ECLI:NL:TADRAMS:2026:162 Raad van Discipline Amsterdam 26-133/A/A
| ECLI: | ECLI:NL:TADRAMS:2026:162 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 20-07-2026 |
| Datum publicatie: | 23-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-133/A/A |
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | Regulier |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een kwestie over onderhuur van een woning. Volgens klager heeft verweerder in berichten aan klager onjuiste standpunten ingenomen en heeft hij klager op een onbetamelijke wijze onder druk gezet. De raad acht de klacht ongegrond. Verweerder heeft de belangen van zijn cliënten gediend op een wijze die niet onbetamelijk was. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 20 juli 2026
in de zaak 26-133/A/A
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 11 mei 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het
arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 19 februari 2026 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2492087/EvR/AS
van de deken ontvangen.
1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 8 juni 2026. Daarbij
waren klager, vergezeld door mevrouw (…) (als vertaler), en verweerder aanwezig. Van
de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van
de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 4.
1.5 Verweerder heeft op 1 juni 2026 aanvullende stukken toegezonden. De raad
heeft op de zitting besloten dat deze stukken niet aan het dossier worden toegevoegd,
omdat deze te laat zijn ingediend.
2 FEITEN
2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier
en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2 Klager huurde een appartement. Op 22 augustus 2024 heeft klager een overeenkomst
tot onderhuur gesloten met de heer G. Op 1 november 2024 heeft klager ook een onderhuurovereenkomst
gesloten met de heer SM en mevrouw K (hierna: onderhuurder, onderhuurster en samen
de onderhuurders), omdat klager naar het buitenland vertrok. Toen klager in december
2024 – eerder dan gepland – terugkeerde, wilden de onderhuurders de woning niet verlaten.
2.3 Klager heeft de huurovereenkomst met de verhuurder opgezegd per 6 februari
2025. De onderhuurders zijn ook na 6 februari 2025 in de woning blijven wonen.
2.4 Tussen klager en de onderhuurders is een geschil ontstaan over, zakelijk
weergegeven, de voorwaarden van de onderhuur. Verweerder heeft de onderhuurders in
dat geschil bijgestaan.
2.5 Op 2 april 2025 om 10:20 uur hebben de onderhuurders klager per e-mail als
volgt bericht:
“We find ourselves in a difficult situation and would really like to resolve this
in a fair and reasonable way. Our main goal is to close this chapter properly and
make sure you get your belongings back, including personal items and important documents.
To help find a solution, our lawyer, [verweerder], is willing to have a conversation
with you. If you’re open to that, we don’t have to make an issue out of the costs
that have been incurred. If this doesn’t happen, we may have to look at other ways
to cover those expenses, including selling your belongings. You can reach [verweerder]
directly at: (…)
We’d really prefer to handle this properly. Moving forward with a clean slate is
important to us, especially with a baby on the way.
Let us know how you’d like to proceed.”
2.6 Op 2 april 2025 om 17:32 uur heeft klager de onderhuurders per e-mail als
volgt bericht:
“As noted, all my personal belongings and important documents are in the house.
I appreciate that you looked after these whilst staying there. Could you suggest some
time/dates for me to collect them all? I believe that is the right thing to do now.”
2.7 Op 3 april 2025 hebben de onderhuurders klager per e-mail als volgt bericht:
“As mentioned before, we can arrange for you to collect your personal belongings
after you have spoken with our lawyer. If you choose not to do so, we will have to
charge you for the costs incurred due to this situation. In that case, we will sell
your belongings to cover these costs. Thank you for your understanding.”
2.8 Op 7 april 2025 heeft klager verweerder per e-mail als volgt bericht:
“Re: Your clients [onderhuurders] (…)
I am reaching out to you as directed by your clients to discuss collecting my property.
All parties are seeking a swift resolution of this matter.
I am very concerned that I am being told my personal property is at risk of being
sold. I understand that my bed was sold without my permission or consent. I do make
clear to all parties, that I do not give authorisation for my property to be sold
which would amount to a criminal offence. I have reported the matter of my bed being
sold to the police as well as the threat that my property will be sold unless I speak
to you to resolve matters. I have a crime reference number in respect of my allegation
to the police.
I wish for a swift resolution of this matter and propose that I collect all of my
personal belongings, including documentation at a time convenient to all parties on
the 10 April 2025. I trust that give[s] you time to communicate and discuss this with
your clients.
I would be grateful if you could make contact with me by 4.00pm on the 8 April 2025
preferably via email or (…) to discuss the time for me to collect my property. Without
some kind of communication or contact from yourself I will have no option but to escalate
this further. I do appreciate due to workloads and other professional commitments
this may not be a priority. However, your clients have made their position very clear
and my property is at risk of being sold and therefore stolen. This situation is very
pressing and urgent for myself. This has been going on for several months and I trust
we can now come to a swift resolution.”
2.9 Op 8 april 2025 heeft verweerder klager per e-mail als volgt bericht:
“As per my clients Mrs [onderhuurster] and Mr [onderhuurder] I write you this e-mail.
You have an agreement with Mr [onderhuurder] and Mrs [onderhuurster] to rent your
apartment. You have not organized your part of that agreement with them, so that now
they are at risk of a procedure with the housing company. Part of the agreement was
also for them to organize your dog being exported and selling of your belongings.
I understand that you would like to retract that part of the agreement. That is not
entirely possible. I will explain you why.
Now, after you have not met your side of the agreement, they have incurred damages,
for lawyers cost but more clearly they will not have a house anymore in the near future
or at least are in distress about it, they will have moving costs, they might have
to pay the housing company damages in a procedure, all because of you not sticking
to your side of the agreement.
This means that they can withhold your belongings until you pay them your damages,
in Dutch that is called “retentierecht”. I can also confiscate these belongings as
per immediately and after a judge has decided on the matter, a bailiff can sell your
belongings to pay for these damages.
This means your former e-mail has no standing whatsoever. I hope I have made myself
understood clearly.
The only two ways to get your belongings back are
1. We get to an agreement which my clients will agree to.
2. You start a procedure about it.”
2.10 Diezelfde dag heeft klager verweerder per e-mail als volgt bericht:
“This request is not a confirmation of any of the below statements made by your
clients. However, due to the ongoing stress and time this is taking, I agree the quickest
way for a resolution is to attempt to proceed with step 1. Could you kindly send me
a draft to review?”
2.11 Op 16 april 2025 heeft verweerder klager per e-mail als volgt bericht:
“For my clients, to regain trust, they would like to have a statement from you which
they can use in regard to the flat, so that they can explain to the housing company
how you have had contact and how the rental agreement was (and that it was for the
whole apartment). Also it’s important to know why you have said something different
to [verhuurder].
If you would like to make an appointment at my office (…) to make such a statement,
I am sure that I can convince my clients to come to an agreement (in conformity with
option 1).”
2.12 Op 3 mei 2025 heeft klager bij de politie aangifte gedaan van verduistering
van zijn eigendommen.
2.13 Op 11 mei 2025 heeft klager de onderhavige klacht tegen verweerder ingediend.
2.14 Op 13 mei 2025 heeft de verhuurder klager, de onderhuurders en S in kort
geding gedagvaard en – kort gezegd – ontruiming van de woning gevorderd.
2.15 Op 26 juni 2025 heeft de mondelinge behandeling van het kort geding bij
de kantonrechter plaatsgevonden. De kantonrechter heeft direct mondeling uitspraak
gedaan en bepaald dat de woning binnen één maand moet worden ontruimd. Voor zover
in het kader van de onderhavige klacht relevant, is in het proces-verbaal van de mondelinge
behandeling het volgende opgenomen:
“1.1 (…) [Klager] heeft in verband met verblijf in het buitenland (een deel van)
de woning in november 2024 onderverhuurd aan de [onderhuurders] voor € 600,- per maand.
In december 2024 besloot [klager] terug te keren naar de woning. Toen bleek dat [de
onderhuurders] de woning niet wilden verlaten, heeft [klager] de huurovereenkomst
in overleg met [verhuurder] opgezegd tegen 6 februari 2025. (…)
[Onderhuurster] en [onderhuurder] hebben geen onderhuurbescherming
1.3. (…). De kantonrechter is van oordeel dat [onderhuurster] en [onderhuurder]
onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij de hele woning huren.
1.4. [Klager] heeft vanaf augustus 2024 één van de kamers in de woning onderverhuurd
aan de heer (…) G(…). [Klager] is in oktober 2024 naar het buitenland gegaan, initieel
met de bedoeling om daar voor langere tijd te blijven. en heeft daarom (een kamer
in) de woning aan [onderhuurster] en [onderhuurder] onderverhuurd. Uit de schriftelijke
verklaring van G(…) blijkt dat [klager] met [onderhuurster] en [onderhuurder] heeft
afgesproken dat zij in ieder geval voor drie maanden de kamer van [klager] zouden
onderhuren, waarna [onderhuurster] en [onderhuurder] mogelijk de huurovereenkomst
over zouden nemen. Die verklaring wordt ondersteund door de overeenkomst die [klager],
[onderhuurster], [onderhuurder] en G(…) op 1 november 2024 met elkaar hebben getekend.
Gelet op het voorgaande is de enkele stelling van [onderhuurster] en [onderhuurder]
dat [klager] de gehele woning aan heeft onderverhuurd onvoldoende aannemelijk gemaakt.
Het gebruik van de gemeenschappelijke ruimten (samen met G(…) is daarvoor onvoldoende.
1.5. Aangezien [klager] een kamer (onzelfstandige woonruimte) heeft onderverhuurd
aan [onderhuurster] en [onderhuurder], is geen sprake van onderhuurbescherming. Dat
betekent dat de huurovereenkomst is geëindigd per 7 februari 2025 en dat [onderhuurster]
en [onderhuurder] momenteel zonder recht of titel in de woning verblijven.”
3 KLACHT
3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt
verweerder het volgende:
a) Verweerder heeft klachtwaardig gehandeld door namens zijn cliënten in zijn
e-mail van 8 april 2025 intimiderende en dwingende uitspraken op basis van juridisch
onjuiste informatie te doen. Verweerder heeft namens zijn cliënten in deze e-mail
een beroep gedaan op het retentierecht, terwijl dit juridisch niet mogelijk is. Ook
heeft verweerder in deze email gesteld dat de bezittingen van klager in beslag kunnen
worden genomen voordat een rechter daarover heeft geoordeeld. Inbeslagname is alleen
een strafrechtelijke maatregel. Met deze uitspraken heeft verweerder onder juridische
valse voorwendselen druk op klager uitgeoefend.
b) Verweerder heeft klager in zijn e-mail van 16 april 2025 onder druk gezet
om een valse verklaring af te leggen door klager te laten verklaren dat de verhuur
betrekking had op het hele appartement, terwijl verweerder wist althans behoorde te
weten dat de verhuur slechts betrekking had op één kamer. Dit handelen is onethisch
en in strijd met gedragsregel 8.
c) Verweerder heeft klachtwaardig gehandeld door in zijn e-mail van 8 april 2025
namens zijn cliënten te stellen dan wel te suggereren dat zij het recht hadden om
de bezittingen van klager onder zich te houden en zonder toestemming te verkopen,
terwijl hij wist althans behoorde te weten dat dit handelen van zijn cliënten evident
strafbaar is. Daarmee heeft verweerder de juridische werkelijkheid onjuist voorgesteld
met als gevolg dat klager dacht dat het niet mogelijk was om via de politie op te
treden tegen de onrechtmatige verkoop van zijn bezittingen.
3.2 De raad zal hierna op de klachtonderdelen en de onderbouwing daarvan ingaan.
4 VERWEER
4.1 Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar
nodig, op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING
Ontvankelijkheid
5.1 Verweerder stelt dat de rechtszaak inmiddels is geweest en dat hij zich daarom
kan voorstellen dat klager geen belang meer heeft bij de klacht. Verweerder wijst
er verder op dat zijn kantoor een klachtenregeling heeft en een klachtenbemiddelaar.
Omdat klager de klacht niet daar ter kennis heeft gebracht is hij volgens verweerder
niet-ontvankelijk in zijn klacht.
5.2 Klager bestrijdt dit en heeft erop gewezen dat de kantoorklachtregeling,
volgens de website van het kantoor van verweerder, bedoeld is voor klachten van eigen
cliënten.
5.3 De raad is van oordeel dat beide punten, zoals door verweerder naar voren
gebracht, niet afdoen aan het belang van klager bij zijn klacht. Het ontvankelijkheidsverweer
slaagt niet.
Toetsingskader
5.4 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle
advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen
cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang
van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen
van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen
zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten
niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel
van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is.
Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie
te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het
voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij
aan de wederpartij toebrengen.
Klachtonderdelen a) en c)
5.5 Klachtonderdelen a en c zien beide op de e-mail van verweerder van 8 april
2025 en worden daarom gezamenlijk behandeld.
5.6 De raad stelt voorop dat hij niet oordeelt over de vraag of klager en de
onderhuurders afspraken hadden over de verkoop van bezittingen en of het beroep van
verweerder op een retentierecht van de onderhuurders op de eigendommen van klager
terecht is. Dat oordeel is namelijk voorbehouden aan de civiele rechter. De raad oordeelt
slechts over de vraag of verweerder met de inhoud en redactie van de e-mail van 8
april 2025 onbetamelijk heeft gehandeld. De raad beantwoordt die vraag ontkennend.
5.7 De raad is van oordeel dat de zin waarin verweerder schrijft “I can also
confiscate these belongings” wat ongelukkig is geformuleerd/vertaald. Verweerder heeft
dat op de zitting ook erkend; hij bedoelde te schrijven dat hij op de eigendommen
(conservatoir) beslag kon laten leggen. In diezelfde zin staat echter ook dat een
beslissing van de rechter nodig is voordat een deurwaarder de eigendommen vervolgens
kan verkopen. Uit het bericht blijkt naar het oordeel van de raad voldoende duidelijk
dat verweerder niet bedoelde dat hij zelf zaken uit het appartement onder zich kon
nemen en kon verkopen. De klacht berust dus op een onjuiste lezing van de e-mail.
De raad kan begrijpen dat het bericht voor klager niet prettig was, maar acht het
bericht niet onjuist, intimiderend of anderszins onbetamelijk. Klachtonderdelen a
en b zijn daarom ongegrond.
Klachtonderdeel b)
5.8 Verweerder heeft aangevoerd dat de onderhuurders hem hebben laten weten dat
de mondelinge overeenkomst betrekking had op de huur van het gehele appartement. Verweerder
heeft klager verzocht om daarover een verklaring af te leggen op zijn kantoor. In
een verklaring neemt verweerder alleen op wat mensen verklaren, niet wat zij zelf
meent dat er verklaard moet worden.
5.9 De raad verwerpt ook dit klachtonderdeel. Verweerder heeft voldoende toegelicht
waarom het belang van de onderhuurders ermee gediend was om klager te vragen om een
verklaring af te leggen over de gang van zaken rondom de onderhuurder en hoopte daarmee
bewijsmateriaal te vergaren dat het standpunt van de onderhuurders zou bevestigen.
Dat klager het met dat standpunt niet eens is, maakt het verzoek van verweerder niet
onbetamelijk. De raad leest in de e-mail een verzoek, dat klager kon afwijzen, zoals
hij ook heeft gedaan. Verweerder heeft klager met (zijn woordkeuze in) het bericht
naar het oordeel van de raad niet op een ongeoorloofde wijze onder druk gezet. Klachtonderdeel
b is daarom ook ongegrond.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.
Aldus beslist door mr. K.M. van Hassel, voorzitter, mrs. F.J.J. Baars en C.M. Peeperkorn, leden, bijgestaan door mr. A. Tijs als griffier en uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 20 juli 2026