Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:TGDKG:2014:137
Datum uitspraak:
22-07-2014
Datum publicatie:
29-08-2014
Zaaknummer(s):
GDW983.2013
Onderwerp:
Incassotraject
Beslissingen:
Een berisping
Inhoudsindicatie:
 Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder bij het verstrekken van de opgave van de vordering in een dossier ten onrechte ook een gedeelte van de vordering in een ander dossier te betrekken, terwijl dat bedrag al was geïncasseerd, de voor een bepaald dossier gegeven automatische incasso ten onrechte heeft gebruikt voor voldoening van andere dossiers en klager ten onrechte geen compensatie is geboden over een periode van vijf jaar. Twee klachtonderdelen worden ongegrond verklaard maar het ten onrechte gebruiken van de automatische incasso voor andere dossier acht de Kamer tuchtrechtelijk laakbaar. Maatregel van berisping opgelegd.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 22 juli 2014 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 983.2013 ingesteld door:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde,

gemachtigde: [     ].

 

Ontstaan en loop van de procedure

-           Bij brief met bijlagen, ingekomen op 11 december 2013, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder.

-           Bij verweerschrift, ingekomen op 6 januari 2014, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd.

-           Klager heeft telefonisch medegedeeld niet ter zitting te zullen verschijnen.

-           De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 24 juni 2014 alwaar de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder is verschenen.

-           Van deze behandeling is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

-           De uitspraak is bepaald op 22 juli 2014.

 

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

-           De gerechtsdeurwaarder is door zorgverzekeraar [     ] belast met het incasseren van een vijftal vorderingen. Drie daarvan (met nummers 6417361, 0001785 en 0208096) zijn na een gerechtelijke procedure voldaan. Omdat met klager een betalingsregeling was getroffen in dossiers 0001785 en 0208096 heeft de gerechtsdeurwaarder de incasso van het dossier met nummer 0054437 aangehouden.

-           Nadat klager opheldering had verzocht over een bij brief van 26 augustus 2013 aan hem gezonden specificatie heeft de gerechtsdeurwaarder hem per e-mail van 28 augustus 2013 medegedeeld dat in het desbetreffende dossier een fout was gemaakt. De gerechtsdeurwaarder heeft een nieuwe opgave van de vordering aan klager doen toekomen.

-           Klager en de gerechtsdeurwaarder hebben over en weer gecorrespondeerd over wat verschuldigd is in welk dossier en over de vraag voor welke vorderingen een machtiging is verstrekt. Aan klager zijn nadere stukken gezonden.

-           In een brief van 18 november 2013 heeft de gerechtsdeurwaarder erkend dat in het openstaande dossier met nummer 005437 per abuis de hoofdsom van een ander dossier was opgenomen en dat ook andere periodes ten onrechte zijn meegenomen in dat dossier. Gelet daarop heeft hij de uiteindelijk verschuldigde incassokosten voor de helft voor zijn rekening genomen.

-           De gerechtsdeurwaarder heeft een voor dossier 0208096 gegeven automatische incasso ten onrechte gebruikt voor voldoening van de dossiers met nummers 0054437 en 3165443. Nadat klager de gerechtsdeurwaarder daarop had gewezen is vanaf 1 september 2013 geen gebruik meer gemaakt van de automatische incasso.

 

2. De klacht

Klager beklaagt zich er samengevat over dat:

a: de gerechtsdeurwaarder bij het verstrekken van de opgave van de vordering inzake dossier 0054437 ten onrechte ook een gedeelte van de vordering inzake dossier 6417361 daarbij heeft opgeteld terwijl dat bedrag al was geïncasseerd;

b: de gerechtsdeurwaarder de voor dossier 0208096 gegeven automatische incasso ten onrechte heeft gebruikt voor voldoening van de dossiers met nummers 0054437 en 3165443;

c: de door de gerechtsdeurwaarder gegeven uitleg niet te volgen is en dat klager ten onrechte geen compensatie is geboden over een periode van vijf jaar.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klachtonderdelen a en b erkend. Klachtonderdeel c heeft de gerechtsdeurwaarder gemotiveerd weersproken.

 

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tucht-rechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

 

4.2 Met betrekking tot klachtonderdeel a overweegt de Kamer dat de gerechts-deurwaarder erkent dat diens opdrachtgever bij het uit handen geven van vordering 0054437 ook een gedeelte van de hoofdsom had meegenomen die al in dossier 6417361 was geïncasseerd. Dit is een omstandigheid die de gerechtsdeurwaarder niet zwaar kan worden toegerekend nu het dossier zo door de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder aan hem waren aangeleverd. Daarnaast heeft de gerechtsdeur-waarder bij brief van 18 november 2013 aan klager uitleg verschaft en de hoofdsom inzake dossier 0054437 en de incassokosten aangepast. Van tuchtrechtelijk laakbaar handelen is dan ook geen sprake.

 

 

4.2 Met betrekking tot klachtonderdeel b overweegt de Kamer dat de gerechtsdeurwaarder erkent dat hij de in dossier 208096 door klager afgegeven automatische incasso tot 1 september 2013 ten onrechte heeft gebruikt ter aflossing van de nog openstaande dossiers 0054437 en 3164543, hetgeen als tuchtrechtelijk laakbaar handelen kan worden aangemerkt.

 

4.3 Met betrekking tot klachtonderdeel c overweegt de Kamer dat de enkele niet nader door klager onderbouwde stelling dat de gerechtsdeurwaarder hem ten onrechte geen compensatie heeft aangeboden over een periode van vijf jaar onvoldoende is om tuchtrechtelijk laakbaar handelen vast te kunnen stellen.

 

4.4  Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart het klachtonderdeel b gegrond;

-       legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op;

-       verklaart de klacht voor het overige ongegrond.

 

Aldus gegeven door mr. A.W.J. Ros, voorzitter, en mr. M.S.F. Voskens en A.M. Maas, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juli 2014, in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens