ECLI:NL:TADRSHE:2025:52 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-714/DB/ZWB

ECLI: ECLI:NL:TADRSHE:2025:52
Datum uitspraak: 24-03-2025
Datum publicatie: 31-03-2025
Zaaknummer(s): 24-714/DB/ZWB
Onderwerp: Grenzen van het tuchtrecht, subonderwerp: Advocaat in overige hoedanigheden
Beslissingen: Regulier
Inhoudsindicatie: Raadsbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van (voormalig) werknemer. Klager verwijt verweerster dat zij meer tijd voor een handeling (brief, e-mail of telefoongesprek) heeft geschreven, dan daadwerkelijk aan die handeling is besteed. De raad heeft de feitelijke grondslag van dit klachtonderdeel niet kunnen vaststellen. Ook verwijt klager verweerster dat zij tijd heeft geschreven voor telefoongesprekken met cliënten, terwijl die telefoongesprekken niet daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Verweerster heeft dit erkend en heeft de achtergrond van deze urenregistratie gemotiveerd toegelicht, in welk verband zij onder meer naar voren heeft gebracht dat zij de aan de voorbereiding van de telefoongesprekken bestede tijd heeft geschreven. Op grond van de specifieke in de onderhavige klachtzaak aan de orde zijnde omstandigheden leidt het registreren van tijd voor “telefoongesprekken” terwijl die telefoongesprekken niet daadwerkelijk hebben plaatsgevonden naar het oordeel van de raad niet tot de conclusie dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ongegrond.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch

van 24 maart 2025

in de zaak 24-714/DB/ZWB

naar aanleiding van de klacht van:

klager

gemachtigde:

over:

verweerster

1. VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Op 2 oktober 2023 heeft de gemachtigde van klager namens klager tegen verweerster een klacht ingediend bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant (hierna: “de deken”).

1.2 Op 2 oktober 2024 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K23-069 van de deken ontvangen.

1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 10 februari 2025. Verschenen is klager, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerster is niet verschenen.

1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de volgende nagezonden stukken:

- de e-mail van klagers gemachtigde met bijlagen van 4 oktober 2024.

2. FEITEN

2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.

2.2 Verweerster is op 21 december 2018 beëdigd als advocaat en per 31 december 2024 op eigen verzoek geschrapt van het tableau.

2.3 Verweerster is op 21 oktober 2021 als gevorderd advocaat-stagiaire in dienst getreden bij klagers advocatenkantoor, dat gespecialiseerd is in letselschade. In 2022 heeft verweerster de Grotius opleiding personenschade gevolgd en afgerond.

2.4 Op 30 juni 2023 heeft verweerster haar dienstverband opgezegd.

2.5 Klager heeft verweerster op 11 augustus 2023 ermee geconfronteerd dat hij onderzoek had gedaan en dat daaruit was gebleken dat verweerster in de periode van 21 juni 2023 tot en met 9 augustus 2021 in totaal 7,5 uur teveel tijd had geregistreerd. Volgens klager had verweerster in enkele dossiers meer tijd geschreven dan zij daadwerkelijk aan die dossiers had besteed en had zij tijd genoteerd voor telefoongesprekken die niet daadwerkelijk hadden plaatsgevonden.

2.6 Klager heeft verweerster op 11 augustus 2023 op non-actief gesteld. Klager heeft verweerster vervolgens een vaststellingsovereenkomst ter ondertekening aangeboden. Verweerster heeft de vaststellingsovereenkomst niet ondertekend. Het dienstverband is door klaagsters opzegging geëindigd op 1 oktober 2023. Met ingang van 1 oktober 2023 is verweerster haar eigen advocatenpraktijk gestart.

2.7 Op 2 oktober 2023 heeft klagers gemachtigde namens klager tegen verweerster een klacht ingediend bij de deken.

2.8 Dekra heeft onderzoek gedaan naar meerdere letselschadedossiers die bij het kantoor van klager in behandeling waren. Dekra heeft in een door verweerster behandeld dossier over de hoogte van de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten vragen gesteld, die verweerster heeft beantwoord. Dekra heeft vervolgens bij e-mail van 13 maart 2024 aan klager bevestigd dat in het betreffende dossier van fraude geen sprake was.

3. KLACHT

3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster het volgende:

Klager verwijt verweerster dat zij heeft gehandeld in strijd met de financiële integriteit doordat zij:

1. meer tijd voor een handeling (brief, e-mail of telefoongesprek) heeft geschreven, dan daadwerkelijk aan die handeling is besteed;

2. tijd heeft geschreven voor telefoongesprekken met cliënten, terwijl die telefoongesprekken niet daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.

3.2 Toelichting

Klachtonderdeel 1:

  • Handelingen waarvoor verweerster 12, 18 of 30 minuten heeft geschreven, hadden naar inschatting van klager in minder tijd gedaan kunnen worden. Deze inschatting is gebaseerd op de lengte van het bericht en/of de eenvoud ervan;
  • In sommige dossiers zijn meerdere handelingen verricht en is per handeling tijd geschreven. De in totaal genoteerde tijd was niet gerechtvaardigd, omdat het bijvoorbeeld ging om eenzelfde brief aan twee verschillende personen, welke brief twee keer volledig in rekening is gebracht;
  • Volgens het digitale systeem Kleos waarin is gewerkt, is in sommige dossiers maar een minuut c.q. enkele minuten gewerkt, terwijl er veel meer tijd is geschreven.

Klachtonderdeel 2:

Klager verwijt verweerster dat zij tijd heeft geschreven voor een aantal telefoongesprekken, terwijl deze telefoongesprekken niet daadwerkelijk zijn gevoerd.Het gaat om de volgende data, geregistreerde tijd en dossiers:

  • Op 5 juli 2023 is er in totaal 54 minuten tijd geschreven in de dossiers 01776, 01162 en 01846;
  • Op 6 juli 2023 is er in totaal 24 minuten tijd geschreven in de dossiers 01375 en 01448;
  • Op 20 juli 2023 is er 12 minuten tijd geschreven in dossier 01156;
  • Op 25 juli 2023 is in totaal 30 minuten tijd geschreven in de dossiers 0124, 01092 en 01572;
  • Op 4 augustus is in totaal 48 minuten tijd geschreven in de dossiers 01089, 01226, 01198 en 00959.

4. VERWEER

4.1 Klachtonderdeel 1:

In tegenstelling tot verweersters mannelijke collega’s, had zij niet de beschikking over secretariële ondersteuning. Daarnaast hecht verweerster aan kwaliteit en kost zorgvuldigheid tijd. De tijd waarop de klacht ziet is grotendeels niet doorbrekend aan cliënten of verzekeraars omdat het hier gaat om een interne tijdsregistratie.

4.2 De tijdsregistratie in Kleos geeft, anders dan klager heeft betoogd, geen goed beeld van de aan de zaak bestede tijd. Er kan in Outlook, Word en Excel worden gewerkt zonder Kleos te openen en documenten kunnen buiten het Kleos-systeem worden opgeslagen. Als er geen opdracht wordt gegeven om een e-mail aan Kleos toe te voegen, wordt geen tijd geregistreerd. Doordat er vaak storingen en vertragingen waren bij het gebruik van Kleos werkte verweerster vaak buiten het systeem.

4.3 Klachtonderdeel 2:

De gesprekken op 6 juli 2023 in de dossiers 01375 en 1448 en het gesprek op 20 juli 2023 in het dossier 01156 zijn wel degelijk gevoerd. Ter zake de overige door klager onder klachtonderdeel 2 genoemde gevallen heeft inderdaad geen telefoongesprek plaatsgevonden, maar is er alleen sprake geweest van voorbereidingshandelingen. Verweerster had zich voorgenomen om telefoongesprekken te voeren en heeft deze voorbereid. Aan het werkelijke gesprek is niet meer toegekomen. Door de hoge werkdruk en vele zaken die moesten worden afgehandeld, kwam verweerster soms in tijdnood. Verweerster heeft ter onderbouwing van het verweerder enkele notities van de voorbereidingshandelingen overgelegd.

4.4 Verweerster kan zich voorstellen dat haar wijze van registreren tot vragen leidt. In Kleos is het niet mogelijk om als werkzaamheid “voorbereiden telefoongesprek” te registreren. De interne afspraak op kantoor was om zo min mogelijk tijd als “studie” te registreren, zodat verweerster heeft gekozen voor “telefoongesprek”. Verweerster had dit moeten nuanceren door een toelichting toe te voegen. Dat zij dit niet heeft gedaan kan haar worden aangerekend, maar alle geschreven tijd is ook daadwerkelijk besteed. Van fraude is geen sprake.

4.5 Verweerster heeft haar werkgever niet willen benadelen. Van benadeling is ook geen sprake, ook niet jegens de verzekeraars. Er is weliswaar door een verzekeraar (Dekra) een onderzoek ingesteld, maar dat onderzoek zag op meerdere dossiers van klager zelf en op slechts een dossier van klaagster. Uit het onderzoek volgde de conclusie dat er geen sprake was van fraude.

4.6 De deken heeft uitgebreid onderzoek gedaan en alle verwijten verwerkt in een document, een schema, zijn de verwijten per dossiernummer en cliëntnaam opgenomen. Klager en verweerder hebben hierop gereageerd. In het dekenstandpunt geeft hij aan dat Kleos geen realistisch beeld van de tijdsbesteding geeft. Kleos registreert alleen tijd als het programma daadwerkelijk wordt geopend/gebruikt. Het is mogelijk, aldus de deken, om buiten het systeem te werken en daarna tijd te registreren. Kleos is da ook geen juiste maatstaf. De deken geeft daaraan ook een concrete onderbouwing.

5. BEOORDELING

5.1 Toetsingskader

De klacht heeft betrekking op het verwijt van klager als werkgever aan het adres van verweerster als werknemer dat zij in een periode van acht weken in totaal zeven en een half uur teveel tijd heeft geregistreerd. Het in de Advocatenwet geregelde tuchtrecht heeft betrekking op het handelen en nalaten van advocaten en beoogt een behoorlijke beroepsuitoefening te waarborgen. Wanneer een advocaat optreedt in een andere hoedanigheid dan die van advocaat, zoals in de onderhavige klachtzaak het geval is, blijft het advocatentuchtrecht in die zin voor hem gelden, dat (slechts) indien die advocaat zich bij de vervulling van diens andere hoedanigheid zodanig gedraagt dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur wordt geschaad, sprake kan zijn van een handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijke advocaat betaamt, waarvan hem een tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden (vgl. HvD 5 augustus 2022, ECLI:NL:TAHVD:2022:131). De raad zal de klacht met in achtneming van dit uitgangspunt beoordelen.

5.2 Klachtonderdeel 1

Klager verwijt verweerster dat zij meer tijd voor een handeling (brief, e-mail of telefoongesprek) heeft geschreven, dan daadwerkelijk aan die handeling is besteed. Verweerster heeft dit onderdeel van de klacht uitdrukkelijk weersproken. De raad kan op basis van de overlegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht de feitelijke grondslag van dit klachtonderdeel niet vaststellen. Of in de door klager genoemde gevallen de door verweerster verrichte werkzaamheden niet de door verweerster geregistreerde tijd rechtvaardigden, zoals klager heeft gesteld, kan de raad niet vaststellen. De feitelijke grondslag van dit klachtonderdeel ontbreekt kortom. De raad zal klachtonderdeel 1 daarom ongegrond verklaren.

5.3 Klachtonderdeel 2

Klager verwijt verweerster dat zij tijd heeft geschreven voor telefoongesprekken met cliënten, terwijl die telefoongesprekken niet daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Verweerster heeft erkend dat zij in een aantal van de door klager genoemde gevallen inderdaad tijd heeft geschreven voor telefoongesprekken, terwijl die telefoongesprekken niet daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Verweerster heeft gemotiveerd toegelicht dat zij de genoteerde tijd echter wel daadwerkelijk aan de behandeling van de betreffende dossiers heeft besteed, namelijk aan de voorbereiding van de telefoongesprekken, die zij van plan was te gaan voeren. Verweerster heeft in dit verband gesteld dat zij ervoor heeft gekozen om die tijd te registreren onder de noemer “telefoongesprek”. Het was, aldus nog steeds verweerster, namelijk niet mogelijk om tijd te schrijven onder de noemer “voorbereiding telefoongesprek”, nu het urenregistratiesysteem daarvoor geen afzonderlijke code kende en daarnaast was binnen het kantoor was afgesproken om zo min mogelijk tijd te schrijven onder de noemer “studie”. Klager heeft deze stellingen van verweerster ter zitting van de raad desgevraagd erkend.

5.4 Verweerster heeft verder erkend dat het zorgvuldiger ware geweest als zij in het urenregistratie systeem had genoteerd dat het telefoongesprek (nog) niet had plaatsgevonden, maar dat zij dit ten gevolge van tijdsdruk heeft verzuimd.

5.5 Op grond van deze specifieke omstandigheden en mede in aanmerking genomen de beperkte omvang van de op onzorgvuldige wijze geregistreerde tijd, leidt het registreren van tijd voor telefoongesprekken, terwijl die telefoongesprekken niet daadwerkelijk hebben plaatsgevonden in de onderhavige klachtzaak naar het oordeel van de raad niet tot de conclusie dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. De urenregistratie had weliswaar zorgvuldiger gekund, maar voor het maken van een tuchtrechtelijk verwijt heeft de raad onvoldoende aanknopingspunten gevonden. Ook dit klachtonderdeel is derhalve ongegrond.

BESLISSING

De raad van discipline:

verklaart de klacht in beide onderdelen ongegrond.

Aldus beslist door mr. J.M.H. Schoenmakers, mrs. J.A. Bloo en H.M.S. Cremers, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber – van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 24 maart 2025.

Griffier Voorzitter

Verzonden op: 24 maart 2025