ECLI:NL:TADRARL:2021:221 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-481
ECLI: | ECLI:NL:TADRARL:2021:221 |
---|---|
Datum uitspraak: | 30-08-2021 |
Datum publicatie: | 16-11-2021 |
Zaaknummer(s): | 20-481 |
Onderwerp: |
|
Beslissingen: | Regulier |
Inhoudsindicatie: | Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft tegen alle onderdelen van de klacht gemotiveerd, steekhoudend en deels met stukken onderbouwd verweer gevoerd. Dit verweer heeft in repliek niet geleid tot een relevant weerwoord van klager. Tijdens de zitting is het verweer evenmin weersproken, aangezien klager niet ter zitting is verschenen. Gelet op het feit dat het verweer van verweerder nagenoeg onweersproken is gebleven, valt niet in te zien in welke zin verweerder een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Een feitelijke grondslag voor enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelenontbreekt. Klacht ongegrond. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem Leeuwarden van 30 augustus
2021
in de zaak 20-481/AL/MN
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 22 oktober 2019 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het
arrondissement Midden-Nederland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 26 juni 2020 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk Z 1024430/MM/SD
van de deken ontvangen.
1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 7 juni 2021. Daarbij was
verweerder aanwezig. Klager is met kennisgeving niet verschenen. Van de behandeling
is proces-verbaal opgemaakt.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de
op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 7.
2 FEITEN
2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier
en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2 Verweerder heeft op basis van een toevoeging aan klager rechtsbijstand verleend
inzake een omgangsregeling. Hij heeft bij brief van 6 december 2017 de opdracht bevestigd.
2.3 Verweerder heeft namens zijn cliënt een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank
Midden-Nederland. De rechtbank heeft een zitting bepaald op 27 juli 2018.
2.4 De samenwerking tussen klager en verweerder is geëindigd op 18 juli 2018. Klager
had inmiddels een opvolgend advocaat, mr. V., gevonden. Verweerder heeft klager bij
e-mail van 18 juli 2018 onder meer het volgende bericht:
“ Helaas kunnen wij het dossier samen niet afmaken. Ik ben blij voor u dat u zo snel een opvolgend advocaat heeft gevonden, die hopelijk wel uw zaak kan behandelen, zoals door u gewenst. Ik heb mij – na overleg met mr. [V] – onttrokken aan de zaak, tevens heb ik om uitstel gevraagd. Ik mag er van uitgaan dat de rechtbank dit uitstel zal verlenen, waarbij het wel wenselijk zal zijn, indien mr. [V.] ook van haar zijde de rechtbank zal informeren. Inzake de toevoeging, wil ik u mededelen dat deze niet zal worden overgenomen. Ik zal de toevoeging ter declaratie bij de Raad neerleggen. Na sluiting van het dossier zal ik uw dossier archiveren en na 5 jaar vernietigen. Ik merk hierbij op, dat ik zojuist alle stukken die van belang zijn - in origineel – heb verzonden aan mr. [V.]. (…) “
2.5 Verweerder heeft bij e-mail van 18 juli 2018 de opvolgend advocaat mr. V. onder meer het volgende bericht:
“ (…) Ik zal u zo dadelijk per post toesturen:
1. het dossier, met verzoek en brieven van de rechtbank;
2. bewijs van terugtrekken en verzoek aanhouding ivm opvolging advocaat.
Zoals afgesproken zal ik de toevoeging ter declaratie indienen bij de Raad, nu u hier geen gebruik van zult maken. (…)”
2.6 Verweerder heeft in zijn brief van 18 juli 2018 de opvolgend advocaat mr. V. het volgende bericht:
“ In verband met opvolging, zend ik u bijgaand de originele documenten uit mijn dossier.”
3 KLACHT
3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar
heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:
a) zonder zijn toestemming de toevoeging al in te trekken (en dus niet over te
dragen aan de opvolgend advocaat) en de zaak te declareren bij de Raad voor Rechtsbijstand
(in juli 2018), terwijl het nog onduidelijk was of de opvolgend advocaat klager wel
op basis van een toevoeging kon bijstaan.
b) klager niet te wijzen op het feit dat de opvolgend advocaat geen toevoegingen
doet zodat klager niet in staat was een andere pro deo advocaat te zoeken en de facturen
op uurbasis ad € 200,- van zijn opvolgend advocaat moest betalen.
c) zich niet te verdiepen in de zaak en niet te handelen zoals een behoorlijk advocaat
betaamt.
Toelichting
Verweerder heeft onvoldoende inzet getoond om te komen tot een definitieve ouderschapsregeling,
die door de rechter zou worden vastgelegd zodat naleving kon worden afgedwongen.
d) bij aanvang van de werkzaamheden de financiële risico’s voor klager niet duidelijk
te maken en in te schatten.
e) de urenspecificaties niet aan klager toe te lichten waardoor deze die niet op
de inhoud kan beoordelen.
Toelichting
Verweerder heeft tegenover klager niet met behulp van tussentijdse urenspecificaties
zijn werkzaamheden of de bewerkelijkheid daarvan toegelicht op zodanige wijze dat
klager kan vaststellen of de aan de Raad voor Rechtsbijstand opgegeven uren te rechtvaardigen
waren.
f) te weigeren het originele dossier aan de opvolgend advocaat van klager over
te dragen (en slechts kopieën te sturen).
Toelichting
Het dossier dat klager bij advocaat V. aantrof, voldeed niet aan de daaraan te stellen
eisen. Daardoor was het klager onmogelijk snel informatie te vinden.
4 VERWEER
4.1 Verweerder heeft tegen de klacht onder meer het volgende verweer gevoerd.
Klachtonderdeel a)
4.2 Van het intrekken van de toevoeging - zoals vermeld in klachtonderdeel a) –
is geen sprake geweest. Er hebben zich gebeurtenissen voorgedaan die het voor verweerder
onwenselijk maakten om de samenwerking voort te zetten. Hij heeft daarom klager geadviseerd
een opvolgend advocaat te zoeken. Klager heeft zelf en zonder hulp of advies van verweerder
een opvolgend advocaat gevonden in de persoon van mr. V. Nadat mr V. het verzoek van
klager had gekregen om de zaak van verweerder over te nemen, heeft mr. V. contact
opgenomen met verweerder. Zij heeft verweerder daarbij laten weten de toevoeging niet
over te nemen. Verweerder neemt aan dat mr. V. dit ook met klager heeft besproken.
Omdat verweerder op dat moment geen lopend dossier meer had, mocht hij overgaan tot
het declareren van de toevoeging bij de Raad voor Rechtsbijstand.
Klachtonderdeel b)
4.3 Verweerder heeft klager geadviseerd uit te zien naar een opvolgend advocaat.
Klager heeft dit advies opgevolgd, waarna mr. V. contact met verweerder heeft opgenomen.
Over het door mr. V. gehanteerde uurtarief is niet gesproken. Hij is ook niet bij
gesprekken tussen klager en mr. V. aanwezig geweest. Verweerder wist alleen dat mr.
V. de toevoeging niet zou overnemen en de zaak op betalende basis zou voortzetten.
Klachtonderdeel c)
4.4 Verweerder had met klager een amicale en vrije “advocaat/cliënt” verhouding,
waardoor klager wellicht ten onrechte het gevoel heeft gekregen dat “alles” maar mogelijk
was. Klager vroeg veel aandacht. Verweerder heeft meermaals aan klager aangegeven
dat hij andere cliënten heeft, die ook zijn aandacht behoeven, waardoor hij niet altijd
en direct bereikbaar was voor klager. Dat werd niet altijd geaccepteerd door klager.
Verweerder heeft veel ervaring in het familierecht en meent dat het in het belang
van zijn cliënten is dat hij hen informeert over de door de Raad van de Kinderbescherming
en de rechterlijke macht gehanteerde lijn. Klager heeft tegenover verweerder nooit
zijn ongenoegen geuit over diens werkwijze. De reden van de overdracht van het dossier
is niet gelegen in ontevredenheid van klager. Verweerder heeft klager geadviseerd
om een andere advocaat te zoeken omdat verweerder de houding en het gedrag van klager
niet langer kon accepteren. De samenwerking kon, in het belang van klager, niet worden
voortgezet.
Klachtonderdelen d) en e)
4.5 Klager legt ten onrechte een verband tussen het declareren van de gewerkte
uren bij de Raad voor Rechtsbijstand en de wijze waarop de advocaat zijn werkzaamheden
en urenregistratie dient bij te houden. De urenregistratie van verweerder was niet
volledig, maar dat was ook niet nodig omdat de vergoeding door de Raad een bepaald
maximum kent en het aanvragen van meer uren bij de Raad niet aan de orde was. Zoals
blijkt uit de opdrachtbevestiging van 6 december 2017, was het voor klager duidelijk
dat verweerder zijn werkzaamheden zou verrichten op basis van een toevoeging, klager
aan verweerder een eigen bijdrage zou moeten betalen en, in geval van een procedure,
klager aan de rechtbank griffiekosten zou moeten betalen.
Klachtonderdeel f)
4.6 Verweerder heeft betwist dat hij heeft geweigerd het originele dossier over
te dragen aan de opvolgend advocaat. Uit de door verweerder overgelegde brief van
18 juli 2018 blijkt dat hij wel degelijk de originele stukken aan de opvolgend advocaat
heeft gezonden. Naast enkele aantekeningen en kopieën van diverse stukken heeft verweerder
geen originele stukken meer. Na het doorsturen van deze stukken, heeft mr. V. niet
om aanvullende stukken gevraagd. Hoe mr. V. vervolgens haar dossier heeft vormgegeven
is verweerder niet bekend, maar kan verweerder in ieder geval niet verweten worden.
5 BEOORDELING
5.1 De klacht heeft betrekking op het optreden van de eigen advocaat. De tuchtrechter
toetst de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat in volle omvang.
Daarbij wordt rekening gehouden met de vrijheid die de advocaat heeft bij de manier
waarop hij een zaak behandelt en met de keuzes waarvoor hij bij de behandeling kan
komen te staan. De vrijheid die de advocaat daarbij heeft is niet onbeperkt. Deze
vrijheid wordt begrensd door de eisen die aan de advocaat als opdrachtnemer in de
uitvoering van die opdracht mogen worden gesteld. Volgens deze eisen dient zijn werk
te voldoen aan de binnen de beroepsgroep geldende professionele standaard. Die professionele
standaard veronderstelt een handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame
en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht.
5.2 De klachtonderdelen lenen zich voor een gezamenlijke behandeling en zullen
worden beoordeeld aan de hand van de hiervoor genoemde maatstaf.
5.3 De raad constateert dat verweerder tegen alle onderdelen van de klacht gemotiveerd,
steekhoudend en deels met stukken onderbouwd verweer heeft gevoerd. Dit verweer heeft
in repliek niet geleid tot een relevant weerwoord van klager. Tijdens de zitting is
het verweer evenmin weersproken, aangezien klager niet ter zitting is verschenen.
Gelet op het feit dat het verweer van verweerder nagenoeg onweersproken is gebleven,
valt niet in te zien in welke zin verweerder een tuchtrechtelijk verwijt kan worden
gemaakt. Een feitelijke grondslag voor enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen ontbreekt.
Dit leidt ertoe dat de klacht in alle onderdelen ongegrond zal worden verklaard.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.
Aldus beslist door mr. J.R. Veerman, voorzitter, mrs. F.B.M. van Aanhold en A.C.H. Jansen, leden, bijgestaan door mr. W.E. Markus-Burger als griffier en uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2021.
Griffier Voorzitter
Verzonden d.d. 30 augustus 2021