ECLI:NL:TADRAMS:2025:191 Raad van Discipline Amsterdam 25-185/A/A
| ECLI: | ECLI:NL:TADRAMS:2025:191 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 20-10-2025 |
| Datum publicatie: | 24-10-2025 |
| Zaaknummer(s): | 25-185/A/A |
| Onderwerp: | Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk |
| Beslissingen: | Beslissing op verzet |
| Inhoudsindicatie: | Ongegrond verzet |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 20 oktober 2025
in de zaak 25-185/A/A
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter
van de raad van discipline van 26 mei 2025 op de klacht van:
klaagster
over:
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 4 december 2023 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten
in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 18 maart 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2284303/JS/AS
van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 26 mei 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de
raad (hierna: de voorzitter) de klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard en
gedeeltelijk kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 26 mei 2025 verzonden
aan partijen.
1.4 Op 24 juni 2025 heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van
de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op 24 juni 2025 ontvangen.
1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 8 september 2025. Daarbij
waren klaagster en verweerder aanwezig.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen
het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd
en van het verzetschrift.
2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:
2.2 Klaagster is het niet eens met de beslissing van de voorzitter. Zij vindt
het onbegrijpelijk dat de voorzitter een groot deel van haar klachtonderdelen (ongeveer
100 in totaal) buiten beschouwing heeft gelaten, omdat deze buiten de driejaarstermijn
zijn ingediend. Volgens klaagster is geen sprake van een termijnoverschrijding. Ook
heeft de voorzitter de feiten verre van volledig weergegeven en klopt de chronologische
volgorde van de feiten niet. Verder heeft de voorzitter nagelaten op belangrijke zaken
in te gaan en ontbreekt in de beslissing het wettelijk kader van de onderliggende
strafprocedure.
3 FEITEN EN KLACHT
3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad
naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van
een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld
of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als
de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing
heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetgronden niet
slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast - het
wettelijk kader van de onderliggende strafprocedure is daarbij niet relevant - en
heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.
Voor zover klaagster stelt dat de voorzitter niet alle feiten volledig en in de juiste
chronologie heeft weergegeven, geldt dat niet alle feiten volledig in de beslissing
hoeven te worden weergegeven. Het gaat om een zakelijke weergave van de voor de beslissing
meest relevante feiten, die de voorzitter heeft vastgesteld. Dat de door de voorzitter
vastgestelde feiten onjuist zijn, is niet gebleken. De raad komt tot de slotsom dat
in redelijkheid niet hoeft te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter
juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe
gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De
raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. W. Aardenburg, voorzitter, mrs. L.C. Dufour en D.V.A. Brouwer, leden, bijgestaan door mr. N. Borgers-Abu Ghazaleh als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 20 oktober 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 20 oktober 2025