ECLI:NL:TADRSGR:2026:54 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-621/DH/RO
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2026:54 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 16-03-2026 |
| Datum publicatie: | 20-03-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25-621/DH/RO |
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | Regulier |
| Inhoudsindicatie: | Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerster klachtwaardig heeft gehandeld. De procedure is met klaagster besproken, waarbij verweerster heeft geprobeerd correcte verwachtingen bij klaagster te scheppen over haar rol daarin. Niet gebleken dat verweerster op de zitting en bij de afsluiting van het dossier onjuist heeft gehandeld. Klacht ongegrond. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 16 maart 2026 in de zaak 25-621/DH/RO naar aanleiding van de klacht van:
klaagster
over:
verweerster
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 30 juni 2025 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in
het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.
1.2 Op 15 september 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk R 2025/085
van de deken ontvangen.
1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 2 februari 2026. Klaagster
heeft voorafgaand aan de zitting medegedeeld daarbij niet aanwezig te kunnen zijn.
Verweerster is verschenen.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van
de op de inventaris genoemde bijlagen 1 tot en met 9.
2 FEITEN
2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier
en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2 Bij de rechtbank is een procedure gevoerd waarbij het vaderschap is vastgesteld
waardoor de vader van verzoekster nu ook juridisch de vader is van haar halfzus. Klaagster
is in die procedure aangemerkt door de rechtbank als belanghebbende. Klaagster heeft
eerst (zelfstandig) geprobeerd om niet meer als belanghebbende aangemerkt te worden,
omdat zij meende daarbij geen belang te hebben. Ook zag zij zich door medische omstandigheden
niet in staat aan de procedure deel te nemen. Ter onderbouwing daarvan heeft zij zelf
een medisch rapport van een bedrijfsarts ingediend in de procedure. Het verzoek niet
als belanghebbend te worden aangemerkt is afgewezen door de rechtbank.
2.3 Klaagster heeft vervolgens verweerster ingeschakeld. Op verzoek van klaagster
heeft verweerster de rechtbank benaderd met het verzoek om haar adresgegevens en het
medisch rapport vertrouwelijk te houden en niet te delen met de wederpartij. Ook dit
verzoek is door de rechtbank afgewezen, omdat deze stukken al onderdeel uitmaakten
van het dossier.
2.4 Verweerster heeft nadien een verweerschrift ingediend namens klaagster. Zij
heeft dit verweerschrift ter zitting toegelicht. Klaagster was bij deze zitting niet
aanwezig om medische redenen.
2.5 Na ontvangst van de uitspraak, heeft verweerster per e-mail klaagster geïnformeerd
dat gerechtelijk is vastgesteld dat klaagster en de halfzus dezelfde vader hebben
en dat verder (DNA-)onderzoek volgens de rechtbank niet nodig is. Verweerster heeft
daarbij gevraagd of klaagster nog vragen had en medegedeeld het dossier te zullen
sluiten.
3 KLACHT
3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagster verwijt
verweerster het volgende.
a) Verweerster heeft geen inhoudelijke uitleg gegeven over klaagsters rechtspositie;
b) Verweerster heeft haar mening gegeven over de uitkomst van de zaak voordat
er uitspraak was gedaan, wat haar neutraliteit heeft aangetast;
c) Verweerster heeft klaagsters situatie en privacy onvoldoende serieus genomen;
d) Verweerster heeft zich grievend over klaagster uitgelaten;
e) Verweerster heeft geen mondeling pleidooi gehouden om klaagster te laten ontslaan
als belanghebbende;
f) Verweerster heeft het dossier plots afgesloten via een korte e-mail, zonder
nazorg of overleg over een eventueel hoger beroep;
g) Verweerster heeft meer dan € 1.000,- in rekening gebracht voor haar beperkte
inzet.
4 VERWEER
4.1 Verweerster heeft in de onderzoeksfase bij de deken geen verweer gevoerd
tegen de klacht. Dat heeft zij voor het eerst ter zitting van de raad gedaan. Daarbij
heeft zij toegelicht een zware periode te hebben doorgemaakt vanwege persoonlijke
en medische omstandigheden, waardoor zij het niet kon opbrengen om te reageren op
de klacht. Zij heeft dit inmiddels ook met de deken besproken en het is haar duidelijk
dat zij anders had moeten handelen.
4.2 Verweerster betwist dat zij klachtwaardig heeft gehandeld. De opdracht van
klaagster was dat zij niets met de procedure te maken wilde hebben. Zij heeft telefonisch
met klaagster besproken dat dit niet geheel haalbaar zou zijn, waarna zij juist het
verwijt kreeg partijdig te zijn voor de wederpartij. Verweerster heeft zich niet grievend
over klaagster uitgelaten, maar een luisterend oor willen bieden voor haar, omdat
de zaak klaagster emotioneel aangreep. Daarvoor heeft zij veelvuldig telefonisch contact
gehad met klaagster. Ze heeft met klaagster een verweer afgestemd. Omdat klaagster
het te zwaar vond om bij de zitting aanwezig te zijn, heeft verweerster met haar afgestemd
dat zij op de zitting zou toelichten wat er al in het verweerschrift stond. Verweerster
heeft er bewust voor gekozen om de gehele zitting bij te wonen, zodat zij daarvan
verslag kon uitbrengen aan klaagster. Dat heeft zij na de zitting ook gedaan in een
half uur durend telefoongesprek. Uiteindelijk is het vaderschap vastgesteld door de
rechtbank en was geen nader onderzoek meer nodig, zodat voor klaagster bereikt was
dat zij wilde bereiken, namelijk dat zij zich niet verder met die procedure hoefde
te bemoeien. In dat licht was sluiting van het dossier een logische vervolgstap. Verweerster
heeft klaagster daarbij de gelegenheid geboden nader te overleggen, maar klaagster
heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
5 BEOORDELING
Toetsingskader
5.1 Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat.
Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk
onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de
vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt
de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de
zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd
door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene
professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk
bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht.
Klachtonderdelen a) tot en met d)
5.2 De raad is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat verweerster op
deze onderdelen klachtwaardig heeft gehandeld. Verweerster heeft toegelicht de procedure
met klaagster telefonisch te hebben besproken. De raad ziet daarvoor bevestiging in
de klacht, waarin klaagster aangeeft dat verweerster haar mening al op voorhand gaf
en daarom niet neutraal zou zijn. Ook heeft klaagster erkend dat verweerster aan haar
heeft toegelicht dat de procedure met name draaide om de halfzus en dat klaagster
daarin slechts ‘een bijzaak’ was.
5.3 De raad ziet hierin ook niet dat verweerster de zaak onvoldoende serieus
zou hebben genomen of zich grievend over klaagster zou hebben uitgelaten. Uit de uitlatingen
volgt slechts dat verweerster correcte verwachtingen over de procedure heeft willen
scheppen bij klaagster en haar willen informeren dat zij geen grote rol speelde omdat
zij alleen belanghebbende was. Het wordt juist van een advocaat verwacht om de cliënt
daar goed over voor te lichten. Dat kan verweerster dan ook niet kwalijk worden genomen.
5.4 Verder kan het verweerster niet worden verweten dat de rechtbank de adresgegevens
en het medisch rapport niet wilde verwijderen uit het dossier. Verweerster heeft dat
kennelijk wel verzocht, maar het is uiteindelijk alleen de rechtbank die daarover
een beslissing neemt. Verweerster heeft daar geen invloed op.
5.5 Klachtonderdelen a) tot en met d) zijn ongegrond.
Klachtonderdeel e)
5.6 Verweerster heeft gemotiveerd betwist geen pleidooi te hebben gehouden. Zij
heeft op de zitting een toelichting gegeven aan de hand van de schriftelijke stukken,
zoals met klaagster voorafgaand besproken. Gelet op deze betwisting en het ontbreken
van verdere onderbouwing, zoals een proces-verbaal, kan de raad niet vaststellen of
verweerster klachtwaardig heeft gehandeld. Klachtonderdeel e) is ongegrond.
Klachtonderdeel f)
5.7 De raad stelt vast dat verweerster ter afsluiting van de procedure een e-mail
heeft gestuurd waarin zij kort de uitkomst van de procedure heeft toegelicht. Verweerster
heeft daarbij gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat
kan worden verwacht, waarbij zij gelet op de omstandigheden van het geval voor voldoende
nazorg heeft gezorgd. De procedure was met de uitspraak geëindigd en daarmee had klaagster
bereikt wat zij wilde, namelijk geen betrokkenheid meer in die procedure. Het niet
expliciet wijzen op eventuele hogerberoepsmogelijkheden acht de raad onder die omstandigheid
niet klachtwaardig. Verweerster heeft bovendien benadrukt bereikbaar te zijn voor
eventuele vragen als klaagster die had. Klachtonderdeel f) is ongegrond.
Klachtonderdeel g)
5.8 De raad stelt voorop dat de tuchtrechter niet bevoegd is om declaratiegeschillen
tussen cliënten en hun advocaten te beslechten. Daar is deze klachtprocedure ook niet
voor bedoeld. De tuchtrechter waakt wel voor excessief declareren. Of daarvan sprake
is hangt af van de omstandigheden van het geval. Daarbij wegen alle omstandigheden
mee, zoals de aard en complexiteit van de zaak, de (financiële) hoedanigheid van de
cliënt, de met de zaak gepaard gaande (financiële) belangen en de verhouding tussen
het in rekening gebrachte bedrag en de verrichte werkzaamheden. Of elk onderdeel van
die specificatie – naar civiel recht gemeten – voor toewijzing in aanmerking komt
staat niet ter beoordeling van de tuchtrechter. Waar het op aankomt is of het totaal
van de declaraties als tuchtrechtelijk verwijtbaar excessief aangemerkt kan worden.
5.9 De raad is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van
een excessieve declaratie. Allereerst geldt dat de klacht op dit punt niet is onderbouwd
met stukken, zodat niet kan worden nagegaan wat in rekening is gebracht en voor welke
werkzaamheden. Verweerster heeft toegelicht veelvuldig telefonisch contact gehad te
hebben met klaagster, een verweerschrift te hebben ingediend en een zitting te hebben
bijgewoond. Gelet op de hoeveelheid van deze werkzaamheden in verhouding tot een declaratie
van € 1.000,- kan niet worden geoordeeld dat deze excessief is. Klachtonderdeel g)
is ongegrond.
Conclusie
5.10 Op grond van het voorgaande, zal de raad de klacht in het geheel ongegrond
verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline verklaart de klacht ongegrond.