ECLI:NL:TADRSGR:2026:179 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-452/DH/RO
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2026:179 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 22-07-2026 |
| Datum publicatie: | 04-08-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-452/DH/RO |
| Onderwerp: | Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Jegens wederpartij in acht te nemen zorg |
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verwijt is dat verweerder onrechtmatig en onzorgvuldig gebruik heeft gemaakt van klaagsters geheime woonadres. Verweerster mocht de gegevens opvragen bij de gemeente in verband met een te starten procedure. De gemeente had de gegevens niet mogen verstrekken, althans aan verweerster moeten melden dat die geheim waren. Voor verweerster was op geen enkele manier kenbaar dat klaagsters gegevens geheim waren. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klacht kennelijk ongegrond. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag
van 22 juli 2026
in de zaak 26-452/DH/RO
naar aanleiding van de klacht van:
klaagster
over:
verweerster
De voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de e-mail van 1 juni 2026 van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) met kenmerk R2026/046 en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 11.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier,
uit van de volgende feiten.
1.1 Klaagster en haar ex-partner hebben samen zes (minderjarige) kinderen. In
september 2024 heeft een (gewelds)incident tussen hen plaatsgevonden, waarna een kort
gezin procedure is gestart. Verweerster staat daarin de ex-partner bij. In oktober
2024 heeft de rechter het gebruik van de woning aan klaagster toegewezen, waarbij
aan de ex-partner een contact- en locatieverbod is opgelegd voor de duur van 12 maanden.
Klaagster is vervolgens, met de kinderen, op een nieuw (geheim) adres gaan wonen.
1.2 Verweerster heeft op 14 januari 2026, als advocaat van de ex-partner, een
brief naar (het nieuwe adres van) klaagster gestuurd.
1.3 Op 20 januari 2026 heeft klaagster bij de deken een klacht ingediend over
verweerster.
2 KLACHT
2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagster verwijt
verweerster dat zij onrechtmatig en onzorgvuldig gebruik heeft gemaakt van klaagsters
geheime woonadres voor correspondentie.
2.2 Klaagster heeft verwezen naar de brief van verweerster van 14 januari 2025.
Het gebruik van het geheime adres heeft geleid tot een ernstig veiligheidsrisico voor
klaagster en de minderjarige kinderen. Verweerster wist of had moeten weten dat het
adres geheim is: verweersters cliënt is een gevaarlijk persoon en wordt onder meer
in verband gebracht met wapenhandel. Door zonder verificatie correspondentie naar
klaagsters woonadres te sturen, heeft verweerster gehandeld in strijd met de beginselen
van zorgvuldigheid, vertrouwelijkheid en beroepsethiek.
3 VERWEER
3.1 Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. Zij heeft toegelicht dat
zij eerst tweemaal klaagsters advocaat heeft aangeschreven, maar geen reactie ontving.
Omdat verweersters cliënt een procedure wilde starten, diende verweerster de gegevens
van de wederpartij, zijnde klaagster, te overleggen, tenzij deze geheim zijn. Ook
moet het verzoek worden ingediend bij de juiste rechtbank, te weten de rechtbank binnen
welk gebied klaagster woont. Zoals gebruikelijk heeft verweerster de gemeente aangeschreven
met het verzoek om ten aanzien van de wederpartij een uittreksel uit de BRP te verstrekken.
Verweerster heeft eerst de gemeente aangeschreven waar klaagster met de ex-partner
had gewoond. Deze gemeente gaf aan dat klaagster daar niet meer woonachtig was. Verweersters
cliënt opperde gemeente L, waarop verweerster bij die gemeente een verzoek heeft gedaan.
Deze gemeente heeft verweersters verzoek in het kader van de doorzendplicht voor verdere
behandeling doorgestuurd naar de gemeente K. Enkele dagen later ontving verweerster
vanuit gemeente K het opgevraagde uittreksel. Uit niets blijkt dat klaagster een geheim
adres heeft, althans uit niets heeft verweerster dat kunnen opmaken. Als dat wel het
geval was, had de gemeente dit aan verweerster moeten melden en had de gemeente het
uittreksel niet naar verweerster mogen sturen. Verweerster heeft nog toegelicht dat
zij het adres van klaagster niet met haar cliënt heeft gedeeld.
4 BEOORDELING
Toetsingskader
4.1 De tuchtrechter dient bij de beoordeling van een tegen een advocaat ingediende
klacht het aan de advocaat verweten handelen of nalaten te toetsen aan de in artikel
46 Advocatenwet omschreven normen, waaronder de kernwaarden zoals omschreven in artikel
10a Advocatenwet. De tuchtrechter toetst daarbij of de advocaat heeft gehandeld met
de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijke handelende advocaat in
de gegeven omstandigheden mag worden verwacht.
Beoordeling
4.2 De voorzitter is van oordeel dat verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt
kan worden gemaakt. Uit haar toelichting blijkt dat zij de gegevens van klaagster
heeft opgevraagd bij de gemeente, in verband met een te starten procedure. Verweerster
mocht die gegevens opvragen. Uiteindelijk zijn die gegevens door een gemeente aan
verweerster verstrekt, terwijl die gegevens geheim waren. De gemeente had de gegevens
niet mogen verstrekken, althans had aan verweerster moeten melden dat die geheim waren.
Dat is niet gebeurd. Dat is heel vervelend voor klaagster, maar dat is niet aan verweerster
te wijten. Voor verweerster was op geen enkele manier kenbaar dat klaagsters gegevens
geheim waren. Zij heeft daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De klacht
is kennelijk ongegrond.
BESLISSING
De voorzitter verklaart:
de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. S.M. Krans, voorzitter, bijgestaan door mr. C.M. van de Kamp als griffier en uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 22 juli 2026