Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2014:148
Datum uitspraak:
22-07-2014
Datum publicatie:
29-08-2014
Zaaknummer(s):
GDW840.2013
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
 De klacht betreft het in rekening brengen van nasalaris zonder opdracht van de opdrachtgever. Met verwijzing naar rechtspraak van de Hoge Raad ten aanzien van het nasalaris oordeelt de Kamer dat de gerechtsdeurwaarder het vonnis aan klaagster kon betekenen en daarbij ook bevel kon doen tot betaling van het nasalaris. Anders dan klaagster meent, is een aparte opdracht voor het in rekening brengen van nasalaris niet noodzakelijk. De klacht wordt ongegrond verklaard.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 22 juli 2014 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met zaaknummer 840.2013 ingediend door:

 

[     ],

wonende te [     ],

klaagster,

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde.

 

Ontstaan en loop van de procedure

 

Bij brief van 18 oktober 2013 heeft klaagster een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna de gerechtsdeurwaarder.

Bij brief van 25 november 2013 heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

De klacht is behandeld ter zitting van 17 juni 2014 alwaar klaagster en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen.

Van de behandeling ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 22 juli 2014.

 

1. De feiten

 

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

Klaagster is bij vonnis van 7 juni 2012 door de kantonrechter te [     ] veroordeeld in de kosten van de procedure. Bij brief van 13 juni 2012 heeft de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder  klaagster verzocht aan de veroordeling te voldoen. Bij exploot van 11 juli 2012 heeft de gerechtsdeurwaarder het vonnis aan klaagster betekend met bevel tot betaling van € 625,00 aan proceskosten, € 312,50 aan nasalaris gemachtigde en € 87,24 aan kosten exploot. Door klaagster is bezwaar gemaakt tegen het nasalaris.

 

2. De klacht

 

Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarder dat deze het bedrag van de proceskosten, onrechtmatig heeft verhoogd met een bedrag van € 312,50 aan nasalaris gemachtigde. Over deze kwestie heeft klaagster diverse malen telefonisch contact gehad met de gerechtsdeurwaarder. Klaagster is gebleken dat de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder nimmer opdracht heeft gegeven om naast de proceskosten ook het nasalaris in te vorderen. Een gerechtsdeurwaarder is gehouden uitvoering te geven aan de opdracht van zijn opdrachtgever. Eigenhandig de vordering verhogen is de gerechtsdeurwaarder niet toegestaan. Klaagster heeft geprobeerd bij de gerechtsdeurwaarder nadere informatie te verkrijgen omtrent een eventuele nadere opdracht, doch de gerechtsdeurwaarder heeft daarover geen informatie verstrekt.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Hij heeft onder meer aangevoerd dat nadat door klaagster telefonisch was aangegeven dat zij in hoger beroep zou gaan tegen het vonnis van de kantonrechter en het nasalaris uitdrukkelijk had betwist, het nasalaris direct is tegen geboekt en intern de instructie is gegeven het vonnis vooralsnog niet te executeren. Klaagster heeft nooit om een toelichting op het nasalaris verzocht. In haar brief van 12 juli 2012 werd slechts verwezen naar de brief van haar toenmalige gemachtigde aan de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder. Die heeft de gerechtsdeurwaarder op 16 juli 2012 gevraagd hoe het nasalaris werd berekend. Op 19 juli 2012 heeft de gerechtsdeurwaarder die vraag beantwoord. De gerechtsdeurwaarder is er vanuit gegaan dat zijn opdrachtgever dit door zou geven aan de gemachtigde van klaagster. Op 24 juli 2012 heeft klaagster wederom contact opgenomen met zijn kantoor. Klaagster gaf aan dat zij nog op een reactie wachtte op haar brief van 12 juli 2012. Klaagster is bij brief van 24 juli 2012 medegedeeld dat de gerechtsdeurwaarder in afwachting was van instructies van zijn opdrachtgever. Op 29 augustus 2012 heeft de opdrachtgever de gerechtsdeurwaarder medegedeeld dat het dossier gesloten kon worden in verband met het door klaagster ingestelde hoger beroep. Het is nooit de intentie van de gerechtsdeurwaarder geweest niet te reageren richting klaagster. Achteraf bezien was het beter geweest klaagster bij brief van 24 juli 2012 te bevestigen dat het nasalaris was tegen geboekt en dat verder geen acties zouden worden ondernomen. Dit is niet aan klaagster meegedeeld, echter verdere executiemaatregelen zijn nooit aan de orde geweest, aldus de gerechtsdeurwaarder.

 

4. Beoordeling van de klacht

 

4.1 Op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn (kandidaat) gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt.  Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarders een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in voormelde zin oplevert.

 

4.2 Ten aanzien van het in rekening brengen van nakosten overweegt de Kamer dat de Hoge Raad in zijn arrest van 19 maart 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BL1116) heeft beslist dat de kostenveroordeling als bedoeld in art. 237 lid 1 Rv. betrekking heeft op zowel de voor als de na de uitspraak gemaakte kosten, en daarmee dus voor alle kosten een executoriale titel oplevert. Voor het geval over de hoogte van de na de uitspraak ontstane kosten daarvan bij de executie een geschil rijst, kan de rechter het bedrag van deze kosten alsnog begroten op de voet van art. 237 lid 4 Rv. Dit arrest geldt ook voor kantonzaken. Ook als de nakosten niet werden gevorderd – zo volgt uit het arrest van de Hoge Raad – levert de proceskostenveroordeling  tevens een executoriale titel op voor de nakosten.

 

4.3 Uit het voorgaande volgt dat de gerechtsdeurwaarder het vonnis aan klaagster kon betekenen en daarbij ook bevel kon doen tot betaling van het nasalaris. Anders dan klaagster meent, is een aparte opdracht voor het in rekening brengen van nasalaris niet noodzakelijk. Dat de gerechtsdeurwaarder opdracht is gegeven het vonnis ten uitvoer te leggen blijkt uit de door klaagster bij haar klacht overgelegde email van de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder waarin dat staat vermeld (bijlage 7 bij de klacht).

 

4.4 Wel is de gerechtsdeurwaarder uitgegaan van een onjuist bedrag aan nasalaris. De gerechtsdeurwaarder heeft dit ook erkend. Dit levert echter geen tuchtrechtelijk laakbaar handelen op nu gesteld noch gebleken is dat er sprake is van een structurele onzorgvuldigheid of van handelen tegen beter weten in. Het nasalaris is nadat dit door klaagster werd betwist, direct door de gerechtsdeurwaarder tegen geboekt en door hem is intern de instructie gegeven vooralsnog in die zaak geen verdere actie meer te ondernemen. Zoals door de gerechtsdeurwaarder terecht is opgemerkt, was het beter geweest klaagster van deze acties op de hoogte te stellen. Echter het enkele feit dat dit niet is gedaan maakt -mede gelet op het navolgende- niet dat er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen.

 

4.5 Gelet op de overgelegde stukken heeft de discussie over het nasalaris zich afgespeeld tussen klaagster en de deken van de orde van advocaten, de opdrachtgever en haar advocaat, de opdrachtgever en de deken en de gerechtsdeurwaarder en zijn opdrachtgever. Dat klaagster de gerechtsdeurwaarder om een toelichting heeft verzocht op het nasalaris kan niet worden vastgesteld. De brief van klaagster 12 juli 2012 betrof slechts een verwijzing naar de brief van haar gemachtigde aan de opdrachtgever. De gerechtsdeurwaarder heeft klaagster daarop bij brief van 24 juli 2012 medegedeeld dat hij in afwachting was van een reactie van zijn opdrachtgever. Naar aanleiding van de brief van de gemachtigde van klaagster van 12 juli 2012 heeft de opdrachtgever de gerechtsdeurwaarder verzocht hoe de nakosten waren berekend. De gerechtsdeurwaarder heeft op 19 juli 2012 antwoord gegeven op de gestelde vraag. De gerechtsdeurwaarder mocht er van uitgaan dat zijn opdrachtgever de gemachtigde van klaagster over het gegeven antwoord zou informeren. Dat is niet gebeurd maar dat kan niet aan de gerechtsdeurwaarder worden tegengeworpen. De Kamer begrijpt dat het voor klaagster vervelend is dat een deel van de discussie zich heeft afgespeeld buiten haar om, maar tuchtrechtelijk laakbaar handelen van de gerechtsdeurwaarder kan niet worden vastgesteld

 

5. Op grond van het voorgaande beslist als volgt.

 

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart de klacht ongegrond.

 

Aldus gegeven door mr. E.R.S.M. Marres, voorzitter, mr. M. Nijenhuis en M. Colijn, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juli 2014 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens