ECLI:NL:TAHVD:2025:45 Hof van Discipline 's Gravenhage 240165
ECLI: | ECLI:NL:TAHVD:2025:45 |
---|---|
Datum uitspraak: | 03-02-2025 |
Datum publicatie: | 21-03-2025 |
Zaaknummer(s): | 240165 |
Onderwerp: |
|
Beslissingen: | |
Inhoudsindicatie: | Intrekking klacht door klaagster. Vernietiging beslissing raad. Naar het oordeel van het hof bestaan geen redenen van algemeen belang die met zich brengen dat de behandeling van de klacht moet worden voortgezet. |
Beslissing van 3 februari 2025
in de zaak 240165
naar aanleiding van het hoger beroep van:
verweerster
gemachtigde: mr. N. Fanoy, advocaat te Amsterdam
tegen:
klaagster
gemachtigde: mr. G.D.J. Zaalberg, advocaat te Ursem
1 DE PROCEDURE
Bij de raad van discipline
1.1 De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft in de zaak tussen klaagster en verweerster (zaaknummer: 24-043/A/NH) een beslissing gewezen op 29 april 2024. In deze beslissing zijn de klachtonderdelen a), voor zover dit ziet op het niet beantwoorden van de vragen, d) en g) gegrond verklaard en zijn de klachtonderdelen a) (voor het overige), b), c), e) en f) ongegrond verklaard. Aan verweerster is de maatregel van berisping opgelegd. Verder is verweerster veroordeeld tot betaling van het griffierecht, reiskosten en proceskosten.
1.2 Deze beslissing is onder ECLI:NL:TADRAMS:2024:81 op tuchtrecht.nl gepubliceerd.
Bij het hof van discipline
1.3 Het beroepschrift van verweerster tegen de beslissing is op 28 mei 2024 ontvangen door de griffie van het hof.
1.4 Verder bevat het dossier van het hof:
- de stukken van de raad;
- de e-mail van de gemachtigde van klaagster van 4 december 2024, inhoudende de
mededeling dat klaagster na het bereiken van een minnelijke regeling haar klacht tegen
verweerster intrekt;
- de e-mail van de gemachtigde van verweerster van eveneens 4 december 2024, waarin
zij onder meer bevestigt dat tussen verweerster en klaagster een schikking is bereikt
inzake de kwesties die hebben geleid tot de door klaagster tegen verweerster ingediende
en thans nog aanhangige tuchtklacht(en) en dat verweerster zich kan vinden in de intrekking
van de klacht(en) door klaagster.
1.5 De zaak is in raadkamer behandeld.
2 BEOORDELING
Maatstaf
2.1 De eerste volzin van artikel 47a Advocatenwet bepaalt dat, in geval van intrekking van de klacht, de behandeling daarvan wordt gestaakt, tenzij de tuchtrechter beslist dat de behandeling van de klacht om redenen aan het algemeen belang ontleend, moet worden voortgezet. Blijkens artikel 57 lid 2 Advocatenwet is artikel 47a Advocatenwet van overeenkomstige toepassing op de behandeling in hoger beroep. Beslist het hof tot staking van de behandeling, dan leidt dit tot een dictum waarbij de beslissing van de raad wordt vernietigd (ongeacht de inhoud daarvan) en wordt verstaan dat de klacht geen behandeling meer behoeft. Bij de beoordeling of de behandeling moet worden voortgezet om redenen aan het algemeen belang ontleend, hanteert het hof de navolgende uitgangspunten, onder aantekening dat het niet beoogt een limitatieve opsomming te geven:
(i) indien de feitelijke grondslag van de klacht door de verweerder wordt betwist en prima facie verschillend kan worden gedacht over de waardering van het bewijs daarvan, zal voortzetting van de behandeling doorgaans niet in de rede liggen; met delicate bewijsbeslissingen is geen algemeen belang gemoeid;
(ii) indien de feitelijke grondslag van de klacht onbetwist is of prima facie geen twijfel bestaat dat deze bewezen is, dan is voornamelijk de aard van de geschonden norm bepalend voor de beslissing om de behandeling al dan niet voort te zetten;
(iii) is de aard van de gestelde normschending deze dat de advocaat tekortgeschoten is bij de inhoudelijke behandeling van de hem door zijn cliënt toevertrouwde zaak, dan zal voortzetting van de behandeling doorgaans niet geïndiceerd zijn; in zodanig geval prevaleert het belang van de cliënt bij een minnelijke regeling (die doorgaans ten grondslag ligt aan de intrekking van de klacht) boven het algemeen belang dat door de tuchtrechter wordt vastgesteld dat de advocaat de kernwaarde van deskundigheid heeft geschonden; de ernst van de gestelde tekortkoming zal daarbij van ondergeschikte betekenis zijn; deze zal immers zijn verdisconteerd in de met de cliënt getroffen regeling;
(iv) in andere gevallen zal de beslissing om de behandeling al dan niet voort te zetten afhankelijk zijn van de mate waarin de gestelde normschending raakt aan andere kernwaarden dan deskundigheid bij de behartiging van de belangen van de cliënt, en van de mate waarin het wenselijk voorkomt dat de tuchtrechter de desbetreffende norm (opnieuw) onder de aandacht brengt van de beroepsgroep in het algemeen en/of van de verwerende advocaat in het bijzonder;
(v) voortzetting van de behandeling zal in elk geval geïndiceerd zijn indien de verwerende advocaat de ongeoorloofdheid van zijn (vaststaande) handelwijze ten principale betwist en een beslissing op dat verweer precedentwaarde heeft voor de praktijk.
Geen voortzetting klachtbehandeling en vernietiging beslissing raad
2.2 Naar het oordeel van het hof bestaan geen redenen van algemeen belang die met zich brengen dat de behandeling van de klacht moet worden voortgezet. De gedragingen die in hoger beroep nog ter beoordeling voorliggen (klachtonderdelen a (gedeeltelijk), b en g) en de volgens klaagster met die gedragingen geschonden norm raakt aan haar individuele belang en niet aan een algemeen belang. Er is dan ook geen aanleiding om de deken te horen.
2.3 Omdat geen grond bestaat voor voortzetting van de klachtbehandeling zal het hof de beslissing van de raad vernietigen.
3 BESLISSING
Het Hof van Discipline:
3.1 vernietigt de beslissing van 29 april 2024 van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam, gewezen onder nummer 24-043/A/NH;
3.2 verstaat dat de klacht geen behandeling meer behoeft.
Deze beslissing is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, voorzitter, mrs. R. Verkijk
en I.P.A. van Heijst, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Wijtzes, griffier, en
in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2025.
griffier voorzitter
De beslissing is verzonden op 3 februari 2025.