ECLI:NL:TADRSGR:2026:117 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-611/DH/DH
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2026:117 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 26-05-2026 |
| Datum publicatie: | 03-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25-611/DH/DH |
| Onderwerp: | Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk |
| Beslissingen: | Beslissing op verzet |
| Inhoudsindicatie: | Ongegrond verzet. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 26 mei 2026
in de zaak 25-611/DH/DH
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter
van de raad van discipline van 5 november 2025 op de klacht van:
klaagster
over:
verweerster
gemachtigde: mr. R. van Biezen
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 2 december 2024 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten
in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.
1.2 Op 5 september 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K242 2024
van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 5 november 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van
de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze
beslissing is diezelfde dag verzonden aan partijen.
1.4 Op 2 december 2025 heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van
de voorzitter.
1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 13 april 2026. Daarbij
was verweerster met haar gemachtigde aanwezig. Klaagster heeft via een videoverbinding
(Teams) aan de zitting deelgenomen.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen
het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd
en van het verzetschrift.
2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, in dat klager zich
met de beslissing van de voorzitter en de gronden waarop deze berust, niet kan verenigen.
Klaagster stelt dat de beslissing is gebaseerd op feitelijke onjuistheden, onvolledige
informatie en een onjuiste toepassing van de beoordelingsnorm.
2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klaagster in verzet
niet op.
3 FEITEN EN KLACHT
3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad
naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van
een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld
of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als
de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing
heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetgronden niet
slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft
rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Het verzet
komt er in de kern op neer dat klaagster het niet eens is met de beoordeling van haar
klachten door de voorzitter. In het verzet is echter niets concreet aangevoerd wat
leidt tot twijfel aan de juistheid van de beslissing van de voorzitter.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe
gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De
raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. H.F.R. van Heemstra, voorzitter, mrs. M.G. van den Boogerd en M.F.H. Broekman, leden, bijgestaan door mr. C.M. van de Kamp als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 26 mei 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 26 mei 2026