. Bij brief van 16 januari 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder het telefoongesprek van 6 januari 2014 bevestigd.

2. De klacht

 

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat het te lang heeft geduurd voordat het beslag met terugwerkende kracht is toegepast en de teveel geinde gelden aan hem zijn terugbetaald. Daarnaast verwijt klager de gerechtsdeurwaarder dat hij de bij hem ingediende klacht niet voortvarend genoeg heeft afgehandeld.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft de klachten erkend.

 

4. Beoordeling van de klacht

 

4.1 Alvorens tot beoordeling van de klacht over te gaan, wordt overwogen dat op grond van het bepaalde in artikel 34, eerste lid van de Gerechtsdeurwaarderswet gerechtsdeurwaarders (waarnemend en kandidaat-gerechtsdeurwaarders inbegrepen) aan tuchtrechtspraak zijn onderworpen. Het gerechtsdeurwaarderskantoor [     ] kan niet als beklaagde worden aangemerkt. Omdat het dossier in behandeling is op het kantoor te [     ] , wordt de aan dat kantoor verbonden gerechtsdeurwaarder aangemerkt als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van deze beschikking al rekening gehouden.

 

4.2 Ter beoordeling staat of door de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar is gehandeld in de zin van voormeld artikel.

 

4.3 Bij de beoordeling dient tot uitgangspunt dat uit de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 1986-1987, 17897, nr. 5, p. 13 en Kamerstukken II 2007-2008, 24 515, nr. 138, p. 3-41 ) en de civiele jurisprudentie ten aanzien van de beslagvrije voet samengevat volgt dat de beslagvrije voet onverwijld en met terugwerkende kracht dient te worden aangepast, tenzij onbekendheid met de juiste beslagvrije voet te wijten is aan (toerekenbaar) onjuiste of onvolledige inlichtingen van de zijde van de beslagene. Op grond van tuchtrechtelijke jurisprudentie - waarvoor andere normen gelden dan in het civiele recht- geldt dat terugbetaling door de gerechtsdeurwaarder slechts mogelijk is voor gelden die hij nog onder zich heeft (ECLI: NL: RBAMS:2012: YB0797 en ECLI: NL: RBAMS:2012: YB0854).

 

4.4 In deze zaak heeft de gerechtsdeurwaarder het verzoek en de voor de herberekening van de beslagvrije voet benodigde stukken ontvangen op 7 november 2013. Op 14 november 2014 is de beslagvrije voet aangepast en is dat aan klager en het UWV medegedeeld. Op 30 december 2013 is het UWV medegedeeld dat het teveel ingehouden gelden zouden worden terugstort. De Kamer is van oordeel dat tussen de datum waarop het verzoek is gedaan en de datum waarop de gelden zijn teruggestort teveel tijd heeft gezeten. De beslagene heeft belang bij een tijdige en correcte vaststelling van een beslagvrije voet en eventueel te veel ingehouden gelden dienen ook tijdig te worden terugbetaald. De terugbetaling heeft te lang op zich laten wachten. De klacht is terecht voorgesteld. Dat niet alles is terugbetaald is gelegen in het feit dat de gerechtsdeurwaarder een deel van de gelden al had uitbetaald aan zijn opdrachtgever.

 

4.4 De gerechtsdeurwaarder heeft ook erkend dat de afhandeling van de bij hem ingediende klacht te lang op zich heeft laten wachten. De door de gerechtsdeurwaarder daarvoor aangevoerde redenen, afwezigheid van personeel door vakantie en ziekte, komen voor zijn rekening en risico. De klacht dat de bij de gerechtsdeurwaarder ingediende klacht niet voldoende voortvarend is afgehandeld is naar het oordeel van de Kamer eveneens terecht voorgesteld.

 

4.5 Gelet op het maatschappelijke belang bij een juiste toepassing van de beslagvrije voet en een tijdige terugbetaling van ten onrechte ontvangen gelden, acht de Kamer termen aanwezig de gerechtsdeurwaarder de navolgende maatregel op te leggen.

 

5. Op grond van het voorgaande beslist als volgt.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart de klacht gegrond,

-       legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

 

Aldus gegeven door mr. A.W.J. Ros, voorzitter, mr. A. Sissing en A.M. Maas, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 september 2014 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens